Twee dagen in de Pyreneeën

Dit jaar wilden we nog een keer terug naar de Pyreneeën. We hebben een tocht van een kleine twee weken voorbereid door de massieven van de Posets en de Aneto. Nu ligt er dit jaar uitzonderlijk veel sneeuw, waardoor we onze tocht een paar weken uitgesteld hebben. Vorige week wilden we beginnen, maar we konden het dal van Benasque niet in omdat het daar overstroomd was. Nu, de derde poging, willen we een verkorte versie doen: vijf dagen trekken rond de Posets. Ons nieuwe startpunt wordt Biadós. We halen inlichtingen bij de VVV in Plan: De sneeuwcondities zijn goed, met pickel en stijgijzers is een rondje rond de Posets goed te doen. Het weer blijft goed: de komende paar dagen blijft het erg zonnig.

In een uurtje hobbelen we off-road in onze Renault Kangoo naar Biadós. Daar doen we de rugzakken op en vertrekken. Het zonnetje schijnt inderdaad flink.

101

Langzaam stijgend laten we Biadós achter ons, via de GR11.2 op weg naar Collado de Grist (Eriste). Vanaf 2000 meter komen we de eerste grote sneeuwvelden tegen. Inderdaad veel meer sneeuw dan vorig jaar, wat een verschil! Tot de col gaat het eigenlijk hartstikke goed.

104
Val de la Ribereta.

Als we over de col kijken naar de andere kant is het een ander verhaal. Er is een meter of drie sneeuw opgestoven tegen de col en de sneeuw naar beneden is ongeveer 70 graden steil. Zelfs Ibón de Llardaneta is nog bevroren en met sneeuw bedekt.

106
Collado de Grist (Eriste).

We twijfelen wat in het begin, maar besluiten dan toch om om te draaien. Dit is te steil voor ons. We prikken onze tarp in de grond net boven Las Tuertas.

112

Het nieuwe plan wordt om de route om te draaien: we gaan nu proberen om met de wijzers van de klok mee rond de Posets te lopen. Dus weer afdalen tot bijna bij Biadós en dan naar het oosten. We komen een groep Spanjaarden tegen die dezelfde richting uit gaan, maar overnachten in de hutten. Bij Cabaña d’Añes Cruzes moeten we drie riviertjes oversteken. Vorig jaar hadden we nergens problemen mee, maar nu zijn we een uur bezig om de juiste plek te vinden en blijft de vraag of we droge voeten houden. Ondertussen trekt een dikke laag bewolking het dal in.
We zetten alle feitjes nog eens op rij: derde poging, kwamen de col niet over, nu moeite met de rivier oversteken, wolken beginnen te zakken waardoor de volgende col in de wolken zal zitten, we zijn al over de helft van de tweede dag. Met deze snelheid en tegenslagen gaan we zelfs dit rondje niet halen binnen de tijd die we hebben. Het kost heel erg veel moeite, maar uiteindelijk draaien we toch om. Genieten moet toch voorop staan op vakantie. Volgende keer beter …

110

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Geo/Estel Mapa Excursionista E-25, 1: 25 000, Aneto Maladeta

Advertenties

Sierra de Guara

Wandelen rondom Alquézar
Op een regenachtig dagje hebben we rondom Alquézar een wandeling gemaakt. Het is aan te bevelen om een stuk GR11 te doen richting de oude brug over de Río Vero. Je wordt beloond met een prachtig uitzicht op het dorpje en lichtblauw water van de rivier.
Het pad “Passarellas” naar de Río Vero is ook erg mooi.

101
Brug over de Vero rivier, in de buurt van Alquézar.

Wandeling door de Mascún vallei
We staan vroeg op en rijden naar Rodellar, voor een dagwandeling in de Mascún vallei. We komen aan op de parkeerplaats, waar de Guardia Civil net alle campers controleert. Overnachten in een camper is hier verboden. We pakken onze rugzakken, strikken onze schoenen en willen net vertrekken als een jeep van de Guardia Civil naast ons stopt. Of we onze paspoorten willen laten zien, want overnachten op de parkeerplaats is verboden. We vertellen dat we net uit Alquézar zijn komen aanrijden en met moeite overtuigen we hem ervan dat we echt niet hier overnacht hebben. Een raar begin van de dag.

202
De Mascún moet een paar keer worden overgestoken.

We willen vanuit Rodellar naar Otín om dan af te dalen naar de vallei en langs de rivier terug te keren naar Rodellar. Volgens onze kaart moet dat te doen zijn.
In tegenstelling tot de kaart moeten we niet twee keer de rivier oversteken in het begin, maar een stuk of tien keer. Daarna gaat het pad omhoog, naar Otín. De bordjes zijn schaars, maar we vinden het wel. In Otín komen we bij een viersprong, waar we het bordje “Bco Mascún por Turmo” volgen. Deze staat ook op onze kaart. We geloven niet dat er een pad afdaalt tot helemaal in de vallei zo steil lijkt het, maar het is echt zo. Helaas stopt dit pad bij de rivier. De route zoals die op de kaart staat aangegeven zul je deels moeten zwemmen. Erg zuur, nu moeten we dezelfde weg als de heenweg terug.

204
De Mascún vallei.

211
De Mascún vallei.

Tozal de Guara
Vandaag staat de top Tozal de Guara op het programma. We gebruiken weer dezelfde kaart als gisteren.
De auto parkeren we bij Refugio Peña Guara, langs de openbare weg. Rijd hier niet over de stuwdam naar de parkeerplaats die hoger op de kaart staat aangegeven. Toen we ’s avonds terugkwamen was de slagboom dicht en zat er een slot op!
We lopen naar de “parkeerplaats” bij Punta Tejeria, waar een pad begint tussen twee steenmannen. Daarna een karrespoor naar Solencio Fabana om vervolgens aan de klim naar het noorden te beginnen.

301
Bushwhacking Castellones.

Hier loopt nooit iemand. Het pad is overgroeid met struiken met grote doorns. We halen onze kuiten flink open. Ter hoogte van Raso de las Viboras zien we steenbokken wegrennen. We kunnen nu steenmannen en rode lintjes volgen om op het juiste pad te blijven. Er is nog steeds geen makkelijk vindbaar pad, maar we houden hoop. Ineens staat er een bord in het steile stuk van de berg: Collado de Petreñales. Geen idee waarom dat bord daar staat, maar we zitten blijkbaar goed. Door het grind klimmen we verder naar de top tot het echt niet meer gaat. Dit is zo ontzettend steil. Eerst schoten we niet op door het bushwhacking, nu niet omdat het te steil is. Eén stap omhoog en je glijdt een halve stap terug. We zijn al erg laat om de top te gaan halen en besluiten om te draaien.

302
Een bord in the middle of nowhere.

Als we door het grind afdalen, komt er iemand van boven achter ons aan. Hij wil de route omlaag nemen die wij omhoog gingen, maar ziet daar vanaf nadat hij onze verhalen hoort. Aan de andere kant ligt wel een goed pad vertelt hij. Zo is hij omhoog gekomen. Hij heeft dezelfde kaart als ons en had iemand om inlichtingen gevraagd. Die had hem ook al gezegd dat er geen pad is zoals wij gelopen zijn. Blijkbaar hebben we een neus voor paden die wel op de kaart staan, maar niet bestaan in het echt.

306

We proberen nog via het pad dat hij omhoog liep naar de top te gaan, maar het is toch echt te laat. We lopen nog een poosje door tot we uitzicht op de Pyreneeën hebben, eten wat, maken een fotootje en lopen dan naar beneden. Via het pad dat ons gewezen is.
Half negen zitten we in de auto. Doodop.

309
Tozal de Guara.

Informatie over de gebruikte kaart.
De routes die op de kaart zijn ingetekend zijn niet accuraat. Regelmatig staat een weg ingetekend na een brug, terwijl hij voor die brug ligt. Hoogtelijnen wijken soms 100 m tot 150 m af. Sommige routes zijn wel ingetekend, maar worden niet gelopen of zijn onmogelijk te lopen.
Er is ons verteld dat dit gebied pas zo’n 15 jaar geleden toeristisch werd. Dat is ook de eerste indruk van onze kaart. Het lijkt erop dat er toen een wandelkaart gemaakt is, die nog een paar keer verfijnd is, maar die absoluut niet te vergelijken is met een IGN kaart.
De meeste mensen die we zagen lopen een route uit een gidsje, zonder kaart. Deze routes zijn veel belopen en meestal aangegeven met bordjes.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

Editorial Pirineo, Cartas Pirineo, 1 : 40 000, Sierra and Canyons of Guara Park

Wandelen op Cap de Creus

In de Op Pad nr 7-2012 lezen we een 3-daagse tocht op het schiereiland Cap de Creus. Een mix van mooie natuur en cultuur, deze tocht moeten we onthouden. We zijn nu in de buurt, dus we kopen een wandelkaart en gaan deze tocht doen. De tocht zoals die beschreven is in Op Pad is geen rondje, je komt dus niet terug bij je beginpunt. Wij zijn dat wel van plan, dus we passen de tocht een beetje aan: We willen de eerste twee dagen langs de kust lopen zoals de originele tocht en de derde dag de oversteek maken dwars over het schiereiland. Na wat rekenen met afstanden en hoogtemeters lijkt dit een mooi alternatief.

02
Roses.

We bereiden ons voor vanuit een camping aan de kust bij Roses. De camping wordt voornamelijk bevolkt door badgasten en petanque spelende ouderen. Het is er lekker rustig en schaduwrijk.
We laten de auto staan op de camping en vertrekken over de boulevard van Roses. Dit is niet echt ons ding, maar al snel kunnen we Roses achter ons laten om over een kronkelend voetpaadje langs de zee te lopen. De temperatuur is aangenaam, omdat er genoeg verkoeling is van de schaduw van bomen of van de wind. We volgen hier de GR92 en komen achter elkaar langs verschillende kleine baaitjes. Sommigen baaien zijn vanaf de weg bereikbaar. Dat is meteen merkbaar, er zijn dan hotels gebouwd of een camping en je kan er bijvoorbeeld een tochtje met een speedboot maken. Vele andere baaien zijn alleen bereikbaar te voet (niet eens zo heel ver van de verharde weg). Er zijn daar dan hooguit een handjevol mensen die de moeite nemen om er naartoe te lopen.

06

Vanaf Cala Pelosa verlaten we de kust, om via het binnenland naar Cadaqués te lopen. We zien er een gecko die zit te zonnen op een paaltje! Bij Platja de Jóncols versnellen we nog even, om aan een strandtent vol met dronken ouderen te ontsnappen.
Cadaqués is bekend omdat kunstenaar Salvador Dalí er een huis had. Dit huis is nu verbouwd tot museum. Het is er toeristischer dan we dachten en we beleven er een onrustig nachtje op de camping: na het avondeten arriveren er een paar gasten die tot laat in de nacht luidruchtig blijven. Als ze dan eindelijk rustig zijn, gaan de lokale zwerfkatten met elkaar in gevecht. We besluiten toch maar op tijd op te staan, om in de verkoeling van de ochtend te kunnen lopen.

12
Cadaqués

Via paadjes, stukjes weg en de Cami Antic gaan we op weg naar de vuurtoren op Cap de Creus. Vlak voor de vuurtoren schakelen we over op de GR11, om die naar het westen te volgen. Vandaag is een warmere dag dan gisteren: er zijn veel minder bomen en het waait niet zo hard.
Na Sint Baldiri zigzaggen we naar het dal, naar camping Port de la Selva.
Na een goede nachtrust kunnen we weer op weg. We verlaten de route zoals die in Op Pad beschreven staat en zoeken de GR92 weer op. Langzaam stijgen we het binnenland in, tot Coll de sa Perafita. Let hier op bij hotel “sa Perafita”! Er zijn twee paadjes omhoog en beide zijn met een gele streep gemerkt. Je moet het rechtse pad omhoog hebben. Wij hebben hier het linker pad aangehouden en kwamen er veel te laat achter dat dit het verkeerde was. Er zijn hier ook gele strepen getekend, wat blijkbaar niet wil zeggen dat je de gele route volgt. We volgen de gele verfstrepen tot Mas Romanyac, waar twee boeren een kudde koeien opjagen. Via Mas dela Arbres, Pla d’en Caussa, Puig de la Sardina en de andere topjes dalen we af naar Roses.

20
Afdaling vanaf Puig Cabrit richting Roses.

Deze tocht hebben we overnacht op campings en gegeten in de dorpen. Anders dan normaal, waar we bivakkeren in de buurt van de route. In juni is dat niet mogelijk op Cap de Creus, alle stroompjes en bronnen die we op de kaart zagen waren in realiteit droog. De enige manier om aan water te komen is in de dorpen zelf. De route is erg mooi en afwisselend. Elke dag loop je door een ander landschap: de kust, dan een glooiend binnenland erlangs en uiteindelijk een heuvelachtig stuk terug naar Roses. Vooral de tweede dag zijn er weinig bomen, die voor de broodnodige schaduw zorgen rond het middaguur. De drukte in juni valt nog mee, de temperatuur in juni loopt echter al aardig op.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Op Pad magazine
Jaargang 2012, uitgave 7
Artikel door Nienke Koning en Ernst Kremers

Geo/Estel Mapa Excursionista E-25, 1 : 25 000, Cap de Creus Parc Natural

Drie weken in de geest van de HRP

We hebben geluk. De avond voor de start van onze vakantie krijgen we een berichtje dat onze (schoon)zus op de camping staat in het stadje waar we met de trein aankomen. Ze wil ons wel naar Lescun brengen, het beginpunt van onze tocht. Deze keer hebben we een stuk Pyreneeën uitgezocht tussen Lescun en Bagnères-de-Luchon. We maken een trektocht in de geest van de HRP: we laten ons leiden door het weer, door de mooie omgeving en door hoeveel zin we hebben in het maken van hoogtemeters. De HRP slingert door Frankrijk en Spanje, we zullen de komende tijd meerdere malen de grens oversteken.

000
Overzicht van de route.

Op de parkeerplaats Pont Masousa nemen we afscheid, de komende drie weken zullen bestaan uit wandelen, eten, slapen, maar vooral genieten. Natuurlijk maken we daarbij de nodige foto’s. Bij het klimmen uit het dal van Lescun is ineens het beeld van het fototoestel wazig. Hoe kan dat nu? Alles is toch gecontroleerd? We bekijken de lens en zien dat het UV-filter die voor de lens zit in 100 stukken gebroken is. Die zit erop ter bescherming van de lens en heeft zijn werk goed gedaan. Zonder filter was de lens kapot geweest en hadden we geen foto’s gehad van deze vakantie.

De weg naar boven is best druk. Er komen verschillende jeeps langs en het is goed bereikbaar voor wandelaars door zijn hoge parkeerplaats. We hadden verwacht genoeg water te kunnen krijgen, omdat we een groot stuk langs de beek Gave d’Ansabère lopen. Die blijkt op een groot aantal plaatsen droog te staan. Droge rivierbeddingen zullen we nog meer tegenkomen in de loop van deze tocht. We komen aan bij cabane Ansabère, een herdershut. Er staat daar een bord met uitleg over Patou, de herdershond. Patou werkt zelfstandig en beschermt de kudde tegen wilde dieren. Loop met een boog om de kudde schapen en er gebeurt niets. Doe je dat niet, dan zullen ze aanvallen. We pauzeren even en lopen verder richting Lac d’Ansabère. Nog geen half uur later steekt een kudde schapen het pad over en staan we midden in de kudde… en zijn drie Patou’s. Die komen al aanrennen en blaffen en grommen luid. Ze laten nog net hun tanden niet zien. Tijd om het hazepad te kiezen, langzaam afstand nemen van de kudde en er met een grote boog omheen lopen. We worden nog een tijdje nagekeken door de viervoeters, maar ze gaan akkoord met onze omweg. Gelukkig.

002
Op weg naar Lac d’Ansabère.

We lopen door langs Lac d’Ansabère, een klimmetje, een stuk over de graat, weer een stuk naar beneden en komen uit bij Ibón de l’Acherito. We kijken even rond met de verrekijker en tellen er al vijf tentjes. Het waait best hard, dus wij zetten onze tarp niet aan het meer. Een stuk verderop is een mooie vlakke plek, achter een heuveltje, uit de wind. Daar gaan we staan. De zon gaat onder, het is 12C en er komt net een kudde koeien voorbij. Tijd om te gaan slapen. Dat wil niet zo lukken. De wind trekt behoorlijk aan, ook achter de heuvel waar we zitten. Vooral de windvlagen laat het doek van onze tarp flink klapperen. We maken de regenbek van onze tarp open, zodat de wind er doorheen kan waaien, waardoor het flapperen verminderd. Als eindelijk de wind gaat liggen, komt er nog een kudde koeien langsbellen. Daarna volgt dan eindelijk rust. Eindelijk. Om zeven uur staat de volgende familie koeien klaar. Twee kalfjes zijn geïnteresseerd in onze kookspullen en onze tarp. Ze worden door moeders op gepaste afstand gehouden.

005
Onze bivak plek

We vervolgen onze tocht en zien grote groepen wandelaars vanaf de parkeerplaats bij la Mina omhoog komen. Hopelijk wordt het niet al te druk, of gaan ze een andere kant op dan wij. Wij klimmen door naar col de Pau en Pic de Burcq. We maken snel meters met een pad dat de hoogtelijnen volgt. We zien op afstand een kudde schapen voorbij trekken, met hun Patou. Die doet goed zijn best: als twee vale gieren interesse tonen in de kudde en polshoogte komen nemen, verjaagt Patou ze. Als we cabane de Lapassa passeren, kruist alweer een kudde schapen ons pad. Het kost ons een half uur omlopen.

Bij refuge d’Arlet drinken we een colaatje en melden ons aan voor het avondeten. Onze tocht gaat rond de 19 dagen duren en we hebben eten mee voor 10. Bij Gavarnie hopen we extra eten te kunnen kopen, maar we zullen ook een aantal keer in een hut moeten eten. Dit wordt de eerste. We tellen nog twee andere tentjes in de buurt van de hut en een man of 45 tijdens het eten. Het merendeel van de mensen slaapt dus in de hut. Het eten smaakt goed en bij het afrekenen vragen we naar het weer: de komende twee dagen goed, daarna kans op bewolking, in het weekend regen, daarna weer lange tijd mooi weer.

018
Refuge d’Arlet in de ochtendzon.

Vanaf refuge d’Arlet gaan we naar col d’Arlet. We wijken hier af van de HRP, omdat die een groot stuk over de weg gaat. Het dal Aguas Tuertas dat achter col d’Arlet ligt, staat op onze kaart als bijzonder mooi aangegeven, dat lijkt ons een veel betere keuze. Over koeienpaadjes dalen we inderdaad af in een mooi dal met een sterk meanderend riviertje er doorheen. Onderin het dal loopt de GR11.

026
Aguas Tuertas.

Aan het eind van het dal komt ons pad samen met de GR11, die we de rest van de dag volgen. Buiten de GR10 en de GR11 komen we niet zo veel mensen tegen, maar beide GR’s worden druk belopen. Na een pad over rotsen hebben we uitzicht op Ibón d’Estanés. Een groot meer, waar vele mensen aan strandjes liggen of een duik nemen. Het is er warm genoeg voor. We zitten de hele dag al krap met ons water en vinden een bronnetje bij het meer. We nemen maar gelijk vijf liter mee. Binnen een paar uur gaan we bivakkeren en het is maar de vraag of we op onze bivak plek wel water hebben. Bijna aan het eind van Val d’Aspe vinden we een mooie bivakplek met een beekje in de achtertuin. We gaan vandaag één van de Noorse toermaaltijden van DryTech proberen. We hebben er een paar meegenomen, naast onze maaltijden van Adventure Food. De DryTech maaltijden zijn erg lekker, maar dat moet ook wel voor die prijs. We genieten in ieder geval in het zonnetje van onze wildschotel met rendiervlees. Volgende keer warmen we de maaltijd wel weer op in ons pannetje. Het is niet makkelijk eten uit zo’n diepe zak, met een korte lepel.

036
Bivak bij Val d’Aspe.

Na Val d’Aspe en col de Causiat gaan we naar Candanchú. Een wintersportparadijs met wel 39 km aan ski-piste. Er is een supermercado waar ze geen siësta houden. We kopen zonnebrand, onze tube is al bijna op, en een brood met ham. Even wat anders eten dan toerbrood. Na het eten zijn we over het asfalt naar het volgende ski gebied gegaan: Astún. Vanaf Astún gaan we gelukkig weer over paadjes verder. Langs Ibón del Escalar naar col des Moines. We zitten te pauzeren als er een man voorbij komt en zijn kaart pakt. Hij vraagt of we ook de HRP lopen. Een stukje, ja. Hij kijkt op zijn kaart, zegt dat hij de hele HRP in 28 dagen wil doen, en weg is hij. Later horen we dat het record op 26 dagen staat. Niet normaal. We dalen af naar Lac Bersau en gaan op weg naar refuge d’Ayous. Ons eindpunt van vandaag, dachte we. Het is er zo druk, het lijkt wel een camping. We lopen door naar het volgende meertje (Lac du Miey), wat we helemaal voor onszelf hebben. Ook hier hebben we prachtig uitzicht op de Pic du Midi.

048
Pic du Midi bij Lac du Miey.

’s Avonds brengen we nog een verbetering aan op onze tarp: de regenbek flappert nogal snel. We verlengen de tui-lijn waar de regenbek aan vast zit met zo’n 50 cm en het flapperen is al een stuk minder. We zitten weer in Frankrijk en gaan verder op de GR10: Pont de Bious, Lac de Bious-Artigues, daarna weer het rustige pad naar col Long de Magnabagt. In de buurt van de col staat een cabane van een herder. Hij verkoopt geitenkaas en schapenkaas. We dachten nog om na col de Lavigne over Crête Lavigne Chérue te gaan. Dan loopt je boven langs door het hele dal. Bij aankomst op de col waren we al moe genoeg en we moeten nog een flink aantal hoogtemeters, dus besluiten we om direct door te gaan naar de volgende col. Dan weer 600 meter omlaag naar de D934 en weer op zoek naar de GR10. Die loopt om het stuwmeer Lac de Fabrèges, waar de droogte goed merkbaar is: het peil van het stuwmeer staat zeker een meter of 10 onder zijn normale stand. We vinden de GR10 weer en lopen omhoog door een bos vol steekvliegen. Dat houdt het tempo er in ieder geval aardig in. We vervolgen omhoog door Val de Lurien en stellen onze tarp op naast de vervallen cabane du Lurien. Tegenover ons zit een bergmarmot te eten en te kwispelen. Om ons heen verzamelen zich regenwolken. In  ons dal blijft het droog, maar ’s nachts zien we grote onweerswolken voorbij trekken waar we gisteren waren. Elke seconde was er wel een bliksemschicht.

052
Verkoop van geitenkaas en schapenkaas.

De dag erna lopen we naar refuge d’Arrémoulit, via col du Lurien en Lac d’Artouste. Refuge d’Arrémoulit is een kleine hut in de oude stijl. Een leuke huttewaard, die ook goed kan koken. We delen onze tafel met een Frans gezin en twee Franse vrouwen. We hebben zelfs nog een gesprek in half Frans, half Engels en een beetje handen en voeten. Vooral de zoon van het gezin is een grote kletskous. Onze tarp staat hier naast een huizenhoog rotsblok op een vlak stuk grond. Tijdens het eten begint het te regenen, hagelen en onweren. Wij zitten in de hut, maar of onze spullen het droog houden? Aan het eind van de maaltijd is de regen voorbij en is het voor ons tijd om de schade op te nemen. Op wat spat regen vanaf de grond na, heeft de tarp zich goed gehouden gelukkig. ’s Nachts steken de windvlagen jammergenoeg weer op.

065
De avond valt bij Lac d’Arrémoulit.

De route gaat nu naar col d’Arremoulit, Ibones del Arriel, hoge pad door het dal naar refugio de Respomuso en dan naar het dal naar collado de la Faixa (col de la Fache). De refuge is groot en nieuw. Het lijkt er zelfs op dat de GR11 verlegd is. Volgens onze kaart loopt die niet langs de hut, maar tegenwoordig wijzen alle rood-wit markeringen je langs de hut. Op weg naar de col de la Fache komen we langs een niet-afgemaakte stuwdam. Deze dam staat ook als ‘niet-afgemaakt’ in het boek van Ton Joosten uit 2002. Achter de dam zijn twee jonge bergmarmotten met elkaar aan het stoeien. Ze zijn niet bang en we blijven even kijken. We zijn nog een klein stukje gestegen naar de col en zien een mooie plaats om te bivakkeren. Omdat er wind en regen voorspeld is voor de avond, stapelen we stenen rond de tarp. We melden onze positie regelmatig via een SPOT baken. Zo ook bij deze bivakplek: we drukken op OK, laten het baken een half uur liggen en willen hem uitzetten. Ondanks dat alle lampjes aangeven dat hij klaar is met verzenden, doet de SPOT raar: hij wil niet uitgaan. Na een paar pogingen trekken we de batterijen eruit. Uit is uit. Rond negen uur horen we een helikopter het dal in vliegen. We pakken onze camera, deze komt wel erg dichtbij! We verbazen ons nog meer als hij overvliegt en even verderop draait en terugkomt. Het blijkt een helikopter van de Guardia Civil en hij landt op een meter of tien van onze tarp. Er komen twee mannen uit, die onze namen kennen en vragen of alles goed is. Ze spreken alleen Spaans, geen Engels, dus communiceren gaat moeilijk. We weten ze duidelijk te maken dat alles goed is, ze maken een foto van onze paspoorten en weg zijn ze. Ze stijgen op over onze tarp, onze huisraad vliegt door de lucht en we blijven verbaasd achter. Wat in hemelsnaam is er gebeurd? Als dit door de SPOT komt, dan hebben familie en vrienden ook gezien dat er een helikopter gestuurd is. En hoe weten ze dan dat alles goed is en er niets gebeurd is? We hebben hier geen bereik met onze telefoons.

071
De helikopter van de Guardia Civil.

We zoeken onze huisraad bij elkaar. Onze pan vinden we 10 meter verderop, ons windscherm 20 meter verder, aan de andere kant van een beek. Dan lopen we een stuk omhoog, misschien doen onze telefoons het daar. Helaas. Met minder dan een half uur daglicht resterend, belooft het een onrustige nacht te worden. We zetten de wekker voor de volgende ochtend. De volgende dag snel ontbijten, inpakken en op pad. We hadden onze kansen het hoogst geschat op Collada de los Musales, een halve dag lopen vanaf onze plek. We lopen stevig door en bereiken de col rond een uur over tien. We bellen met onze ouders: onze SPOT heeft het “HULP” bericht uitgestuurd in plaats van OK. Daarom is het thuisfront bezorgd en ongerust geworden en is er hulp ingeroepen. Gelukkig hebben ze wel een terugmelding gekregen dat alles met ons goed ging. Na dit avontuur zijn we teruggekeerd naar tot waar we gekomen waren, om vandaar over col de la Fache richting refuge Wallon te gaan. We zetten onze tarp neer naast een meertje halverwege de col en de refuge. We worden wakker met grazende schapen rond onze tarp. Geen Patou te zien gelukkig. We dalen af naar refuge Wallon en drinken er een cola. De hut wordt bemand door jongeren, die alvast aardappels zitten te schillen in de zon. Over de weersverwachting zeggen ze: Like now, sometimes the clouds move in, sometimes they move out. Ondanks dat de dag begon met regenwolken, eindigt hij met een stralende blauwe hemel.

078
Grazende schapen rond onze tarp.

In de buurt van de refuge liggen een aantal bruggen, om over de snel stromende Gave d’Arratille te komen. We nemen het pad naar Lac d’Arraille. Door de verfstrepen te volgen kun je snel stijgen tot Puerto de Arratil. Daarna gaat het over blokkenterrein naar Puerto de Cauterets. Hier kunnen nog tot laat in het seizoen sneeuwveldjes liggen, maar wij komen er geen tegen. Na de col dalen we af tot bijna bij refuge des Oulettes de Gaube. We zetten onze tarp tussen de blokken met zicht op de Vignemale en zijn broer de Petit Vignemale. We maken ons avondeten en hopen op een onbewolkte nacht. Misschien zit er nog een mooie nachtfoto in, met sterren en de Vignemale erop. In het begin van de nacht gooit de maan roet in het eten. Hij komt op direct achter de Vignemale. Dan toch maar de wekker zetten. ’s Nachts lopen er 6 Spanjaarden voorbij naar de Vignemale. We zien het licht van hun hoofdlampjes even later weerkaatsen op de gletsjer.

085
De Vignemale en de Petit Vignemale bij nacht.

Als we de volgende ochtend vertrekken, zien we twee touwgroepen op 1/3 van de Vignemale in de wand hangen. De twee overgebleven mensen zien we afdalen over de gletsjer. Wij lopen door naar Hourquette d’Ossoue. Daar begint het wandelpad naar de Petit Vignemale, waar het file lopen is. We lopen langs refuge Bayssellance, de hoogst bemande hut in de Pyreneeën en beginnen aan de lange afdaling naar Gavarnie. We verbazen ons als we gevraagd worden welke top de Petit Vignemale is en of je daar stijgijzers voor nodig hebt. Hoe goed hebben deze mensen zich voorbereid?

Gavarnie bestaat uit hotels, restaurants en souvenierswinkels. Je kan er een ezel of een paard huren om je te laten rijden naar de beste plek om de cirque te zien. Wij zitten nog in een ander ritme. Gisteren hebben we nog op de kaart gekeken of er wel een beekje langs de camping stroomt, voor water en om te wassen. Pas een halve minuut later sijpelde de gedachte door dat een camping wel stromend water zal hebben uit een kraan. We hebben uitgekeken naar de douches op de camping, maar ze zijn ijskoud. We eten wat in een restaurantje, slaan eten in bij de supermarkt en vertrekken weer de bergen in.

090
De hutte-ezel.

We nemen het bospad naar refuge des Espuguettes. De zon schijnt flink, dus de verkoeling van het bos is welkom. Als we na de refuge bij Hourquette d’Alans aankomen, hebben we er toch alweer 1100 hoogtemeters op zitten. We vinden een plek voor onze tarp hoog in het dal van Gave d’Estaubé. Net na het eten horen we een vreemd, hoog en aggressief geloei. We pakken de verrekijker en zien een groep van zo’n twintig vale gieren die het op een heel klein kalfje gemunt hebben. Het kalfje is zo groot als een grote hond en staat met z’n twee grotere zussen en twee koeien alleen in dit deel van het dal. De rest van de kudde staat aan het andere einde van het dal. De gieren proberen het kleine kalfje te isoleren door naar de koeien te lopen terwijl ze hun vleugels krachtig heen en weer slaan. De twee koeien zorgen ervoor dat de kalfjes altijd tussen hun in staan, zodat de gieren er niet bij kunnen. Eén koe rent zelfs een keer al loeiend op de groep gieren af. Dit maakt blijkbaar toch genoeg indruk, want even later kan het kleine groepje zich toch weer aansluiten bij hun kudde. De gieren moeten met een lege maag naar bed vandaag.

093
Cirque d’Estaubé.

De volgende ochtend zien we dat de herder bezig is met het kleine kalfje. We lopen door en zien dat er vlak voor stuwmeer Lac des Gloriettes een brug gemaakt is, die leidt naar het pad richting Troumouse, de derde cirque op rij in deze omgeving. Met deze brug snijden we het hele stuk om het meer af. Dat is niet het interessantste stuk, dus wij zijn erg blij met deze afkorting. Het deel daarna, langs Montagne de Pouey Boucou, naar cabane Groutte gaat ook snel, omdat het ongeveer op gelijke hoogte blijft. De HRP gaat hier eigenlijk het dal in, om daarna weer te stijgen. Het lijkt ons mooier om langs cirque de Troumouse te gaan. Het zal niet veel schelen, onze weg heeft niet veel hoogteverschil, maar is wel langer. We lopen langs auberge le Maillet en gaan dan naar de cirque. Vanuit het dal komen wolken aandrijven. Als we bij Troumouse aankomen, beginnen de wolken te stijgen. Met weinig zicht wordt het een doolhof van paadjes, maar we vinden de juiste weg. Het is lastig navigeren als we er achter komen dat de Lacs des Aires op kaart in werkelijkheid droog staan. Een half uur later staan we voor de betonnen cabane les Aires. We koken er, maar slapen liever onder de tarp.

096
Eten in cabane les Aires.

Tijdens het koken komen twee mensen aanlopen die in het hutje willen overnachten. Geen probleem, wij zijn toch al van plan om buiten te overnachten. Ze zijn over Col de la Sède gekomen. Op hun kaart (IGN, schaal 1:25000) staat daar een paadje. Op onze Spaanse kaart, schaal 1:50000, staat die niet. Wij moeten ook die kant op, maar weten niet of er aan de andere kant ook een pad in de goede richting gaat. En met dichte mist is het niet gemakkelijk zo’n paadje te vinden. Jammer dat het voor ons niet mogelijk is de nauwkeurige kaarten mee te nemen. De keuze was makkelijk: of 3 kaarten 1:50000 meenemen, of zo’n 12 kaarten met schaal 1:25000. De ochtend erna zijn de wolken alweer deels opgetrokken. We worden eerst door de schapen en daarna door de koeien geholpen met inpakken. Of zouden ze het brood ruiken dat we in Gavarnie gekocht hebben? Deze dag gaan we van cabane les Aires over het hoge pad naar Ruisseau des Aiguilous, Hourquette de Héas, Hourquette de Chermentas en refuge Barroude. Vooral Hourquette de Héas is erg mooi. Het laatste stuk bestaat uit flinke granieten brokken en vanaf de col heb je een prachtig uitzicht. Na Hourquette de Chermentas zijn we een klein stukje afgedaald, om daarna een steil paadje omhoog te nemen. Dit paadje staat niet op onze kaart maar is veel mooier dan afdalen tot het dal en dan weer omhoog. Het steile paadje gaat namelijk over in een hoog bergpad over een rotsband. Vandaag horen we verschillende mensen over Pic de la Sède. We snappen niet helemaal waarom deze berg zo in trek is. We zetten onze tarp neer aan de uitloper van de Lacs de Barroude en zien voor het eerst deze vakantie Chamois. Het zal bij deze ene keer blijven. Later komen we iemand tegen die elk jaar in de Pyreneeën komt, maar dit jaar er ook maar heel weinig heeft gezien. Hij denkt dat er misschien een ziekte heerst.

104
Bivak in het dal van Barroude.

’s Nachts steekt de wind toch weer op. We openen de regenbek en het gaas weer, maar de windvlagen laten het tentdoek flink klapperen. Een paar keer vrezen we dat het doek misschien gaat scheuren. Er gebeurt uiteindelijk niks, de tarp is veel sterker dan we denken. Gisteren werd ons verteld bij de hut dat voor komende avond onweer voorspeld is. We willen vandaag dus het liefst bij een cabane uitkomen en maken een plan voor een monster etappe: op de kaart staat een cabane vlak voor Las Collás, cabaña de Sallena. Om er te komen moeten we 1200 m stijgen, 1700 m dalen en ook nog flink wat afstand afleggen. We vertrekken vroeg, een saai stuk over een onverharde weg, dan over asfalt en daarna weer 11 km over een onverharde weg. Bovenaan deze laatste weg ligt een gebouw van de elektriciteitscentrale en niet ver daarachter vinden we een cabane. We stoppen voor vandaag, zijn moe en hebben honger. We maken een bouillon, ruimen de cabane een beetje op en maken wat te eten. We zien de buien door het dal trekken, gevolgd door onweer.

108
Naderend onweer vanuit Valle de Bielsa.

Het nadeel van zo’n onverharde weg is dat er auto’s kunnen komen. In Spanje rijden er dan ook best wat auto’s rond: we tellen er die dag een stuk of acht. Vooral de laatste auto vertrouwen we niet, hij stopt vaak en op plaatsen waar we dat niet verwachten. We vertrouwen het niet, pakken onze tassen en gaan door met onze tocht. Het is nog een paar uur licht en we zijn alweer wat uitgerust. Voor het donker zetten we onze tarp neer op een rotspuntje boven cabaña de Sallena. Hebben we toch nog bijna deze monster etappe volbracht. We zien dat de cabaña geen dak meer heeft. Mooi uitzicht, hoog op een rotspuntje. Als we even later in bed liggen, zien we overal flitsen. Het onweer is teruggekomen. We vertrouwen onze bivakplek niet 100% zo boven op een rotspuntje en pakken weer onze spullen in. Met de hoofdlampjes op dalen we af tot aan cabaña de Sallena, helaas vervallen en dakloos. We zetten onze tarp weer op en vallen in slaap. Niet voor lang, want een half uur later begint het te regenen. En te hagelen. Het onweer is nu niet alleen meer te zien, maar ook luid te horen. Een uur lang flitst en dondert het 2 à 3 keer per seconde en dan is het eindelijk overgetrokken. Nee, dit soort onweer kennen we niet in Nederland. Om half vijf komt het nog even terug, maar niet zo hevig als aan het begin van de nacht. We zijn blij met hoe onze tarp zich gehouden heeft in dit weer. We hadden de onderkant niet tot de grond afgespannen, dus aan de kant waar de wind vandaan kwam, is het iets ingeregend. Dat hij de hagelstenen overleeft heeft, verbaast ons nog steeds. Sterk spul, dat silnylon.

Onze route gaat verder naar Biadós. We proberen te eten bij de hut, maar dat is erg moeilijk. We drinken er maar wat en vervolgen dan onze weg. Biadós is een klein bergdorpje, maar naast de hut lijkt er niemand te wonen. Het onkruid bij veel huisjes staat metershoog voor de voordeur. Na Biadós zijn we door Valle de Añescruzes gelopen. We worden op de hielen gezeten door regenwolken, maar die weten ons niet in te halen. Aan het eind van het dal staat een cabane en dat is een mooi eindpunt voor vandaag. Het weer is nog steeds onstabiel en na afgelopen lange etappe en korte nacht is het tijd voor een dag rustig aan. Later krijgen we in de cabane gezelschap van een oude, Franse man. Hij is over de zestig, heeft een herdruk van het originele boek HRP van Véron bij zich en wil de hele HRP lopen in 45 dagen. Volgens het boekje. Hij wordt ondersteund door familie en vrienden voor bevoorrading. We praten wat en wisselen ideeën uit over hoe je zo’n tocht aanpakt. Als we gaan slapen, begint het te onweren. Het regent en hagelt zo erg dat we zelfs in de hut soms druppels voelen. Onze tarp lijkt blij, ingepakt in de rugzak. Eén nacht van zulk slecht weer is wel even genoeg.

112
Cabaña in Valle de Añescruzes.

’s Ochtends levert dat wel hele mooie plaatjes op: op de hoge bergen om ons heen heeft het afgelopen nacht gesneeuwd. Door het natte gras stijgen we naar Puerto de Aguas Tuertas om in Frankrijk af te dalen in Vallon d’Aygues-Tortes en uiteindelijk uit te komen bij refuge de la Soula. De refuge zit in één van de gebouwen van de elektriciteitscentrale, we lopen er bijna aan voorbij. Het begint ons op te vallen dat veel mensen die een huttentocht maken tussen één en drie uur bij de hut aankomen. De rest van de dag hangen ze dan een beetje rond de hut. Wij lopen vandaag in ieder geval door tot aan Lac de Caillauas. De hele omgeving zit in de wolken, we zetten onze tarp neer op het enige plekje aan het meer. Gisteren spraken we wat Denen die ons de tip gaven om bij Lac des Isclots te kamperen. We dachten dat daar deze avond een man of vier zou kamperen, maar als we er de volgende dag langskomen, zien we dat er een man of 13 hebben gestaan. Waarschijnlijk in net zo’n dichte mist als wij.

117
Lac de Caillauas.

Van onze tocht rest alleen nog het stuk naar refuge du Portillon. Een prachtig stuk door ruw terrein. Eerst over blokkenterrein naar col des Gourgs Blancs. Langs wat sneeuwveldjes, maar nog niet over sneeuw. Dit jaar is er maar weinig sneeuw. In het blokkenveld staan overal steenmannen, wat niet helpt met navigeren. Vanaf de col gaat het steil naar beneden tussen blokken, dan over een sneeuwveldje en daarna weer omhoog tussen de blokken. We komen uit bij col du Pluviomètre. Die heet zo vanwege de grote regenmeter die er in de buurt staat. Mooi uitzicht op Lac d’Oô en Val d’Astou. Je kijkt zo het laagland in, wat een verschil met deze bergen. Vanaf col du Pluviomètre zijn we naar de top van Tusse de Montarqué gegaan en daarna door naar refuge du Portillon. Het stuk over de top is net zo lang als erom heen, dus dit is zeker de moeite waard. Deze dag was één van de mooiere van deze vakantie. Technischer terrein dat beloond wordt met prachtige vergezichten.

122
Wandelen.

130
Terugblik op Col de Gourgs Blancs.

Vanaf nu komen we dichter bij huis met elke stap die we zetten. Eerst overnachten we nog in de buurt van Lac Saussat. Via een stuk GR10 en de top Pic de Céciré gaan we naar Bagnères-de-Luchon. Pic de Céciré is ook een aanrader. Het is één van de hogere toppen in de omgeving. Je kijkt boven de rest uit, met uitzicht op de hoge bergen in de Pyreneeën. En dat zo dicht bij een stad. We hadden een mooi plekje gevonden om te overnachten, ergens naast de ski-pistes. Helaas, helaas, ook daar rijden mensen met jeeps. Dus ook hier zijn we weer vertrokken na het eten. We zijn nog een stuk afgedaald en hebben onze tarp in het bos gezet, net voor zonsondergang. Onopvallend, een stuk van het pad. Ondertussen hebben we nog een aantal herten gezien.

137
Vanaf Pic de Céciré.

De laatste dag dalen we af over de GR10 tot Bagnères-de-Luchon en stappen we op de trein.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Ton Joosten – De Haute Randonnée Pyrénéenne
Uitgeverij Elmar, 2002
ISBN 90389 1252 8

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 3: Béarn

Mapa excursionista, carte de randonnées, 1:50 000, No 23: Aneto – Posets

Mapa excursionista, carta de randonnées, 1:50 000, No 24: Gavarnie – Ordesa

Pyreneeën, zomer 2011

00-002
De route

Vrijdag 22 juli 2011

De taxi-chauffeur heeft er vanochtend geen zin in, hij is later dan afgesproken. We zijn gelukkig net op tijd voor onze trein in Eindhoven. Al het ge-trein daarna gaat zonder problemen. Alleen de laatste trein heeft een half uur vertraging, maar dat geeft niks. Na Tarascon sur Ariege hebben we geen aansluitingen meer nodig.

We kamperen vandaag op een vier-sterren-familie-kampeer-paradijs. Leuk, animatie en harde muziek. Morgen lekker wandelen!

Zaterdag 23 juli 2011

Bij de VVV vertellen ze ons dat er geen openbaar vervoer naar Mounicou gaat, ons beginpunt. Er rijdt wel een bus naar Auzat, maar niet vandaag. Dus zijn we naar de D-8 gelopen en hebben we onze duim opgestoken. De vierde auto stopt: een knal-oranje en erg oude Citroën bus. Er zit een jongen en zijn pa in, en die willen ons wel meenemen. Ze gaan richting Mounicou, dus dat komt goed uit.

Bij Vicdessos moet er nog worden getankt. Ze blijven maar doorrijden in de goede richting en uiteindelijk mogen we op de splitsing Mounicou met Cascade de l’Artique eruit. Ongelooflijk, we zijn met één lift tot 800m van ons startpunt gekomen. Dat hadden we nooit gedacht!

01-001
Het beginpunt

Bij de VVV hadden we vanochtend al gezien dat de bewolking vanaf 2200m begint. De rest van de dag laat zich dan ook makkelijk samenvatten in: mist en regen.
Orientatie is erg lastig in de mist. We blijken uiteindelijk te overnachten bij twee meertjes onder ‘le Picot’. Vandaag zien we dat niet, maar morgen pas, als we wakker worden.

Vandaag komen we er ook voor het eerst achter dat de schoenen van Charissa echt lek zijn. D’r sokken zijn echt he-le-maal nat. Hoofdzakelijk van lopen door nat gras. Dat belooft nog wat als het echt gaat regenen.

Zondag 24 juli 2011

Vandaag lopen we richting refuge de l’Etang Fourcat. Een mooi moment om even te genieten van een blikje fris en naar het weer te vragen. De huttenwaard vertelt ons letterlijk: ‘demain d’hîver, mercredi et jeudi beau.’ Dat belooft wat.

02-004
Het Etang Fourcat.

Het volgende stuk HRP is erg mooi, al worden we op de hielen gezeten door bewolking en miezelregen.

We hebben ons tentje opgezet bij de middelste van de Estanys de Tristane. Zodra we de tent opgezet hebben, gaat het regenen. Het is daarna de hele nacht niet meer opgehouden met regenen en hard waaien. We worden continu wakker van de wind.

02-006
De tocht planning.

Morgen kunnen we kiezen voor een graat oversteek door Frankrijk, of we kunnen doorlopen naar Andorra. Waar is het goede weer?

Maandag 25 juli 2011

’s Ochtends regent het nog steeds. We zijn erg blij dat we alles, zelfs de binnentent, kunnen inpakken, terwijl de buitentent nog opstaat. We zijn in de regen vertrokken en zijn van plan om naar refugio Sorteny te gaan. Daar kunnen we dan even opdrogen.

Ondertussen raken we de weg kwijt en komen op een weg die niet op onze kaart staat. Onze kaart is uit 2001, en deze weg is erg nieuw. We komen een boswachterspost tegen en vragen er hoe we het gemakkelijkst bij Sorteny kunnen komen. De vriendelijke meneer vertelt ons dat de hut vol zit met padvinders, maar dat er iets verderop nog een klein hutje staat. Die staat niet op onze kaart. Hij vertelt over het weer dat het slecht blijft tot het eind van de week en dat het in Androra een heel klein beetje beter is dan in Frankrijk.

Na vele natte moeizame meters komen we dan eindelijk aan bij de cabana. Heerlijk, even bijkomen.

03-001
De cabana.

We hangen onze spullen te drogen en maken een kleine vuurtje. Dan kunnen de schoenen ook een beetje drogen.

03-004
Een vuurtje om lekker bij te komen en de schoenen een beetje te laten drogen.

Dinsdag 26 juli 2011

Vandaag beginnen we langzaam te stijgen naar Collada dels Meners. Een mooi dal, met veel plantjes en bloempjes. Tijdens het stijgen druppelt het een beetje. Vanaf de col tot aan de hut Cóms de Jan regent het aan één stuk. We lopen in onze thermo broek, met daarover heen onze regenbroek. Dat zorgt ervoor dat je niet zo zweet, en de regenbroek voelt niet zo raar op je huid.

04-002
Richting Collada dels Meners

Tegen de middag komen we bij de hut aan, waar we zijn gebleven. Elke keer als de zon zich liet zien, hebben we wat spullen buiten gelegd om te drogen.

04-009
We overnachten in Coms de Jan vanwege de regen.

’s Middags komt een groep Oost-Europeanen aanlopen. Zij besluiten ook om te blijven. De hutten zijn bijna allemaal hetzelfde gebouwd en bestaan uit 2 kamers. Onze Oost-Europeaanse vrienden besluiten om in de andere kamer te overnachten.

We merken nogmaals dat we een oude kaart hebben. Volgens onze kaart is het dal waar we in kijken, Vall de Ransd, onbewoond. Vanuit de hut zien we duidelijk een paar boerderijen en een nieuwe weg liggen.

Woensdag 27 juli 2011

Volgens onze planning zouden we vandaag pad-loos naar de camping van Ingles lopen. We zitten vanochtend in de wolken en besluiten dus maar om de geel-rode markeringen te volgen. Zo blijven we op een pad, dat is net even makkelijker navigeren.

05-001
Ook de volgende dag vertrekken we vol goede moed in de regen.

We stijgen eerst tot Pic de la Passada, om daarna weer te dalen naar Cabana Sorda. Het was makkelijker geweest om op gelijke hoogte te blijven, maar dat kan alleen als we genoeg zicht hebben.

We lunchen bij Cabana Sorda in de eerste zonnestralen van deze dag. Heerlijk. Een beetje mensen kijken, want er komen hier genoeg dagjes-mensen. In het meertje achter de hut wordt gevist.

05-005
Daar in de verte is het: Refuge Sorda.

Na deze heerlijke pauze dalen we af naar Incles. Volgens de kaart ligt Incles aan het einde van een weg, en ligt er een camping. Die weg is er nog, maar er is geen camping te vinden. Een reep en een paar slokken water verder, vertrekken we weer. Nu gaan we weer omhoog, naar de hut Siscaró. Voor de hut zit een ouder echtpaar met een hond. Rustig een boekje lezend in het zonnetje, genieten.

05-010
Bergbeekje.

We steken het plateau Pla del Siscaró over en gaan verder omhoog richting Port Dret. Naast een meertje zetten we onze tent op.

Donderdag 28 juli 2011

Vanaf de col Port Dret is een mooi uitzicht op het weer: Frankrijk ligt onder de wolken, in Andorra lijkt het goed weer. Vandaag gaan we de GRT volgen tot l’Hospitalet. Dat is makkelijk, we hoeven alleen maar de geel-rode markeringen te volgen. We lopen over een pad, de wolken in en komen uit bij … Pic del Maià. Dat was niet de bedoeling, blijkbaar volgen we nog steeds de HRP in plaats van de GRT. Omdraaien, een stukje teruglopen, een afkorting verder en dan komen we onder de wolken uit. We zien zelfs het riviertje waar we langs af moeten dalen, Riu de Saint Josep. Gelukkig, dit is weer de goede weg.

06-004
Op weg naar de col.

Na de afdaling lopen we nog een paar uur door koeien weiden. We komen nog een flink aantal koeien tegen, een hert en een slang. Uiteindelijk komen we uit in Hospitalet.

We hebben niet voor alle dagen avondeten bij, dat zou te zwaar zijn. Onderweg komen we geregeld langs een bemande hut of een dorpje, daar kunnen we vast wel eten. Het is nu rond zes uur, en de Franse ovens staan natuurlijk nog niet aan. Ondanks dat onze Hollandse magen wel wat lusten, kunnen we in dit dorpje niet meer eten dan een sandwich jambon. We willen toch echt nog een stukje doorlopen, dus dan maar een boterham met ham als avondeten. Het voordeel is dat we weer redelijk snel op pad zijn.

Het plan is om vanavond nog een uurtje door te lopen, en dan de tent ergens neer te zetten. Eerst is het veel te steil om een tent neer te zetten en zijn er veel te veel bomen. De bomen bleven maar komen, tot aan 1900 m hoogte! Boven de 1900 m kwamen we alleen maar knollenvelden tegen, of drassige weiden. Ondertussen zijn we alweer bijna bij de volgende hut, dus zijn we maar doorgelopen. We komen aan bij Etang des Bésines om 21.00. Drie uur nadat we vertrokken waren uit Hospitalet, en net voordat het echt donker wordt.

06-009
De tent bij Etang des Bésines

Vrijdag 29 juli 2011

Na mist komt zonneschijn. Eindelijk een ochtend met strak blauwe lucht. Tot aan de Refuge des Bésines komen we veel mensen tegen. Daarna bijna niemand meer. Blijkbaar lopen er veel mensen vanuit het dal naar de hut en dan weer terug. Na de hut zijn we naar Coma d’Anyell gegaan, door een prachtig dal met veel schapen.

07-002
We volgen de GR.

Na de col zijn we afgedaald naar Estany de Lanós. Een dal met veel boulder blokken. We kunnen ons hier wel vermaken met ons crashpad.

Het begint langzaamaan toch weer te betrekken als we om het meer lopen. Het schiet lekker op, lopen over relatief vlak terrein. De wind begint ook van zich te laten horen.

07-011
Deze wolken beloven niet veel goeds.

We hebben moeite om op de goede plek af te slaan richting de Puig Carlit. We lopen laag bij het meer en kunnen daarom niet ver weg kijken. Waarschijnlijk zijn we één dal te vroeg richting de Puig Carlit gegaan. Hoe hoger we komen, hoe dichtbij de wolken en hoe minder we zien. Uiteindelijk zetten we onze tent neer en beginnen we met koken. Na het eten lopen we nog een stukje door de omgeving. We staan in de buurt van het pad waar we morgenvroeg op verder gaan lopen.

07-013
De tent, met op de achtergrond Puig Carlit.

De vraag van vanavond blijft: Was het toetje van vanavond vanille of banaan-smaak?

Zaterdag 30 juli 2011

De ochtend staat in het teken van de Puig Carlit. We staan aan z’n voet met ons tentje, maar kunnen er geen blik op werpen. Voordat de tent ingepakt is, begint de mist op te trekken. Tegen de tijd dat we echt beginnen te stijgen, is de lucht zelfs blauw. Aan deze kant van de berg is het heel erg rustig, geen mens te zien. Dat zal nog wel veranderen.

08-003
Puig Carlit.

De top is hartstikke druk. Van de andere kant is de berg een stuk minder steil en het pad beter. Er komen dan ook hordes dagjesmensen omhoog. We lopen flink door naar beneden en proberen wat te eten bij de stuwdam van Lac des Bouillouses. We hebben wel zin in een salade, om de nodige vitamines aan te vullen, maar onze ober zegt dat dat niet gaat. Misschien dat hij met veel moeite een boterham kan regelen. Een andere ober komt net een salade brengen voor de mensen aan de tafel naast ons. We wijzen onze ober er vriendelijk op en ineens mogen wij ook een salade uitzoeken. Merci beaucoup. Oh, en om te onthouden voor de volgende keer: Als je in Catalonië bent en je vraagt  een salade met charcutterie, dan moet je echt heel erg van de lokale worsten houden.

08-005
De afdaling aan de andere kant van de Puig Carlit.

Nu wordt het tijd om een beetje te sjoemelen. Er volgt nl niet echt een interessant stuk van onze tocht. Bij het informatie-punt bij de stuwdam vertellen ze ons dat er gratis bussen naar beneden rijden. Daar maken we mooi gebruik van, dat is sneller dan het stuk langs de weg te lopen. Jammergenoeg rijden er geen bussen naar Eyne, een dorpje waar het volgende interessante stuk begint.

Met kaart en kompas weten we over de mountainbike paden tot in Superbolquere te komen. Daar kunnen we bij de Casinó wat brood kopen. We vinden er ook een bordje met “gîte” erop. Dat lijkt ons wel wat, we hebben toch alweer een flink stuk gelopen. Bij de gîte staat een mooi bord in de tuin: “non, complet”…

Om een lang, vermoeiend verhaal kort te maken: We vragen nog een paar keer de weg, we lopen nog een keer verkeerd en om half negen eten we een pizza op de camping in Font-Romeu. Morgen regelen we een taxi naar Eyne, we hebben vandaag genoeg asfalt gezien.

Zondag 31 juli 2011

We hebben heerlijk geslapen op de camping. Bij het inpakken kijkt een ouder echtpaar hun ogen uit. Die geloven niet dat al die rotzooi in 2 rugzakken gepropt wordt. De taxi chauffeur is een grote kletskous. Voor een paar euro kregen we uitleg over Font-Romeu in de winter, over skiën op de piste, uitleg wat zijn naam betekent in het Catalaans, zijn naam in het Latijn, geschiedenis les. Oh, en hij brengt ons precies naar het beginpunt.

09-003
Vallée d’Eyne

Vallée d’Eyne is een prachtig dal met veel bloemen en een riviertje. Bovenaan het dal, waar het riviertje ontspringt maken we ons avondeten en vullen we onze waterflessen bij. Daarna lopen we door naar Coll d’Eina o de Nuria, Pic d’Eina, Pic de Noufonts en uiteindelijk Coll de Noufonts. Een leuke graatwandeling, we kunnen veel dalen inkijken. Op de col vinden we een bivakhutje van gestapelde stenen. Het is er koud en vies. Mooi misschien bij slecht weer, maar nu liggen we liever in onze eigen tent. We zijn een klein stukje afgedaald en hebben daar onze tent neergezet.

09-014
Het noodhutje bij Coll de Noufonts

Maandag 1 augustus 2011

We worden wakker en het is prachtig weer: blauwe hemel, een zonnetje en een klein beetje wind.

10-002
Het is prachtig weer.

We vervolgen onze tocht over de graat en daarna richting Refugi de Ull de Ter. Een leuke, kleine en oude hut, waar we meteen maar eten. We vragen de waard of we mogen eten en begrijpen van hem dat er een keuze is tussen twee menu’s: meloen met jam en carpaccio OF Spaanse worst met gevulde tomaat en nectarines. We gaan voor menu 1 en zitten even later te smullen van de meloen met carpaccio. Voordat we de waard kunnen bedanken, komt hij aan met de Spaanse worsten. Niks twee menu’s, één menu met twee gangen, menú migdia.

Na een korte siesta, wandelen we rustig verder. We komen langs een ski-station, die ook al aardig veranderd is sinds onze kaart gemaakt is (1991). Daarna weer stijgen tussen de koeien. Boven steken we Pla de Coma Armada over. De vlakte hangt vol mist, maar uiteindelijk vinden we Portella del Callau. De vlakte wordt bevolkt door koeien, paarden en chamois. Vooral de chamois vragen erom om gefotografeerd te worden.

20-008
Chamois

10-006
Onze tochtbeschrijving komt uit 1983 en er staat: “Poteau de fer avec panneau casse”. Nog steeds actueel in 2011.

Dinsdag 2 augustus 2011

Wat een nacht, wat een nacht…

Na de col staat een hutje. Daar was al iemand, dus hebben we ervoor gekozen om in de tent te slapen. En onze tent stond in het gras, vlak voor een afzetting van prikkeldraad. Er liepen ’s avonds nog geen koeien daar. Maar ’s nachts dus wel. Veel koeien. Veel koeien die slecht zien bij maneschijn, maar die hun nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. Van die koeien met bellen, die boeren en scheten en heel moeilijk adem halen. Nee, wij hebben niet echt lekker rustig geslapen vannacht. ’s Ochtends waren ze natuurlijk weer weg…

10-008
Ons tentplekje op Col de Koe

De dag begint met een beetje stijgen, beetje dalen, weer wat stijgen en dan zijn we bij Collada des Roques Blanches. Dan een stuk over een onverharde weg en dan komen we aan bij Refuge de Pla Guillem. Even wat eten, wachten tot de dikke druppels voorbij zijn en dan kunnen we beginnen aan de afdaling.
In onze afdaling komen we nog twee Nederlanders tegen. Ze komen ons voorbij als we zonnebrand aan het smeren zijn en we komen ze weer tegen in de hut Marialles. Ze willen daar overnachten en morgen naar de Canigou. Ze zijn alleen niet zo blij met hoeveel ze moeten betalen voor een overnachting in de hut en ze mogen hun telefoon niet opladen van de huttewaard. Wij vertrekken richting cabanne Arago en komen ze even later weer tegen. Ze hebben toch ook besloten om in hun tent te slapen.

De cabanne is dichtgemetseld omdat hij op instorten staat. Er tegenover lijkt het wel een camping, zoveel tentjes staan er. We lopen nog een stuk door en zetten dan ook onze tent neer. Tot een uur of tien waait het erg hard. Je hoort de windvlagen vanuit het dal beneden aankomen, daarna voelen we de wind pas. Ons tentje heeft het er maar moeilijk mee. Na tien uur gaat de wind liggen. We slapen heerlijk…

Woensdag 3 augustus 2011

Het is vanaf onze bivak-plek maar een uurtje lopen en een stukje klauteren naar de top van de Canigou. Een leuk stuk. Boven is het natuurlijk weer druk op deze Catalaanse berg, er is zelfs een hond naar boven gekomen!

12-001
Een beetje klauteren naar boven.

Na een tussenstop bij Chalet des Cortalets, zijn we verder gedaald naar Fillols. Van 2784m naar 842m. Ons pad kruist twee keer een onverharde weg waar we jeeps zien. Blijkbaar een taxi of uitstapje naar de hut.

Onze kaart is uit 1991 en daar staat een camping op onderaan de berg. Fingers crossed dat die er nog is. Tijdens de afdaling zien we er geen liggen van boven. Beneden komen we langs een vervallen terrein dat vroeger wel een camping had kunnen zijn. Een paar honderd meter verder blijkt er toch nog een camping te zijn, in het bos. Gelukkig. Grote plaatsen tussen de bomen, een klein, oud huisje dat dienst doet als receptie, bibliotheek, cafeetje, winkeltje. Het bonnetje wordt nog met de hand geschreven. Leuk!

Het einde van de reis

De volgende dag lopen we langs de weg naar Prades. We kunnen er het laatste plekje op de overvolle camping krijgen. Voor 17 euro kunnen we mee doen met het feest ’s avonds. Live muziek en onbeperkt eten en drinken. Nee bedankt.

13-001
Prades

Van Prades naar Perpignan. Daar in een hotelletje tussen het station en de tattoo-shop overnacht. Daarna met de TGV naar huis…

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Ton Joosten – De Haute Randonnée Pyrénéenne
Uitgeverij Elmar, 2002
ISBN 90389 1252 8

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 7: Haute-Ariège

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 8: Cerdagne-Capcir

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 10: Canigou

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 11: Roussillon

Muntanyes d’Andorra 1:10 000, 3.14