Abruzzo, terra dell’orso marsicano

Vliegen. Het is niet de eerste keer, maar écht wennen doet het nooit. “Ready for take-off”, het geluid van de motoren zwelt aan van een hoge piep naar een bulderende lawine van geluid. Als we in onze stoelen worden gedrukt door de versnelling kijk ik naar links. Tussen het raam en mij zit een oude Italiaan. Hij heeft geen woord gezegd sinds we instapten en heeft de hele tijd al een bedrukt gezicht. Vlak voordat de wielen loskomen van de grond slaat hij nog snel een kruisje. We zijn niet de enigen die vliegen minder prettig vinden. Pas anderhalf uur later als we landen in Italië ontspant hij.

P6140167

Italië, de Apenijnen. We hebben geen plan van dag tot dag, we hebben twee gebieden uitgezocht en gaan proberen om ze met elkaar te verbinden over de rug van de bergen. We weten niet precies hoe het terrein eruit ziet, of er wel of geen pad is en hoe snel we zullen zijn. We bekijken de voortgang van dag tot dag en maken het beste van het moment.

P6130133

Majella

De eerste dag in Majella vanuit het dal omhoog is er een pad, wat de tweede dag ook meteen weer verdwijnt zodra we goed en wel de graat oplopen. We zien soms nog een verdwaalde stip of rood-wit, maar hier wordt duidelijk nauwelijks gelopen. Het is lekker weer, gelukkig niet té warm. Omdat we door struiken moeten bushwacken gaat ’t niet zo snel als gehoopt. Onderweg zijn er geen waterbronnen, maar we hopen bij de herdershut uit te komen waar ook een bron is. Als we in de buurt van de herdershut komen, vinden we een beekje. Droog, geen goed teken. Bij de herdershut zelf is wel een bron, maar die staat ook al droog. Het water gaat op rantsoen.
We hebben een aantal -weliswaar oude- tochtverslagen gelezen, dus we hadden niet verwacht dat water zo schaars zou zijn. Hoe nu verder? Morgen doorlopen over de graat en hopen dat we onderweg water vinden, met het risico zonder te zitten?
De volgende ochtend kiezen we ervoor om af te dalen. We gebruiken de GPS als 21e eeuwse wichelroede. Een paar kilometer van de hut zou een bron moeten liggen: Fonte Orsana.

P6140157

Het eerste deel is steil maar nog met pad. Al vrij snel wordt het steil en padloos. Heel erg steil en echt padloos. Dwars door het bos komen we aan bij de bron. Droog. Er zijn genoeg diersporen en we zien dat hier echt wel eens water stroomt, maar niet nu. De volgende bron ligt weer een paar kilometer verderop. We kiezen ervoor om op de GPS dwars door het steile bos te lopen. Foute keuze, we verkwisten een paar uur en dwalen steeds verder af. We hebben nog een halve liter water en besluiten zoveel als kan te bezuinigen.
Als we een boom tegenkomen met daarin een poeltje regenwater kunnen we ons niet bedwingen. We drinken eruit via ons waterfilter. Nèt niet Bear Grylls, die zou een stukje holle tak van een boom afkappen en dat als rietje gebruiken. Of het water filteren door z’n oude sok. Wij gebruiken ons high-tech waterfilter. Het water smaakt goed.

P6140160

Uiteindelijk komen we in de buurt van de andere bron. Het zandpad wordt langzaam drassig. Verderop stroomt een beekje van een voet breed. Nog iets verder wordt het wat meer water en dan staat er ineens een gemetselde drinkbak. Water! Tijdens het vullen van onze waterzakken worden we tot twee keer toe gestoord door wilde paarden die blijkbaar ook dorst hebben.
Die avond lopen de wolven rond onze tent. Aan beesten geen gebrek hier.

P6150243

In Majella komen we een aantal keren mensen tegen die hop plukken. Zo ook op een ochtend: we zien mensen en twee grote witte honden. Als we voorbijlopen beginnen de honden met ons mee te lopen. Leuk. Hoe langer ze meelopen, hoe minder leuk het wordt. Waarom roepen ze hun honden niet terug? Het begint steeds irritanter te worden, tot we een half uur van de mensen verwijderd zijn. De honden maken nog steeds geen aanstalte om terug te gaan.
We hebben al helemaal geen zin om een half uur terug te lopen (en daarna weer een half uur terug naar hier!) om iemand anders z’n honden terug te brengen. We doen het toch maar, wie weet hoe lang ze anders nog mee blijven lopen?
Terug bij de plukkers moeten we de situatie nog uitleggen met twee woorden Italiaans en veel handgebaren. Communiceren gaat moeizaam, maar uiteindelijk lukt ‘t. Wat blijkt: Het waren zwerfhonden. Ze waren vanuit het dal meegelopen met de plukkers. Mooi is dat.

P6160290

P6170397

Gran Sasso

Een aantal dagen zal het silouet van de Corno Grande ons vergezellen. Het is nog te vroeg in het seizoen om de top te beklimmen, daarvoor zijn pickel en stijgijzers nodig. We lopen er daarom maar omheen, wat niet onder doet aan schoonheid.P6210527

Ondanks dat het hele gebied maximaal een dag lopen van de bewoonde wereld ligt, komen we bijna niemand tegen. Eén ochtend voor ons vertrek horen we zacht geplof in het dal. Tijdens het opbreken van de tent wordt het harder en harder. Een auto… Nee, het is een boer op tractor met een koe op zijn aanhanger. Als hij ons ziet doet hij de deur van z’n tractor open en roept iets in het Italiaans. “Sono Hollandese, non parlo Italiano.” Hij zet z’n tractor uit, stapt uit en komt naar ons toegelopen. We begrijpen dat hij op zoek is naar z’n kudde. Zijn kudde hebben we inderdaad gezien, gisteravond zijn die een stuk het dal door richting een bron gelopen. We wijzen waar we ze gezien hebben, knikken en zeggen “Acht, otto. Zes, sei grote en ehm due ehm” – “Si, due bambini!“, twee kleintjes inderdaad. We willen hem nog vragen of hij een koe of een stier in z’n aanhanger heeft staan en zeggen dat het niet vanochtend was dat we z’n kudde hebben gezien maar gisterenavond. Ons vertaalboekje komt woorden tekort dus na een tijdje bladeren en elkaar aankijken krijgen we een hand en vervolgt hij z’n weg. In ieder geval de goede kant op. De enige persoon die we zien die dag.

P6250698

P6210550 We overnachten tweemaal in Rifugio Duca degli Abruzzi, een groot contrast met overnachten in ons tentje. Waar we onderweg niemand tegenkomen wordt de hut overdag platgelopen met dagjesmensen. ’s Avonds overnachten mensen die de volgende dag naar de top gaan. We hadden het geluk om tijdens het eten een aantal mensen uit Rome te treffen die Engels spraken. Zo kwamen we wat meer te weten over hun reizen en over de eet- en drinkgewoonten van Italianen. Het was gezellig die avonds. Een oude, kleine en knusse hut, met vriendelijke huttenwaarden die graag uitleg geven over het gebied.P6300806

Foto’s

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Carta Escursionistica, Edizioni il Lupo
Gran Sasso d’Italia
1 : 25 000

Met aanvullingen van OpenStreetMap.

Praktisch

Water. Autonoom onderweg zijn in deze gebieden in de zomer is haast niet mogelijk. Begin juli waren een aantal bronnen al droog. Hoogzomer zijn er dorpjes in de buurt van Gran Sasso die een waterquota hebben, zo schaars is het water.
Teken. Vooral in Majella waren erg veel teken. Neem een tekentang mee en controleer jezelf elke avond!
Hutjes. Er zijn een groot aantal hutjes in beide parken. In Gran Sasso zijn ze bijna allemaal afgesloten. Vertrouw niet wat op de kaart staat aangegeven. Een extreem voorbeeld is rifugio San Nicola die op de kaart aangegeven staat als bemand, maar in werkelijkheid een ruïne is.
Paden. Sommige paden zijn niet aangeven, sommige zijn overwoekerd. Je moet kaart en kompas kunnen gebruiken. Padloos wandelen gaat niet zo snel, houdt daarmee rekening in je planning.
Honden. Er zijn veel zwerfhonden. Drie keer hebben honden tot een uur lang met ons meegelopen.

Eten als een oermens

Het gras is zeiknat van de dauw. We lopen door de Flevopolder, waar onze weg wordt gekruisd door talloze slakken. Naaktslak, huisjesslak, zover reikt onze biologische kennis wel. Als we later een huisjesslak op een plant zien zitten, blijkt onze kennis toch kariger dan eerst gedacht. Geen idee hoe die plant heet, hij komt ons wel vaag bekend voor.

P5280098

Om negen uur hebben we afgesproken met Bill Jonker, voor een workshop wilde, eetbare planten. We zijn met vijf cursisten, ieder met z’n eigen reden om deel te nemen. We worden welkom geheten met thee gemaakt van duizendblad en een snack, een stukje jonge aanwas van de den. Lokaal natuurlijk, geplukt op nog geen tien stappen van het kampvuurtje waarop de thee wordt bereid. De thee is verrassend lekker, net zoals de snack.

P5280102

De vuurplaats is ons klaslokaal. Het theoriegedeelte bestaat uit voorbeeldplanten en een fiche met uitleg over die plant. Hoe herken je ze, waar zijn ze voor te gebruiken, waar moet je op letten.
Al vrij vlot trekken we erop uit, de praktijk. Bill laat zien wat er in de nabije omgeving al aan eetbare planten te vinden zijn. En misschien wel belangrijker: we mogen proeven. Het bos dat we ingelopen zijn verandert langzaam in een goed gevulde supermarkt. Verschillende smaken, vormen en texturen zijn volop verkrijgbaar.

P5280130

De tijd vliegt voorbij en voor we het weten wordt het tijd om de lunch te gaan voorbereiden. Bill vertelt over hoe je klis herkent, waar je op moet letten om het niet te verwarren met het giftige vingerhoedskruid. Daarna gaan we op pad om er zelf een paar uit te graven, de wortel ervan wordt onze lunch. Terwijl we driftig aan het graven zijn, vindt Bill een pastinaak. Deze zit goed vast in de stevige kleigrond, maar we kunnen deze smaakmaker niet laten staan.

P5280177

De lunch bestaat uit een stoofpotje van klis-wortel, pastinaak, eekhoorntjesbrood, brandnetels en korstmos. Het smaakt goed en het verbaast ons hoe goed dit kleine maal vult.

P5280212

Als zijsprong oefenen we nog met het twijnen van touw gemaakt van brandnetels en maken we een zitmatje van riet. Langzaam rollen de onweerswolken binnen. Als de eerste druppels vallen, nemen we afscheid. Terugkijkend hebben we erg veel geleerd vandaag. Zonde eigenlijk, dat deze kennis in pakweg een eeuw tijd verloren is gegaan.

We lopen terug langs dezelfde weg als we ’s ochtend gekomen zijn. Deze keer herkennen we veel bomen en struiken en kunnen we ze bij naam noemen. Was biologie vroeger op de middelbare school maar zoals vandaag geweest …

P5280251

Foto’s

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Alaska rocks

147

Two Cheechakos* travelling to the last Frontier

De meeste reizen die we gemaakt hebben spelen zich af in Europa. Deze keer vertrekken we naar de andere kant van de wereld, naar the last Frontier, de laatste wildernis: Alaska.

A frontier is never a place; it is a time and a way of life. Frontiers pass but they endure in their people.
– Hal Borland

We zijn hier naartoe gekomen om deze wildernis te beleven, de uitgestrektheid die we in het kleine en bevolkte Europa niet kennen. Geen enkele kaart doet recht aan deze uitgestrekheid. Normaal lopen we op wandelkaarten met een schaal van 1:25 000, nu liepen we op kaarten met een schaal van 1:225 000, de schaal van een wegenatlas. We beginnen pas gevoel te krijgen voor de schaal van het landschap als we Anchorage uitrijden. Aan het einde van de Knik Arm opent het landschap zich plots: we rijden een vlakte in en zien de bergen in het noorden. Het duurt meer dan een uur voordat we met de auto aan de voet van de bergketen zijn. Een tijd waarin we thuis half Nederland al zijn gepasseerd.

Later lopen we over de Kesugi Ridge ten oosten van de hoogste berg van Noord-Amerika, Denali. Tussen de bergkam waar wij over lopen en het massief van Denali ligt een groot bos en de brede Chulitna rivier. Denali heeft zijn eigen microklimaat zoals zoveel hoge bergen en hult zichzelf in mist en regenwolken voor twee-derde van de tijd. We lopen er al twee dagen en zouden prachtig uitzicht op de berg kunnen hebben als de berg zin heeft om zich van zijn dikke grijze jas te ontdoen. Deze dagen zien we alleen het voorgebergte met een paar stevige gletsjers. Wanneer Mount Hunter die naast Denali ligt een keer door de mist prikt, valt onze mond open: geen idee dat er in de wolken zo’n machtige berg verstopt zat!
128

De volgende ochtend lopen we terug omhoog de bergrug op. Onderweg hebben we het over de afgelopen nacht: de harde wind zorgde voor een flink klapperend tentdoek. De wind heeft gelukkig ook voor een wolkenloze hemel gezorgd, de zon schijnt. Wanneer we bovenaan de bergrug komen krijgen we het uitzicht waar we de voorgaande dagen al op gehoopt hadden: Denali, bijna anderhalf keer zo hoog als de indrukwekkende Mount Hunter van gisteren. We zijn met stomheid geslagen, hoe heeft deze gruwelijk grote berg zich schuil kunnen houden achter die paar wolken de afgelopen dagen?

144

Dit gaat al ons gevoel van schaal te boven. We besluiten spontaan om een dag langer bij Byers Lake te blijven, zo indrukwekkend is het landschap. Als we in Talkeetna zijn, 100 km hiervandaan, steekt Denali nog steeds boven het landschap uit. Indrukwekkend.

158

165

Het is niet alleen de natuur die indruk op ons maakt aan deze kant van de wereld. Het meeste zijn we geraakt door de mensen hier, maar daarover later meer.

The Alaskan people are a population generally set apart by their unrestrained spirit and ability to make life happen in a most delightful manner under the some of the most un-delightful circumstances.
– Bob Huck

*) Cheechako, groentje, een nieuweling in het noorden (een term gebruikt ten tijden van de Klondike).

Beren

In Europa staan we als mensen altijd bovenaan de voedselketen: alle beesten zijn bang voor ons. De paar beren die we hier nog hebben zijn zo schuw dat ze schrikken van hun eigen schaduw. In Alaska is dat anders, daarom hebben we ons goed voorbereid voor bear country. Voorbereiden is één ding, maar er daadwerkelijk zijn, ondervinden en voelen is heel iets anders.

We rijden naar ons vertrekpunt bij de Kings River met de shuttle bus. Don is onze chauffeur, honkbalpetje, grote baard, geruit shirt aan en een buikje. Hij praat graag en veel, waaronder ook vele grapjes. “Hey guys, you know the difference between scat from a black bear and that of a grizzly? No? Black bear’s scat is filled with seeds, berries, etc. Grizzly’s is filled with bear bells, bear spray, hiking boots, …” Zelf lacht hij er het hardst om.

Het is nog ochtend als we het bos in stappen. Een dicht bos. De wind waait en de bladeren ritselen. Het ruikt naar denneboom. Ondanks dat alles er normaal uit ziet, maken onze hersenen overuren. Waar is de verrekijker? Is dat een boomstronk in de verte, of is dat een beest? Moeten we de berebel hier ook al gebruiken? Het normale bos verandert in ons hoofd in een gang met achter elke struik een groot harig monster, klaar om ons de stuipen op het lijf te jagen. We zien pootafdrukken en poep. Dan komen we aan bij de doorwading van Kings River.

003

004

Het idee is om de eerste dag tot boven de boomgrens te lopen. Dat gaat niet meer lukken vandaag. Vooral Charissa heeft geen moment kunnen ontspannen in de uren die we gelopen hebben. Laat staan kunnen genieten van dit ruige landschap. We nemen een lastige beslissing om de tocht die we goed voorbereid hadden achter ons te laten en terug te keren naar de asfaltweg.

Op de terugweg zie ik meteen een verandering bij Charissa. Ze is nu al wat meer ontspannen, bijna opgelucht, terwijl we door hetzelfde landschap lopen als daarnet. Het gevoel van zo’n ondoordringbaar bos is moeilijk te doorgronden en al helemaal niet rationeel te benaderen. Tom Waes zegt het mooi: “Bear country, land of light sleep.”

We keren terug en worden geholpen met het uitstippelen van nieuwe tochten. We gaan wandelen door wat opener terrein waar we wat meer andere mensen tegen zullen komen. “Meer” is hier relatief. Als we vier wandelaars tegenkomen per dag is het veel.

We lopen over de Resurrection Trail en ons water is op. Vers water is nooit ver weg, de trail loopt langs de Resurrection Creek. Charissa gaat water halen. “Ik zie een beer, een zwarte!” Hij heeft ons niet gezien, we staan benedenwinds dus hij heeft ons ook nog niet geroken. Hij is maar een meter of vijftig van ons weg en staat aan de andere kant van de rivier, ook hij heeft dorst. We roepen maar hij ziet ons nog steeds niet. Hij heeft wel iets gehoord, maar weet niet wat, want hij richt zich op om beter te kunnen waarnemen. Op het moment dat hij ons ziet, stuift hij weg. We zien struiken tientallen meters van de bosrand nog schudden als hij erdoorheen rent. We hebben een beer gezien, en hij reageert precies volgens het boekje.

041

042

Bear country, land of light sleep.
– Tom Waes

Ik heb op twee momenten met de bearspray in de hand gestaan: De eerste keer toen ik in de tent aan het rommelen was en van achteren beslopen werd door een hond. Die kwam ineens uit de struiken zetten met veel geritsel. Voor ik het in de gaten had stond ik buiten de tent met de bearspray in m’n hand. Z’n baasje zei later: “Misschien moeten we hem een bel omdoen, hij heeft nogal de neiging om mensen te besluipen.” Misschien inderdaad een goed idee, ook voor z’n eigen bestwil.

De tweede keer zat ik net achter een struikje om die van de nodige mest te voorzien toen ik geroffel hoorde. Het geluid leek op een zwaar beest dat in volle gallop aan kwam stormen. Ik kijk de berg omhoog en (met m’n broek nog langs m’n enkels) heb de bearspray in mijn hand. Niks. Als ik omkijk zie ik dat Charissa haar packraft aan het ontdoen is van zand en steentjes voordat ze die gaat oprollen. Om de steentjes eruit te halen roffelt ze met haar handen op de onderkant…

Aan het begin van de Resurrection Trail komen we een oude Alaskaan tegen op een fiets. “You guys have some bear protection with you? Just saw some blackies down the road, big ones.” Hij moet ze weggejaagd hebben, want wij hebben ze niet gezien. Of het was een sterk staaltje Alaskaanse humor.

Sourdoughs*

Voordat we naar Alaska kwamen kenden we het land alleen van Discovery Channel: goudzoekers, tonijnvissers, loggers, ruw volk in een ruw land. Wat hadden we het verkeerd.

[…] it is the people of the place and the joy filled insanity that gave me years of adventure and laughter and who are the source of the memories that truly make my heart of hearts smile with abundance and an awesome gratitude.
– Bob Huck

Er is hier geen openbare buslijndienst en maar één spoorlijn. Toen we terug wilden van onze eerste tocht was er geen andere mogelijkheid dan liften. Als we later plannen maken voor nieuwe tochten krijgen we ook het advies: “You should hitchhike your way across Alaska. It is easy, a lot of fun and you’ll meet a bunch of interesting people.” Niets was minder waar.

114

De eerste dag van onze eerste trail was lang, zwaar en vol met bere-stress. Liftend kwamen we uit in Palmer, één stadje voor Anchorage. In theorie zouden we nu binnen een uur in Anchorage kunnen zijn. In de praktijk proberen we een uur lang om een lift te krijgen, tevergeefs. We waren kapot en het werd tijd om een tentplek te zoeken en morgen opnieuw te proberen Anchorage te bereiken. Juist op dat moment stopt een auto en ontmoeten we iemand die “even” 150 km op en neer rijdt naar Anchorage, ondanks dat hij zelf een kwartier rijden verderop woont. Wat waren we blij met hem.

In totaal hebben we negen maal gelift, bijna 400 kilometer. Allemaal werden we meegenomen door locals, de toeristen in campers reden allemaal door. Het viel ons op dat de locals het oprecht leuk en interessant vinden om je mee te nemen en te luisteren naar wat je hebt meegemaakt, waar je vandaan komt en hoe het daar is. Ook zij vertellen over hun land en wat ze doen en zijn daar trots op. Misschien is het juist wel de verre afstanden tussen dorpen, het wisselende weer, de sterke natuur in dit land die ervoor zorgt dat mensen meer op elkaar zijn aangewezen en daarom ook meer bereid zijn om elkaar (en twee rugzaktoeristen) te helpen. Wij vonden het in ieder geval een hele ervaring en prachtig om zoveel mensen te ontmoeten die zo open en trots op hun land zijn.

164

*) Sourdough (zuurdesem), een oud-gediende in Alaska, een naam die zijn oorsprong vond in de zuurdesem gebruikt door de goudzoekers omdat ze geen gist hadden.

Dankwoord

Alastair Humphreys schreef ooit: “Most of my memories of people are from the briefest of connections.” Deze reis heeft ons pad zich gekruist met talloze andere mensen. Een aantal van hen zijn we dankbaar en ondanks de briefest of connections zullen deze ontmoetingen in ons geheugen blijven staan.

Casey, dank je wel voor de ongelooflijke lift op een moment dat we er echt doorheen zaten.
Base Camp Anchorage: Eric, Nate, Ole, bedankt voor de goede zorgen, de nieuwe ideeën voor mooie tochten en het lenen van de wandelstokken toen onze set verdwenen was.
Patrick & Harlow, bedankt voor de aansteker toen de onze het had begeven, voor de goede ideeën, en de gastvrije uitnodiging.
Terri, dank voor het stoppen in de stromende regen om twee drijfnatte peddelaars een lift te geven.
Joel, dank je voor de talloze inspirerende gesprekken tijdens de koffie.

Foto’s

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Verschillende kaarten rond de Talkeetna Mountains
1 : 63000
Beschikbaar via http://store.usgs.gov/

Kaarten van heel Alaska
DeLorme Alaska Atlas & Gazetteer
1 : 300000 tot 1 : 1200000
ISBN 0-89933-289-7

222: Denali National Park
National Geographic Trails Illustrated
1 : 225000

Backcountry Bear Basics, second editions
The mountaineers books
Dave Smith
ISBN 978-1-59485-028-8

Gelopen trails

Trail langs Kings River
Coastal Trail (per fiets) in Anchorage
Rond Spencer Lake, daarna per packraft over Placer River
Resurrection Trail van Hope naar Cooper Landing
Mount Marathon
Lost Lake Trail en Primrose Trail van Seward tot Primrose
Kesugi Ridge Trail

La dernière légende

De GR571, een verhaal in drie delen. Deel één leidde ons door de vallei van de Amblève. Het tweede deel ging door het dal van de Salm. Nu wordt het tijd voor het dal van de Lienne.

04

De ondertitel van de GR, de Valleien der Legendes, slaat op de vele legendes die zich in dit gebied afspelen. In het eerste deel hebben we al kennis gemaakt met de duivel van de Fonds de Quarreux. Dit deel zou gaan over de fee genaamd Lienne en een gouden geit.

02

Beiden komen we helaas niet tegen. Eigenlijk komen we helemaal niemand tegen op de mooie paden onderweg. De eigenaresse van de camping in Targnon kijkt raar op als we aankomen, omdat ze in de afgelopen 28 jaar steeds minder mensen GRs heeft zien wandelen. Zonde, dit is een prachtige route, en zo dicht bij huis.

23

25

Via de Fonds de Quarreux, van de legende van het eerste deel, komen we uiteindelijk weer terug bij Remouchamps.

Merci pour l’Ardenne Mystérieuse!

34

35

12

Foto’s

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

GR571, Vallées des Légendes Amblève, Salm, Lienne
Topo-Guide du Sentier de Grande Randonnée
ISBN 2-9600450-6-8

Bleau zonder boulderen

Nieuwjaarsdag 2015. De sneeuw is net weer gesmolten als we richting Fontainebleau rijden. Helaas komt de regen met ons mee. 03 In de auto ligt onze bouldermat, die we onaangeroerd weer mee terug naar huis nemen. Wel maken we een mooie wandeling door Trois-Pignons: circuit des Belvédères. De volgende regendag gaan we boulderen in de lokale klimhal. De regen trekt weg en maakt plaats voor mist. De zandsteen waar het gebied uit bestaat wordt zacht als het te vochtig is. Na de regen en mist van de afgelopen dagen droogt de rots voor geen meter. Omdat we niet kunnen boulderen zetten we de slackline op bij l’Éléphant en gaan hardlopen over de T.G.L.

13 Slacklining bij L’Éléphant

10 Slacklining

19 Parcours Larchant T.G.L.

Klik hier om alle foto’s te bekijken. Film https://vimeo.com/116493753 Bibliografie IGN Carte de Randonnée, 1 : 25000, 2417OT: Forêts de Fontainebleau et des Trois Pignons

Chez Bertrand, la deuxième fois cette année

Als de laatste buien de regio uitdrijven, rijden we naar onze zuiderburen. Afgelopen voorjaar zijn we gestart met de GR571, Vallée des Légendes. Met de kleurende blaadjes en een paar dagen mooi weer in het verschiet een mooie gelegenheid een stuk verder te lopen langs deze route.

06

We laten de auto achter in Trois-Ponts en lopen het eerste stuk langs de Salm. Kunnen we mooi even spieken hoe deze loopt, als we de beek later deze week nog willen bevaren.

11

De eerste avond komen we tot een pijnlijke ontdekking: de gasbrander begeeft het. We eten lauwe macaroni en hebben helaas geen mogelijkheid meer om ’s ochtends warme thee te maken.

Vanuit Gouvy gaan we de volgende ochtend terug naar de auto. Voor de tweede keer dit jaar eten we ’s avonds bij Bertrand, de bekende, lokale frieterie in Trois-Ponts. Zoals altijd is het er druk.

21

De dag erna staan we om tien uur te wachten op het station. Twintig over tien gaat de trein naar Vielsalm. Om negentien minuten over tien wordt er iets omgeroepen. “Le train à Luxembourg […] de dix heures vingt […] Excusez-moi” We missen iets van deze zin. Ze zegt iets over de trein die wij willen hebben, maar wat precies ontgaat ons. We wachten nog vijf minuten en lopen dan terug het station binnen. Waar eerst nog drie andere mensen wachtten, is het station nu leeg. We vinden toch nog iemand van het spoor die ons weet te vertellen dat de trein niet gaat.

16

Over twintig minuten gaat er misschien een bus. Dat wil zeggen dat volgens het boekje lijn 142 vertrekt, maar op het bord staat alleen lijn 42a. Gelukkig komt die wel en rijdt hij ook nog naar Vielsalm.

20

Voor Ardense begrippen is de Salm smal en snelstromend. In tegenstelling tot de meeste andere rivieren wordt hier niet met huur-kano’s gevaren. Er worden dan ook geen omgevallen bomen opgeruimd. We beleven een aantal uren plezier aan het varen. We komen zeven drijvende voetballen tegen en moeten zes keer uitstappen om onze packraft om te dragen. Eénmaal vinden de koeien ons zo interessant, dat ze een meter of tweehonderd met ons meerennen.

22

Debiet Salm: 3.2 m3/s Dit is net voldoende om te packraften. We zijn niet vast komen zitten, maar hebben wel regelmatig de bodem geraakt.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie
GR571, Vallées des Légendes Amblève, Salm, Lienne
Topo-Guide du Sentier de Grande Randonnée
ISBN 2-9600450-6-8

IGN Carte Topographique, 1:50 000, No 55: Durbuy
IGN Carte Topographique, 1:50 000, No 56-56A: Sankt Vith

Skiftende bris*

Rondtrekken zonder plan is iets anders dan doelloos zwerven. Zonder plan vertrekken we naar Noorwegen, een reis in twee delen, we gaan naar Børgefjell NP en Lomsdal-Visten NP. Deze keer niet het gemak van paadjes, gekleurde verfstippen of luxe hutten van de DNT. Zweeds Sarek wordt ook wel de laatste Europese wildernis genoemd, maar deze twee Noorse parken zijn bijna even wild.

011

Børgefjell

Als de trein stopt, schieten we meteen de conducteur aan. “Twee kaartjes naar Majavatn alstublieft.” Bij Majavatn staat in het overzicht Stopper ved behov, stopt alleen op verzoek. Een half uur later stappen we uit, we zijn inderdaad de enigen.

We gaan op weg naar Jengelvatnet, een visparadijs in Noorwegen. Onderweg komen we de grootste groep mensen tegen van de komende drie weken: vijf vissers keren net terug van het meer. Gedurende de rest van de tocht komen we sporadisch nog een paar mensen tegen, de meeste zijn met z’n tweeën, Noren en zijn er om te vissen. Ook wij proberen soms te vissen, maar nemen er veel te weinig tijd voor. Tussen het opzetten van de tent en het eten van een soepje willen we wel een half uur een lijntje uitgooien. Rammelende magen maken ons daarna snel attent op de vriesdroogmaaltijden die we elke dag meeslepen in onze rugzakken.

019

Niet alleen de vissen spelen verstoppertje. In het nationale park zien we overal rendierenpoep, maar geen rendier. We vinden de eerste kuddes als we de Bȧtskardet pas bereiken. We overnachten op de brede pas, waar we nog een paar keer bezocht worden door de kuddes. Ze schrikken van onze tarp en hoesten om het gevaar aan de anderen te vertellen. Daarna nemen ze de benen.

We verlaten Børgefjell via het Simskardet dal. Een zandpad verbindt de parkeerplaats met de geasfalteerde weg. Juist als we over dat zandpad lopen, zien we een slaperige vos. Een vos! Deze schuwe en sluwe beesten hadden we niet verwacht te zien. Ook hij loopt liever over het vlakke pad dan zich door de bosjes te moeten dringen.

082

Het omslagpunt tussen de twee nationale parken brengt ook een omslagpunt in het weer met zich mee.

073

Lomsdal-Visten

Het omslagpunt tussen de twee nationale parken brengt ook een omslagpunt in het weer met zich mee. Børgefjell doorkruisten we met prachtig weer. Veel zon, af en toe een buitje. In Lomsdal-Visten worden we verwelkomt met vier dagen aaneengesloten regen. Soms is er een hutje waar we gebruik van kunnen maken, soms lopen we ons vast in het slechte weer. Het eerste idee is om de doorsteek naar de zee te maken. In een lange dag lopen we door tot het Litlskardvatnet meer. Na de regendagen is de karstgrond met een paar centimeter planten zo verzadigd dat het verschil tussen moeras en riviertjes begint te vervagen. Nergens kunnen we onze tarp kwijt, zodra je hier gaat liggen, druk je de grond zo ver in dat je je eigen poeltje creeërt. Lang rondkijken of discussieren over een plek kunnen we ook niet, de wind jaagt zo hard door het dal dat we flink afkoelen in onze natte kleren. Er zit niets anders op dan op onze eigen stappen terug te keren. Anderhalf uur hebben we hier omhoog gezwoegd, afdalen duurt een uurtje. We koken in de tarp en vallen daarna in slaap.

102

103

De dag erna proberen we het opnieuw. Anderhalf uur omhoog, de rivier staat hoog en stroomt snel. De wolken dalen over het meer. We twijfelen maar weten te weinig van de vervolgroute om met dit weer door te gaan. We besluiten terug te gaan en het via een ander zijdal te proberen.

Ook in Lomsdal zitten de rendieren op specifieke plaatsen. We komen een vrolijke kudde van een zeventigtal dieren tegen tussen Grønfjellet en Storklumpen. Een eland zien we de laatste dag, ook in de stromende regen. Het fototoestel zit diep weggestoken in de rugzak om het te beschermen tegen de nattigheid. We zijn net op tijd om toch nog een fotootje te maken van het grote beest met breed gewei.

Een paar minuten later staan we voor een afgrond. Een meter of vijftig loodrecht naar beneden. Het lijkt alsof we vast zitten op een grote rotsband. We gaan terug naar de plek waar we de eland hebben zien afdalen en vinden zijn sporen. Sporen die over een steil paadje naar beneden gaan. Het herinnert ons eraan dat dit zijn land is en wij zijn enkel bezoeker.

134

Ze lachen breeduit: “Ah, daarom zijn jullie vandaag teruggekeerd, jullie vertrouwen de Noorse jagers niet!”

112

125

Als we aan het eind van ons avontuur Trofors binnenlopen worden we voor de supermarkt aangesproken in het Noors door een oude, grijze man en een man met maar één arm. Jeg snakker ikke Norsk, ik spreek geen Noors. Ze gaan meteen over op het Engels en vragen of we in Lomsdal geweest zijn. Ja, we hebben drie weken rondgetrokken door Børgefjell en Lomsdal. “Drie weken? En alleen maar gewandeld?” Inderdaad. De oude man kijkt naar onze rugzakken. “Licht gewicht?” Inderdaad. Heel on-Noors allemaal: kleine rugzak, licht, geen rustdag om te vissen. Hij zegt dat hij komende week ook naar Lomsdal gaat. We herinneren ons dat het vandaag 10 september is, de opening van het jachtseizoen. Ze lachen breeduit: “Ah, daarom zijn jullie vandaag teruggekeerd, jullie vertrouwen de Noorse jagers niet!” Nadat we nog even doorpraten over de mooie natuur hier, nemen we hartelijk afscheid. Afscheid van dit spontane gesprek en afscheid ook van de prachtige, wilde natuur hier. Het voelt alsof de terugreis al begonnen is.

064

085

089

130

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Route

Deel 1: Majavatn – Breidskardfjellet – Søre Bisseggvatnet – Nordre Bisseggvatnet – Simskardet – Bȧtskardet – Breidskardelva – Strendene

Deel 2: Strendene – Stavassgȧrden – Litls Kardvatnet – Stavassætra – War monument – Storklumpen – Feitskardet – Stavvatnet – Tinden – Øvergȧrdsvatnet – Trofors

Beklommen bergen: Col of Kvigtinden, Litl Kjukkelen, Breidskardfjellet, Storklumpen, Tinden

Bibliografie
DNT, Uglant IT
Børgefjell Nord
Turkart 1 : 50 000

DNT, Uglant IT
Børgefjell Sør
Turkart 1 : 50 000

Nordeca
10114 Vistfjellan
1 : 50 000
ISBN 978-82-8278-114-5

GR571, Vallées des Légendes

Pinksteren. Volgens de weersverwachting wordt het 29C en zonnig, met twee dagen kans op buien. We nemen deze keer geen tent mee, maar een tarp, dat zal wel genoeg zijn voor deze temperaturen en wat regen.

We stijgen naar Les Tartines en kijken naar de samenvloeiïng van de Ourthe en de Amblève. Bij een tweesprong ligt een boer in het gras een uiltje te knappen. We groeten hem en vragen in ons beste Frans of dit de weg is naar Oneux. Hij wijst inderdaad naar de kant die we opgaan en zegt: “Un bon kilomètre, … et demi peut-être”. We bedanken hem, hij zet zich weer in het gras en gaat verder met rusten.

P6072099d
Uitzicht op Comblain-au-Pont (Rivage).

De GR blijft vandaag voornamelijk op hoogte met mooie uitzichten over de dalen van de Ourthe en de Amblève. Het weer is broeierig en zwetend lopen we rond een uur of drie Martinrive binnen. Eigenlijk nog te vroeg om te stoppen. “Gelukkig” is de camping al zes jaar gesloten en staat het gras er heup-hoog. We lopen door tot Aywaille, waar een fiets-festival aan de gang is. De camping is vol, maar voor een klein tentje is altijd wel plek.

P6082147
Camping Domaine Château de Dieupart.

De volgende dag begint met een bui. We hebben net onze tassen gepakt en wachten af. De bui laat de temperatuur dalen en lekker fris beginnen we weer te stijgen. Langzaam wordt de dag weer net zo broeierig als gisteren.
In het bos is een trailrun aan de gang. De trailrunners zijn net gestart als wij omhoog lopen. Drie-en-dertig kilometer lang is het. We zullen ze nog een paar keer tegenkomen vandaag.
Als extraatje lopen we vandaag een rondje door het Ninglinspo dal. Door het bos lopen we naar het begin van het dal. Een bos vol met steekvliegen en andere onaardige insecten. Vanaf het begin van het dalletje loopt het weer omlaag: 350 meter in drie kilometer, net naast het beekje of soms erdoorheen. Hoe lager we komen, hoe drukker het wordt, met als toeristisch hoogtepunt de aankomst in het dorp Nonceveux.

P6092316

In Nonceveux is een camping, maar voor de tweede keer vinden we het te vroeg om te stoppen. Langs de Amblève lopen we door naar Fonds de Quarreux. Er is daar een kleine, rustige camping, genaamd au Moulin du Diable. De naam is een verwijzing naar de lokale legende: De Fonds de Quarreux zijn de rotsblokken die hier in de Amblève liggen. De molenaar, Hubert Chefneux, zou een prachtige molen beloofd zijn als hij zijn ziel aan de duivel zou geven. De vrouw van de molenaar was bezorgd om de ziel van haar man en verstopte zich in de molen met een medaille van Notre-Dame de Dieupart in haar handen. Hierdoor wilde de molenwieken niet meer draaien. De duivel werd gek en van woede heeft hij de molen kapot gemaakt: de enorme stenen vielen één voor één naar beneden in de Amblève.

Volgens ons zwerft die duivel nog ergens rond daar: om drie uur ’s nachts maakt hij ons wakker met onweer en hagelstenen ter grootte van flinke knikkers. Onze tarp doorstaat deze beproeving van een minuut of twintig zonder problemen. ’s Ochtends vroeg zien we de duivel in het bos tegenover de camping. Hij kijkt ons een beetje grijnzend aan:

P6092243
Diable du forêt.

De GR571 verlaat nu weer de Amblève en gaat langs het beekje de Chefna omhoog. Eigenlijk vinden we dit beekdal nèt iets mooier dan de Ninglinspo. Er wordt minder gelopen, de paadjes zijn nèt iets smaller, kronkeliger en we zijn er op het juiste moment: ’s ochtends nadat het ’s nachts geregend heeft. De zon staat nog laag en het bos dampt nog mysterieus uit, een prachtige ochtend.

P6092283
Beekdal van de Chefna.

P6092299
Beekdal van de Chefna.

We lopen door tot Coo. Ondanks dat in beide boekjes geen camping vermeldt staat in Coo, is die er wel. We zetten de tarp neer en beginnen te koken wanneer de lucht ineens zwart kleurt. We halen de pan van het vuur en gaan onder de tarp zitten. Twintig minuten lang probeert de wind aan alle kanten grip op onze tarp te krijgen en dondert en bliksemt het boven ons. We horen bomen kraken in de wind. Als het voorbij is, blijkt de camping zonder stroom te zitten. Er is een boom op de elektriciteitskabel gevallen en die is gebroken. De Amblève is in de twintig minuten een centimeter of tien gestegen en bruin gekleurd. Na ons avondeten, helpen we de beheerder met het opdrinken van de Bellevaux Blanche. Zonde toch als zijn bier warm wordt omdat de koeling het niet doet?

P6102351
Cascade de Coo.

P6102354
Panorama op Coo en de spaarbekkens.

Dit is het eerste van drie delen van de GR571. Het laatste stukje gaat op hoogte van Coo tot aan Trois-Ponts met mooie uitzichten op de route die we gelopen hebben. In het bos zien we pas de schade die de storm heeft aangericht: ontelbaar veel afgewaaide takken en meer omgevallen bomen dan we hadden verwacht.

P6102376
Point de vue de Ster.

In Trois-Ponts nemen we de trein terug naar ons beginpunt. De GR571 smaakt naar meer. Lekker rustig, mooie natuur en zo dichtbij!

P6102367d
De trein van Trois-Ponts.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie
Op pad met rugzak en tent
Sjef van de Poel
Uitgeverij Elmar
ISBN 90-389-1339-7

GR571, Vallées des Légendes Amblève, Salm, Lienne
Topo-Guide du Sentier de Grande Randonnée
ISBN 2-9600450-6-8

Bogs, moorland and a dinghy on the Dee

“We zijn op tijd vertrokken en hebben een goede staartwind. Onze navigatiecomputer geeft aan dat we een kwartier voor de normale aankomsttijd zullen landen op Aberdeen”, aldus de gezagvoerder van de KLM. In realiteit stonden we pas vijf uur later op het vliegveld van Aberdeen: het Schotse weer bedekte het vliegveld met een dikke deken van mist, waardoor we zijn doorgevlogen naar Glasgow. Daarna is het nog drie uur naar Aberdeen met de bus.

Eigenlijk is het best goed weer hier. Er hangt dikke mist rond Aberdeen, maar in de rest van Schotland is het zonnig. Een dag later dan gepland stappen we uit de trein in Aviemore. In een klein zonnetje lopen we naar het begin van de Lairig Ghru.

15
Lairig Ghru.

De Lairig Ghru is één van de paden die de Cairngorms van noord naar zuid doorsteken. We gaan een paar dagen door de Cairngorms lopen, waar de river Dee ontspringt. Daarna blazen we onze packrafts op, om over deze rivier bijna honderd kilometer terug naar zee te peddelen.

“You are going to do what? Walk from here to the Dee and then paddle back to sea? Haha, I feel better already!”

We eindigen de dag in een miezelregen net achter de Pools of Dee. Als rond een uur of negen de schemer langzaam in begint te vallen, zien we twee vrouwen en een hond aan komen lopen. Ze zijn vandaag vertrokken uit Aviemore, om naar Devil’s End te lopen en terug. Misschien toch een beetje te ver voor één dag, vertellen ze lachend. “Nee, we gaan niet overnachten, morgen moeten we weer naar het werk.” Ze hebben nog genoeg te eten en ze hebben een stevige zaklamp mee. Als ze maar langs de Pools of Dee zijn voor het donker is, want daarna is er een goed pad terug naar Aviemore. Het enige wat ze missen zijn hondekoekjes. Hond Skye heeft de hele dag nog niets gegeten. Ze vragen naar onze plannen en barsten dan in lachen uit: “You are going to do what? Walk from here to the Dee and then paddle back to sea? Haha, I feel better already!” Als wij in onze slaapzak rollen, lopen zij verder naar Aviemore.

14
Hoen.

The famous day two, waarin de spieren van zich laten horen, wordt vergezeld door the famous grouse. Overal zien we de Schotse hoenen, in het echt een stuk minder elegant dan de whisky reclame uit 2008. Vandaag is er geen wolkje aan de lucht en ’s avonds zien we dan ook wat roder dan normaal. Nee, zonnebrand hebben we niet meegenomen.

Een aantal keren zien we mensen van het National Trust for Scotland, zo ook als we na de Cairngorms aankomen bij Mar Lodge. Deze meneer van het National Trust is bezig met het onderhoud van het landgoed en neemt even de tijd om een praatje te maken. Hij vraagt naar onze plannen en vertelt over de afgelopen winter. Zijn enthousiaste manier van vertellen verraadt dat hij trots op Schotland en trots is op zijn werk hier. Hij wenst ons veel plezier en succes, en stapt dan weer op zijn quad.

31
Mar Lodge.

Bij Victoria Bridge blazen we de packraft op. Even waren we bang dat onze planning te krap was. Een halve dag zijn we verloren door het uitwijken van het vliegtuig, maar door het prachtige weer zijn we sneller dan verwacht door de Cairngorms gelopen. Het moet nog steeds haalbaar zijn om tot zee te peddelen. De Dee is hier breder dan we gedacht hadden, er staat genoeg water en zelfs op de brede stukken is er nog stroming. Het valt niet zo op als je aan het varen bent, maar stiekum helpt de stroming meer dan verwacht. Snel zijn we Braemar voorbij en moeten we naar de kant. Net na Braemar is een hek over de Dee gemaakt om het wild te weren. In ons gidsje stond dat er een gat in het hek zou zijn ter grootte van een kajak, maar dat gat is al gerepareerd. Wij gaan uit het water, tillen onze spullen over het hek en stappen weer in.

Onverwacht snel komen we aan bij Invercauld Bridge, klasse 3 volgens ons gidsje. Zoals ons geleerd is, stappen we uit om de stroomversnelling te scouten. We overleggen even welke lijn we willen varen en proberen de markeringen in onze hoofden te prenten: “Net rechts langs het grote rotsblok in het begin, dat is het poortje. Dan de grote V van rustig water volgen en rechts van die grote witte schuimkop blijven.” Later zullen er nog een paar grote stroomversnellingen volgen. Wij vinden ze allemaal erg leuk en goed te doen.

37
Packrafting river Dee.

“Hi there, how are you? Was it you, who have been camping on the riverbank a few hunderd meters back? Beautiful spot, good choice!”

Aan het begin van de Dee is de rivier rustig en breed. Na Ballater wordt het iets smaller en zijn er meer stroomversnellingen. Daar zijn ook de vissers, in bijna elke bocht staan er wel één of twee. De oever van de Dee is versierd met kleine hutjes. Sommigen blinkend nieuw, anderen vallen bijna van rottigheid uit elkaar en bijna allemaal hebben ze een houtkachel. Door het grote aantal vissers vinden we het lastig om een plekje voor onze tent te vinden. Als we op een koude, regenachtige dag dan eindelijk onze tent neerzetten langs de kant zijn we erg blij om eindelijk even droog te zitten en wat te kunnen eten. Het nadeel van slecht weer, we nemen bijna geen pauze en eten te weinig snacks. De beschutting van de tent en het eten pruttelend op de brander is dan echt geweldig. Ondanks de wind en het hobbelige stukje grond waar we staan, slapen we allebei als een os.

We dachten dat we achter een bosje in een groene tent niet op zouden vallen. De volgende ochtend stappen we in onze packrafts en binnen een paar minuten komen we de eerste visser tegen. “Hi there, how are you? Was it you, who have been camping on the riverbank a few hunderd meters back? Beautiful spot, good choice!” De volgende visser een paar minuten later zegt precies hetzelfde!

25

Vanaf Peterculter wordt de Dee weer breed en rustig. Vlak voor we Aberdeen binnenvaren, zien we nog twee otters spelend in het water. Het was een week vol met prachtige ruwe landschappen, we hebben reeën gezien, veel zwaluwen en scholeksters en een heleboel kleine vogeltjes. Ondanks dat er dorpjes langs de Dee liggen, is nergens veel te zien van de beschaving totdat je bijna in Aberdeen aankomt.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Route
Aviemore
Old logging road
Lairig Ghru
Mar Lodge
River Dee tot Aberdeen

Waterstand Dee: 0.7 m – 0.8 m

Bibliografie
36, Grantown & Aviemore
Landranger Map
1:50 000

37, Strathdon & Alford
Landranger Map
1:50 000

38, Aberdeen
Landranger Map
1:50 000

UK Rivers Guidebook
River Dee – Above Braemar to Potarch

UK Rivers Guidebook
River Dee – Potarch to Banchory

UK Rivers Guidebook
River Dee – Banchory to Aberdeen

Harz

De laatste tocht van dit jaar. Het wordt een langlauftocht door de Harz van enkele dagen. Een klein probleem: hoe dichterbij de vertrekdatum komt, hoe minder kans er is op een met sneeuwbedekte Harz. Dit is toch het gebied dat bekend staat om zijn vele regenval en lage temperaturen? Tijdens de kerst verdwijnen de laatste vlekken sneeuw, dus we vertrekken richting Duitsland zonder ski’s.

DSC_1591

De Harz is een middelgebergte in Noord-Duitsland met als hoogste punt de Brocken. Het is heel erg bekend: Per jaar komen er 1.3 miljoen mensen naar de Brocken. De Harz is één groot bos van hoofdzakelijk dennebomen en een enkele berk. Het wordt afgewisseld met vennetjes en de “toppen” van de bergen bestaan uit een paar rotsblokken. Een paar jaar geleden is de lynx uitgezet, die meteen symbool staat voor het gebied.
De Harz is al sinds de Middeleeuwen gebruikt voor intensieve mijnbouw. De laatste mijn is vrij recentelijk gesloten: in 2007. De mijnbouw heeft zijn sporen nagelaten want er zitten nog steeds veel zware metalen in de grond. Tijdens de Koude Oorlog lag de grens tussen Oost- en West-Duitsland door de Harz. Tussen 1945 en 1990 was dit verboden, militair gebied. Na de Wende is zo’n beetje alles wat herinnerd aan deze tweedeling verwijderd. De enige herinnering die je regelmatig tegenkomt in het gebied zijn de Kolonnen Wegen, lange blokken beton waarover de soldaten zich verplaatsten.

DSC_1708

De eerste avond kruipen we onder de tarp als het niet lang daarna begint te miezelen. Gedurende de nacht gaat het getik van de regendruppels over in een zachter geroffel: sneeuw. Er valt die nacht toch nog een paar centimeter sneeuw en we worden wakker in een witte wereld.

DSC_1610

Ondanks dat de wind sterker wordt, duurt het een dag of twee voordat de dichte mist die in het bos hangt verdreven is. Deze dagen hebben we geen uitzicht: je loopt door een dicht bos en op de toppen (Klippe) is niks te zien door de mist. Als de mist dan eindelijk optrekt, hangt er toch nog een dichte, grijze deken over de Brocken. Volgens de statistieken zit de Brocken 300 dagen per jaar in de mist. We geloven het.

DSC_1800
Achtermannshöhe

Aangezien het vakantietijd is en de Harz een geliefd gebied is, is het erg druk op de paden richting de Brocken. Zodra je deze paden verlaat, kom je bijna niemand meer tegen!

DSC_1624

Dit gebied is goed geschikt om een keer te langlaufen. Het is glooiend en er zijn goede paden. Om te wandelen hebben wij liever kronkelige bergpaadjes, die we er een stuk minder vinden.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

450, Karte 1, Harz
Wandern, Rad, Kompass
1:50 000