Abruzzo, terra dell’orso marsicano

Vliegen. Het is niet de eerste keer, maar écht wennen doet het nooit. “Ready for take-off”, het geluid van de motoren zwelt aan van een hoge piep naar een bulderende lawine van geluid. Als we in onze stoelen worden gedrukt door de versnelling kijk ik naar links. Tussen het raam en mij zit een oude Italiaan. Hij heeft geen woord gezegd sinds we instapten en heeft de hele tijd al een bedrukt gezicht. Vlak voordat de wielen loskomen van de grond slaat hij nog snel een kruisje. We zijn niet de enigen die vliegen minder prettig vinden. Pas anderhalf uur later als we landen in Italië ontspant hij.

P6140167

Italië, de Apenijnen. We hebben geen plan van dag tot dag, we hebben twee gebieden uitgezocht en gaan proberen om ze met elkaar te verbinden over de rug van de bergen. We weten niet precies hoe het terrein eruit ziet, of er wel of geen pad is en hoe snel we zullen zijn. We bekijken de voortgang van dag tot dag en maken het beste van het moment.

P6130133

Majella

De eerste dag in Majella vanuit het dal omhoog is er een pad, wat de tweede dag ook meteen weer verdwijnt zodra we goed en wel de graat oplopen. We zien soms nog een verdwaalde stip of rood-wit, maar hier wordt duidelijk nauwelijks gelopen. Het is lekker weer, gelukkig niet té warm. Omdat we door struiken moeten bushwacken gaat ’t niet zo snel als gehoopt. Onderweg zijn er geen waterbronnen, maar we hopen bij de herdershut uit te komen waar ook een bron is. Als we in de buurt van de herdershut komen, vinden we een beekje. Droog, geen goed teken. Bij de herdershut zelf is wel een bron, maar die staat ook al droog. Het water gaat op rantsoen.
We hebben een aantal -weliswaar oude- tochtverslagen gelezen, dus we hadden niet verwacht dat water zo schaars zou zijn. Hoe nu verder? Morgen doorlopen over de graat en hopen dat we onderweg water vinden, met het risico zonder te zitten?
De volgende ochtend kiezen we ervoor om af te dalen. We gebruiken de GPS als 21e eeuwse wichelroede. Een paar kilometer van de hut zou een bron moeten liggen: Fonte Orsana.

P6140157

Het eerste deel is steil maar nog met pad. Al vrij snel wordt het steil en padloos. Heel erg steil en echt padloos. Dwars door het bos komen we aan bij de bron. Droog. Er zijn genoeg diersporen en we zien dat hier echt wel eens water stroomt, maar niet nu. De volgende bron ligt weer een paar kilometer verderop. We kiezen ervoor om op de GPS dwars door het steile bos te lopen. Foute keuze, we verkwisten een paar uur en dwalen steeds verder af. We hebben nog een halve liter water en besluiten zoveel als kan te bezuinigen.
Als we een boom tegenkomen met daarin een poeltje regenwater kunnen we ons niet bedwingen. We drinken eruit via ons waterfilter. Nèt niet Bear Grylls, die zou een stukje holle tak van een boom afkappen en dat als rietje gebruiken. Of het water filteren door z’n oude sok. Wij gebruiken ons high-tech waterfilter. Het water smaakt goed.

P6140160

Uiteindelijk komen we in de buurt van de andere bron. Het zandpad wordt langzaam drassig. Verderop stroomt een beekje van een voet breed. Nog iets verder wordt het wat meer water en dan staat er ineens een gemetselde drinkbak. Water! Tijdens het vullen van onze waterzakken worden we tot twee keer toe gestoord door wilde paarden die blijkbaar ook dorst hebben.
Die avond lopen de wolven rond onze tent. Aan beesten geen gebrek hier.

P6150243

In Majella komen we een aantal keren mensen tegen die hop plukken. Zo ook op een ochtend: we zien mensen en twee grote witte honden. Als we voorbijlopen beginnen de honden met ons mee te lopen. Leuk. Hoe langer ze meelopen, hoe minder leuk het wordt. Waarom roepen ze hun honden niet terug? Het begint steeds irritanter te worden, tot we een half uur van de mensen verwijderd zijn. De honden maken nog steeds geen aanstalte om terug te gaan.
We hebben al helemaal geen zin om een half uur terug te lopen (en daarna weer een half uur terug naar hier!) om iemand anders z’n honden terug te brengen. We doen het toch maar, wie weet hoe lang ze anders nog mee blijven lopen?
Terug bij de plukkers moeten we de situatie nog uitleggen met twee woorden Italiaans en veel handgebaren. Communiceren gaat moeizaam, maar uiteindelijk lukt ‘t. Wat blijkt: Het waren zwerfhonden. Ze waren vanuit het dal meegelopen met de plukkers. Mooi is dat.

P6160290

P6170397

Gran Sasso

Een aantal dagen zal het silouet van de Corno Grande ons vergezellen. Het is nog te vroeg in het seizoen om de top te beklimmen, daarvoor zijn pickel en stijgijzers nodig. We lopen er daarom maar omheen, wat niet onder doet aan schoonheid.P6210527

Ondanks dat het hele gebied maximaal een dag lopen van de bewoonde wereld ligt, komen we bijna niemand tegen. Eén ochtend voor ons vertrek horen we zacht geplof in het dal. Tijdens het opbreken van de tent wordt het harder en harder. Een auto… Nee, het is een boer op tractor met een koe op zijn aanhanger. Als hij ons ziet doet hij de deur van z’n tractor open en roept iets in het Italiaans. “Sono Hollandese, non parlo Italiano.” Hij zet z’n tractor uit, stapt uit en komt naar ons toegelopen. We begrijpen dat hij op zoek is naar z’n kudde. Zijn kudde hebben we inderdaad gezien, gisteravond zijn die een stuk het dal door richting een bron gelopen. We wijzen waar we ze gezien hebben, knikken en zeggen “Acht, otto. Zes, sei grote en ehm due ehm” – “Si, due bambini!“, twee kleintjes inderdaad. We willen hem nog vragen of hij een koe of een stier in z’n aanhanger heeft staan en zeggen dat het niet vanochtend was dat we z’n kudde hebben gezien maar gisterenavond. Ons vertaalboekje komt woorden tekort dus na een tijdje bladeren en elkaar aankijken krijgen we een hand en vervolgt hij z’n weg. In ieder geval de goede kant op. De enige persoon die we zien die dag.

P6250698

P6210550 We overnachten tweemaal in Rifugio Duca degli Abruzzi, een groot contrast met overnachten in ons tentje. Waar we onderweg niemand tegenkomen wordt de hut overdag platgelopen met dagjesmensen. ’s Avonds overnachten mensen die de volgende dag naar de top gaan. We hadden het geluk om tijdens het eten een aantal mensen uit Rome te treffen die Engels spraken. Zo kwamen we wat meer te weten over hun reizen en over de eet- en drinkgewoonten van Italianen. Het was gezellig die avonds. Een oude, kleine en knusse hut, met vriendelijke huttenwaarden die graag uitleg geven over het gebied.P6300806

Foto’s

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Carta Escursionistica, Edizioni il Lupo
Gran Sasso d’Italia
1 : 25 000

Met aanvullingen van OpenStreetMap.

Praktisch

Water. Autonoom onderweg zijn in deze gebieden in de zomer is haast niet mogelijk. Begin juli waren een aantal bronnen al droog. Hoogzomer zijn er dorpjes in de buurt van Gran Sasso die een waterquota hebben, zo schaars is het water.
Teken. Vooral in Majella waren erg veel teken. Neem een tekentang mee en controleer jezelf elke avond!
Hutjes. Er zijn een groot aantal hutjes in beide parken. In Gran Sasso zijn ze bijna allemaal afgesloten. Vertrouw niet wat op de kaart staat aangegeven. Een extreem voorbeeld is rifugio San Nicola die op de kaart aangegeven staat als bemand, maar in werkelijkheid een ruïne is.
Paden. Sommige paden zijn niet aangeven, sommige zijn overwoekerd. Je moet kaart en kompas kunnen gebruiken. Padloos wandelen gaat niet zo snel, houdt daarmee rekening in je planning.
Honden. Er zijn veel zwerfhonden. Drie keer hebben honden tot een uur lang met ons meegelopen.

Sentiero delle Orobie Orientale

’s Ochtends hobbelen we in de bus omhoog naar het ski-dorp Lizzola. We gaan de Sentiero delle Orobie Orientale doen, door de Orobie Alpen, maar dan onze eigen variant. Eigenlijk is dit een wandeling in lijn, waarbij je niet terugkomt bij je beginpunt. Wij starten in het midden en maken er een ronde van.
In Lizzola hebben we moeite om op het juiste pad te raken. Het pad dat we moeten hebben staat pas aangegeven op het moment dat je de eerste 200 m hebt afgelegd. In het dorp staat alleen GR322 aangegeven. Op de bovenste parkeerplaats in het dorp moet je in zuid-oostelijke richting door het weiland lopen, dan kom je vanzelf op GR307.
Het is een warme dag als we door de weilanden stijgen. We passeren een herdershut en komen verder stijgend aan op Pso. della Manina. Er staat daar een klein kapelletje waar een mis bezig is in de open lucht. We eten er wat en genieten van het uitzicht.

02
Kerkdienst in de open lucht op Pso. della Manina.

Na het kapelletje kunnen we GR401 volgen en zitten we op de officiële Sentiero delle Orobie Orientale. We genieten van het afwisselende landschap en lopen op de hoge route door tot de skiliften bij Chalet dell’Aquila. Het valt op dat het druk is met wandelaars op de aanlooppaden naar de hutten, maar op grote delen van de GR401 is het aangenaam rustig.
Dit jaar is extreem qua sneeuwhoeveelheid. Ook in de Italiaanse Alpen merken we dit. In de buurt van Monte Ferrante liggen de eerste sneeuwvelden die we over moeten steken.
Bijna aan het einde van de Sentiero verlaten we de GR401, om af te dalen over de GR311. Naast bron l’Occhio dell Ogna maken we bivak. Een mooi plekje.

Na een goede nachtrust vervolgen we onze weg over GR311. Tot aan het gehucht Möschl zijn de borden en verfstrepen goed te volgen. Daarna verdwijnen ze en zijn er in realiteit veel meer paden dan op onze 1:50000 kaart. Bij één van de bouwsels komt een man net naar buiten om zijn was op te hangen. We vragen hem de weg naar Ardesio en hij bevestigt dat we op het juiste pad zijn. Een half uur afdalen later zien we plots een steen met daarop geschilderd “Grescala” en een pijl die naar rechts wijst. Als we op het goede pad zitten, moet er een pijl staan die naar links wijst. Zitten we dan toch verkeerd?
We staan ons nog te verwonderen over waar we verkeerd gelopen zijn als er een oudere man omhoog komt lopen vanuit Valzurio. Hij vraagt ons in het Italiaans: “Vi siete persi?” en vrijwel meteen erachteraan: “Are you lost?”. Geweldig! We leggen de situatie uit en hij is bereid om ons “through the mountains” de weg naar Ardesio te wijzen. Het alternatief is 8 km over karresporen om de berg heen te lopen. Daar hebben we geen zin in.
De goede man is 72 jaar oud en in een ver verleden geëmigreerd naar Amerika. Hij komt oorspronkelijk uit deze streek en neemt ons dan ook mee dwars door “zijn” weiden en paadjes die alleen bekend zijn bij de locals. Hij is aan het trainen, want elk jaar in de derde week van juni beklimmen ze de Monte Ferrante en eten na afloop polenta in Möschl. Van de twaalf mensen die deze traditie zijn begonnen, zijn er nog twee die hem jaarlijks uitvoeren en onze gids is er een van. 72 jaar, ongelooflijk. Als training was hij op weg naar een klein topje, om bij aankomst daar een beetje te lezen en een glas rode wijn te drinken. We hebben hem gevraagd waarom de Italiaanse Alpen zo onbekend zijn gebleven in het buitenland, we komen er voornamelijk Italianen tegen. Hij vertelt ons dat zijn generatie vooral hard werkte en naar de kerk ging. Ze hadden geen behoefte om toerisme te ontwikkelen. De nieuwe generatie staat hier heel anders tegenover, maar het duurt nog een paar jaar voordat dat zijn vruchten afwerpt. We kunnen dat beamen, aangezien we overal erg vriendelijk ontvangen worden en geholpen worden, ondanks alle taalbarrières.
Waar onze wegen zich scheiden, nemen we afscheid en bedanken hem vriendelijk voor het helpen met de weg en het fijne gesprek.
In het begin van de middag komen we aan in Ardesio. Dit is het saaiste stuk van de tocht. De Sentiero delle Orobie Orientale heeft een U vorm. Wij maken er een O van door de open eindes van de U met elkaar te verbinden. Dat betekent dat we een breed dal over moeten steken. Tot nu toe hebben we al flink wat hoogtemeters gedaald. We kunnen in Ardesio kiezen om over de weg weer bergop te gaan wandelen, of te wachten op de bus. Wij kiezen voor deze laatste optie en nemen de bus naar Valcanale, die helaas pas aan het eind van de middag vertrekt.

11

Vanaf Valcanale gaat de weg via Rifugio Alpe Corte via een paar klimmetjes en plateaus naar Rifugio Laghi-Gemelli. We spelen in de ochtend een paar keer haasje-over met soldaten van het Italiaanse leger die in dit gebied aan het oefenen zijn. Als we om twaalf uur aankomen bij Rifugio Laghi-Gemelli, besluiten we er meteen maar wat te eten. We hebben niet voor alle dagen eten meegenomen, omdat we langs hutten komen en dit is een mooie gelegenheid om een maaltijd uit de rugzak te besparen. Dit is trouwens geen berghut, maar een hotel! Ze hebben een menu en we eten er hert met polenta en een blikje cola.

17

Het stuk na Rifugio Laghi-Gemelli is erg afwisselend. Het gaat over bruggetjes, door tunnels en over hoogtepaden. Helaas zitten er erg veel muggen op de plek waar we onze tarp opstellen. Zodra we gegeten hebben, vluchten we de tarp in.

20
Pad 213 richting Rifugio Calvi.

Tijdens het schemeren horen we geluid. Het lijkt op een soort van hijgend, hees geblaf. We denken aan een ree en gaan buiten kijken of we wat zien. Aan het geluid te horen is het in ieder geval een snel beest. Het blijft niet bij wat geblaf tijdens de schemer, maar tijdens de nacht komt het een paar keer terug en houdt het ons wakker. Waarschijnlijk is het een vos geweest, die niet blij was met onze bivak plaats. Helaas hebben we hem niet gezien.

24
Bivakplek in de buurt van Dosso dei Signori.

Tijdens de nacht is het gaan regenen en helaas houden we dit keer niet alles droog. Net tijdens het ontbijt stopt het met regenen en kunnen we toch droog vertrekken. Na een uurtje zijn we bij Rifugio Calvi. Niet veel later moeten we de rivier Brembo oversteken. We kunnen erover door van steen naar steen te stappen. Gelukkig maar, want de brug ligt even verderop op zijn kant, kapotgeslagen.
We zien nog net de pas waar we overheen moeten, voordat de wolken zich weer samentrekken boven het plateau waar we ons bevinden. We wisselen de stokken voor een pickel en beginnen de klim over de sneeuw. In onze beschrijving staat dat bij deze pas regelmatig steenbokken te zien zijn en jawel, ook wij zien een steenbok net na de pas.

26
Kapotte brug over de Brembo.

We passeren bivacco Frattini, een oranje blik dat op de graat gebouwd is. Dat het bivak hutje op een graat gebouwd is, wordt benadrukt omdat de wolken precies tot de graat reiken.

27
Bivak Frattini.

Volgens onze beschrijving zou er nog een lastige rivier oversteek zijn bij Valle del Salto, maar er zouden kettingen hangen om het te vergemakkelijken. Helaas zijn de kettingen weggeslagen, waardoor we over moesten springen. Na de oversteek begint het dan toch te regenen. We lopen voorzichtig door over leistenen richels en bereiken nat Rifugio Brunone. We besluiten deze nacht in de hut door te brengen.

Er zijn nu twee opties om de Sentiero delle Orobie voort te zetten. Het originele hoge pad of de lage variant. De lage variant wordt aanbevolen bij slecht weer. We twijfelen tussen deze twee opties, omdat er dit jaar extreem veel sneeuw ligt (en wij niet veel ervaring in de sneeuw hebben) en omdat er veel bewolking is die navigatie bemoeilijkt. We vragen ’s avonds aan de huttenwaard hoe de sneeuwcondities en het weer zijn en hij maakt ons enthousiast om de hoge route te nemen. ’s Ochtends is het weer erg bewolkt. Tijdens het afrekenen, begint de huttenwaard nogmaals over de hoge route. Hij legt uit waar we op moeten letten en wat de beste route is. Het moeilijkste stuk zit net na de hut, dus hij zegt dat we altijd even moeten kijken. Vertrouwen we het niet, dan kunnen we altijd omdraaien en de lage route lopen. Maar we moeten echt de hoge route proberen, want die is veel mooier dan de lage variant.
De huttenwaard heeft gelijk. Het is echt een prachtig stuk tussen Rifugio Brunone en Rifugio Coca. Zeer aan te bevelen en niet al te moeilijk. Wij hebben ervan genoten en we hebben weer wat ervaring op kunnen doen in steile sneeuw.

35

Rifugio Coca zit vol met de soldaten die we eerder gezien hadden. We vragen naar het weer en de route naar de top en zetten dan onze tarp neer.

36
Blik op Pizzo di Coca vanaf Pso. Simal.

Als we om 5.15 opstaan is het inderdaad onbewolkt. We beginnen aan de route naar Pizzo di Coca en komen al vrij vlot 2 steenbokken tegen. Ze lopen ons voorbij. Niet veel later lopen we langs een groep steenbokken. Wat een mooie, statige beesten, meesters in de bergen. De mannetjes zijn aan het vechten om hun plaats in de groep en ze trekken zich niks aan van deze twee mensen die er wild op weg fotograferen.

45
Steenbok.

49
Jonge steenbok.

Na een col en een sneeuwveld komen we op een naamloze col op 2719 m. Dit is de splitsing naar de top. Er volgt een stukje klauteren, 3e graads. Niet Fred zijn specialiteit. Volgens de hoogtemeter volgt nog 300 m klauteren naar de top, terwijl de wolken weer langzaam het dal beginnen te vullen. Terwijl we aan het twijfelen zijn of we verdergaan of niet, komen er twee Italianen van de top terug. Het kostte hun één uur om boven te komen en de top is alweer uit het zicht verdwenen door de wolken. We keren om. Helaas…

51
Naamloze col onder Pizzo di Coca.

We keren terug naar de tarp, breken de tarp op en vervolgen de weg richting Rifugio Curó. Eerst een stuk wandelpad omhoog, daarna een hoogtepad langs de helling van Valle Seriana, soms beveiligd met kettingen. Op één plek is een rotsblok zo groot als een koelkast op de ketting gevallen. Na Pso. del Corno, wat minder op een pas lijkt dan de naamloze pas ervoor, zien we de rifugio liggen en is het makkelijk afdalen door het gras. We merken dat we toch moe zijn van de inspanningen van vanochtend. We zetten de tarp op op een kiezelstrandje langs een riviertje in Valmorta. Geen haring houdt hier, dus we zijn creatief met wat stenen. Beneden loopt een herder met een grote kudde schapen.

52
Bivak in Valmorta.

56

Onweer vannacht, ondanks dat dit niet voorspeld was. Van het weerbericht klopt niet zo heel veel.
We lopen in een half uurtje naar Rifugio Curó, dat gevuld is met dagjesmensen. Over GR305 gaan we terug naar Valbondione, waar de auto staat. Net voordat we aankomen bij de auto moeten we toch nog schuilen voor een flinke bui.

22

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

Dominicus Adventure
Bergwandelen in de Italiaanse Alpen
Henk Filippo
ISBN 978 90 257 4403 8

Kompass Carta escursioni | bike | sci alpinismo
1:50 000
104 Foppolo / Valle Seriana

Arco

Arco
Arco ademt outdoor. Als je door het centrum loopt, zie je overal klimmers of mountainbikers. We waren er al een keer in 2007 en dit jaar hebben we er ook een week doorgebracht. We hebben een paar dagen geklommen bij de volgende klimgebieden: Corno di Bo, Nago, Massone en Val Lomasone. Het laatste klimgebied is een stukje rijden vanaf Arco, maar zeker de moeite waard. Rustig en niet afgeklommen.
Naast het klimmen hebben we nog twee via ferrata routes gedaan.

DSC_0645
Klimmen in Nago, Gardameer.

Via Ferrate Che Guevara
We zetten de auto neer in Pietramurata en lopen langs het industriegebied naar het begin van via ferrata Che Guevara. Vlak voor de route echt begint worden we ingehaald door een Italiaan in zijn zwembroek en een rugzakje met hooguit een blikje drinken…

DSC_0661
Valle dei Laghi vanaf via ferrata Che Guevara.

DSC_0665
Valle del Sarca vanaf via ferrata Che Guevara.

Het is een mooie route, prachtig weer en de uitzichten over Valle dei Laghi en Valle del Sarca zijn adembenemend. De route is afwisselend met laddertjes, klauteren en rotsbandjes tot bijna aan de top Monte Casale. We zweten even uit bij Rifugio Don Zio en gaan dan via GR426 terug naar het dal. Een deel van GR426, Sentiero dei Rampin, is tegenwoordig ook een via ferrata. Er kwamen daar best nog wat stenen naar beneden, dus we waren blij met onze helmen. Helaas heeft een ongezekerde nectarine het dal niet ongeschonden gehaald.

Cima Capi
Als tweede via ferrata hebben we een tochtje gemaakt naar Cima Capi. We zijn vertrokken vanaf Biacesa om via GR470, GR471, kapel S. Giovanni te bereiken.

DSC_0676
Via ferrata naar de Cima Capi.

Vandaar langs Biv. Arcioni, GR460 (Sent. A Foletti), GR405 naar de Cima Capi. En langs Sent. F Susatti en de GR470 terug naar Biacesa. Een tochtje dat niet te lang duurt en afwisselend is. De gezekerde stukken zijn niet moeilijk en worden afgewisseld met wandelpaden. Daarnaast is er veel te zien uit de Eerste Wereldoorlog: Er zijn nog loopgrafen, tunnels, gangen en grotten uit die tijd, waar je in- en doorheen kunt lopen. Vergeet zeker geen lampje mee te nemen bij deze route!

DSC_0686
Via Ferrata M. Foletti.

Dank ook aan de snelle service van Mammut die bij een terugroepaktie onze 6 jaar oude via ferrata sets kostenloos omruilde voor nieuwe exemplaren!
Vergeet in Arco ook niet om het eigengemaakte ijs te proeven bij de Gelateria Mio in het centrum aan de brug over de Sarca! (Gelato Mio, Via Segantini Giovanni 2, 38062 Arco)

DSC_0657
Colodri, Arco.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

Tabacco Carta Topografica per escursionisti, 1:25 000
055 Valle del Sarca
Arco – Riva del Garda

Cursus alpien klimmen in de Dolomieten, zomer 2009

Cursus

Vrijdag-avond 24 juli 2009 rijden we richting Dolomieten. We stoppen in Frankfurt, slapen een nachtje in een motel, om de dag erna door te rijden naar Cortina d’Ampezzo. Zondag begint onze alpiene klimcursus met onze leraar Martijn Schell en mede-cursist Chris.

Chris blijkt zondag nog onderweg te zijn en maandag pas te arriveren. Martijn neemt ons mee naar het klimgebied “Cinque Torri” om uitleg te geven en onze eerste route te klimmen. We leren hoe we een camalot en een nut moeten plaatsen, waar en welke rotsdelen stevig zijn en hoe we een standplaats moeten bouwen. Er is een nieuwe manier om standplaatsen te bouwen, zegt Martijn. De verdeling van krachten wordt niet meer gebruikt, tegenwoordig wordt een rijverankering nagebouwd.

001
Camalot

Na de uitleg en het spelen met het ijzerwerk gaan we toch echt klimmen. We doen de route Torre Barancio – Nordwand (74). De dag erna klimmen we route Kleiner Lagazuoi – “Via del buco”-Führe (99): 10 touwlengtes. Martijn en Charissa hebben alle touwlengten voorgeklommen. Van de top zijn we teruggelopen naar beneden via de “Kaiserjäger”-weg.

005
Charissa op de “Kaiserjäger”-weg.

Dinsdags klimmen we route Kleine Falzaregoturm – “Bergführer”-Weg (93) bij de Falzarego pas. Martijn, Saskia (Martijn’s vrouw) en Chris vormen 1 touwgroep. Wij vormen de tweede touwgroep. Fred klimt de eerste lengte voor. Het is erg lastig oriënteren als je met je neus op de rots staat. We klimmen te ver naar rechts en hebben daardoor teveel touwwrijving. De rest van de route klimmen we achter Martijn aan.

De steenslag in deze routes is echt groot. Regelmatig komen kleine steentjes aanvliegen van boven, soms zelfs een steen ter grootte van een vuist! Na de top moeten we een touwlengte abseilen, dan een stukje afklimmen en daarna verder lopen. Het weer dreigt al een tijdje met regen. Zodra we bij de auto aankomen, komt het dan ook met bakken uit de lucht.

En dan is het woensdag, de 29e. De wekker gaat om kwart voor vijf, want vandaag gaan we naar de Drei Zinnen. We hebben niet erg goed geslapen, aangezien er de hele nacht een brul-baby in de tent van de buren lag te schreeuwen. Chris heeft zich afgemeld, we gaan met ons drieën.

Er is een tolweg naar de Auronzo hütte, waar we onze auto parkeren. De hut is nog dicht. Geen ontbijt in de hut, dan maar 2 muësli repen als ontbijt.

We lopen om de Drei Zinnen heen om aan de noord-oost kant uit te komen. Tijdens het lopen vertelt Martijn over een oude baas van 86 jaar die nog VI-e graads routes klimt in dit gebied en ski-tochten maakt.

De instap van route Grosse Zinne – “Dibona”-Kante ligt net naast een sneeuwveldje, er zit één touwgroep voor ons in dezelfde route en zodra wij ons inbinden komt een Italiaanse touwgroep achter ons aan.

007
Drei Zinnen, oost kant

Martijn klimt alles voor, Charissa zit aan de shunt en Fred klimt na. Dit is een echte klassieke route. We komen onderweg alleen maar een paar mephaken tegen. Hoe hoger we komen, hoe creatiever de standplaatsen worden.

010
Martijn legt een tussenzekering.

Grosse Zinne – “Dibona”-Kante
Eerst beklommen door
A. Dibona en E. Stübler in 1909
Hoogteverschil: 500 m
Klimlengte: 634 m
Touwlengten: 18

012
De top! 2999 meter. Wat een ervaring.

Na een lange dag gisteren, besluiten we donderdag wat rustiger aan te doen. Vandaag gaan we met ons tweeën een route doen. Chris en Martijn gaan ook klimmen. Wij doen een makkelijke route van 2 touwlengten om te kijken of we alles snappen. Misschien borrelen tijdens deze eerste route alleen op pad wel vragen op voor Martijn.

Deze route heet Torre Inglese – Ostwand. Omdat we al ervaren hebben dat het oriënteren lastig is, hebben we een schetsje van de route gemaakt, die we meenemen tijdens het klimmen.

014
Fred in de tweede touwlengte. Let ook op de mensen op de grond in de rechterkant van de foto.

Als we even later nog wat sportklimroutes doen, zien we tussen de rotsen door Martijn en Chris klimmen. Zij zijn bezig in de route die we zondag gedaan hebben op Torre Barancio.

Dan is alweer de laatste dag van de cursus aangebroken. Vandaag gaan we naar de Hexenstein om daar de Südkante (101) te doen. Deze route loopt door de steile linkerkant van de berg, tot aan het kruis op de top. Afdalen gaat over de rechterkant van de berg. In dit vlakkere deel van de berg liggen loopgraven uit de eerste wereldoorlog.

019
Charissa zekert Fred aan het top kruis.

In het gebied rond de Falzarego-pas is erg veel gevochten tussen Italie en Oostenrijk in de eerste wereldoorlog. Dit is nog goed te zien aan loopgraven in de bergen, tunnel stelsels door de bergen, prikkeldraad en andere zaken die achtergelaten zijn. In de buurt van de Hexenstein ligt een museum, waar een beeld gegeven wordt hoe dit geweest moet zijn. Erg indrukwekkend om te zien, dat hier mensen overleefd hebben en gevochten hebben in winterse omstandigheden, met lang niet zo’n goede jassen en andere uitrusting dan waar wij nu onze vrije tijd in doorbrengen.

021
De Falzarego-pas.

Na de cursus…

Na de cursus zijn we gaan oefenen. We hebben een set nuts en 2 camalots gekocht, daarmee kunnen we bijna alle routes die we willen doen aan.

We hebben ons eerst een paar dagen bij Cinque Torri vermaakt. Eerst met een paar oefenroutes en bij dreigende regen met sportklimmen.

026
Cinque Torri

Vie ferrata

Naast klimmen zijn we ook nog wat vie ferrata gaan doen. Zo was ’s maandags het weer erg instabiel. ’s Middags werd het beter en zijn we via ferrata Giovanni Barbara (24) gaan doen. In het boekje staat die als een tocht van een halve dag. Het blijkt een erg gewilde tocht te zijn. Erg kort en erg druk.

De via ferrata loopt langs en onder de Cascata de Fanes, de waterval van Fanes.

034
Cascata de Fanes

Daarnaast hebben we via ferrata Giuseppe Olivieri (30) gedaan, die begint bij de A. Dibona hütte en over de graat tot de top van de Tofana di Mezzo loopt.

035
De A. Dibona hütte.

041
Onderweg.

We komen vanalles tegen: ijzerwerk uit de eerste wereldoorlog, graatjes, rotsbandjes, een luchtig stuk met een paar ijzeren stangen voor je voeten en verder niks, een wankele ladder, …

Maar dan, om vier uur staan we op de top.

046
Tofana di Mezzo, 3244 meter.

De tocht duurde langer dan we hadden gedacht en we besluiten daarom met de kabelbaan naar beneden te gaan. Vanuit de kabelbaan hebben we goed zicht op de route die we gelopen hebben. Onvoorstelbaar dat je daar kan komen. Jammergenoeg is de volgende kabelbaan gesloten als we er aankomen en moeten we alsnog 500m stijgen om bij de auto te komen.

De laatste dag zijn we op weg gegaan naar via ferrata Forcella de Zumeles (32). Deze via ferrata loopt over de derde rotsband van de Pomagagnon Dolomieten. Jammergenoeg heeft het ’s nachts weer geregend en is het ’s ochtends mistig. De mist is zo erg dat we soms nog geen tien meter ver kunnen kijken. Bij de eerste splitsing houdt het pad op en even later ook de markeringen. We doen er drie kwartier over om de weg terug te vinden, van een pad is nog steeds geen sprake. Deze tocht is zeker lastiger dan we ingeschat hebben, het weer zit niet mee en we lopen al minstens drie kwartier achter op schema. We willen hier ook niet lopen als het slechte weer doorzet en het gaat regenen, dus besluiten we om terug te keren naar de camping. Jammer.

Punta Dallago

Het oefenen ging goed en we zijn toch hier, dus we willen nog een echte alpiene route doen. We hebben goed door de gids gebladerd en ons oog viel op Punta Dallago – “Ottern”-Weg (120). Een mooie route in de Nuvolau Dolomieten, 5 touwlengten, IVe graads, met zo te lezen een makkelijke afdaling en er staat geen opmerking als “viel begangene Route”. Deze keer geen schets gemaakt, maar een kopie uit de gids. In plaats van naar het andere dal te rijden, beginnen we op de Falzarego pas. De route is te bereiken in een uur over pad 441. Het is mooi weer, dus dat is geen straf.

055
441, de route naar Punta Dallago.

058
Charissa met op de achtergrond Punta Dallago.

Er zit maar 1 touwgroep voor ons, die veel stenen lostrapt. Een keer slaat een steen ter grootte van een baksteen in het gras. We zijn erg blij met onze helmen!

Fred begint met de eerste touwlengte. IVe graads, niet te makkelijk. Even later wordt het IIIe graads. Dat is makkelijker, maar er zijn ook minder spleten te vinden waar een nut of een camalot in past. Dit terrein bestaat vooral uit over elkaar liggende, puntige rotsplaten. Zo’n uitstekende punt heet in goed Nederlands een Köpfl en daar past mooi een touwtje of een schlinge met schuifknoop omheen.

In de gids staan alleen wat mephaken als standplaats, verder geen tussenzekeringen. Onderweg komen we toch nog een paar geslagen mephaken en een touwtje door een Sanduhr tegen. Wat we op standplaatsen moeten vinden, klopt ook niet met wat in de gids staat. Gelukkig hebben we geleerd om niet op de gids te vertrouwen.

Fred klimt de laatste touwlengte. Eerst een stukje IV-, daarna III en dan I. Inderdaad, een vlakke top, waar ergens een Sanduhr en een mephaak verstopt moet zijn. Fred loopt wat rond, maar kan niks vinden. Met een nut, een schlinge, een camalot en nog wat ander spul wordt toch een standplaats gemaakt. Een paar keer goed aan rukken, nee, het geeft geen krimp. Tijdens het doorhalen van het touw blijft die steken om een rotspuntje. Een stukje terugklimmen, het touw los halen en dan kan Charissa nakomen.

063
Standplaats op de top.

Even later staan we samen op de top van onze eerste echte alpiene beklimming. We hebben er allebei van genoten.

We eten een paar broodjes en een banaan en gaan dan weer. De afdaling is inderdaad makkelijk, aan de achterkant loopt een pad naar beneden. Een uurtje later zitten we aan een lekker bakje koffie op de Falzarego-pas.

Standplaatsen

066
Een standplaats.

068
En nog een standplaats.

Cortina d’Ampezzo

076
Cortina d’Ampezzo.

077
Cortina d’Ampezzo.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film