Sentiero delle Orobie Orientale

’s Ochtends hobbelen we in de bus omhoog naar het ski-dorp Lizzola. We gaan de Sentiero delle Orobie Orientale doen, door de Orobie Alpen, maar dan onze eigen variant. Eigenlijk is dit een wandeling in lijn, waarbij je niet terugkomt bij je beginpunt. Wij starten in het midden en maken er een ronde van.
In Lizzola hebben we moeite om op het juiste pad te raken. Het pad dat we moeten hebben staat pas aangegeven op het moment dat je de eerste 200 m hebt afgelegd. In het dorp staat alleen GR322 aangegeven. Op de bovenste parkeerplaats in het dorp moet je in zuid-oostelijke richting door het weiland lopen, dan kom je vanzelf op GR307.
Het is een warme dag als we door de weilanden stijgen. We passeren een herdershut en komen verder stijgend aan op Pso. della Manina. Er staat daar een klein kapelletje waar een mis bezig is in de open lucht. We eten er wat en genieten van het uitzicht.

02
Kerkdienst in de open lucht op Pso. della Manina.

Na het kapelletje kunnen we GR401 volgen en zitten we op de officiële Sentiero delle Orobie Orientale. We genieten van het afwisselende landschap en lopen op de hoge route door tot de skiliften bij Chalet dell’Aquila. Het valt op dat het druk is met wandelaars op de aanlooppaden naar de hutten, maar op grote delen van de GR401 is het aangenaam rustig.
Dit jaar is extreem qua sneeuwhoeveelheid. Ook in de Italiaanse Alpen merken we dit. In de buurt van Monte Ferrante liggen de eerste sneeuwvelden die we over moeten steken.
Bijna aan het einde van de Sentiero verlaten we de GR401, om af te dalen over de GR311. Naast bron l’Occhio dell Ogna maken we bivak. Een mooi plekje.

Na een goede nachtrust vervolgen we onze weg over GR311. Tot aan het gehucht Möschl zijn de borden en verfstrepen goed te volgen. Daarna verdwijnen ze en zijn er in realiteit veel meer paden dan op onze 1:50000 kaart. Bij één van de bouwsels komt een man net naar buiten om zijn was op te hangen. We vragen hem de weg naar Ardesio en hij bevestigt dat we op het juiste pad zijn. Een half uur afdalen later zien we plots een steen met daarop geschilderd “Grescala” en een pijl die naar rechts wijst. Als we op het goede pad zitten, moet er een pijl staan die naar links wijst. Zitten we dan toch verkeerd?
We staan ons nog te verwonderen over waar we verkeerd gelopen zijn als er een oudere man omhoog komt lopen vanuit Valzurio. Hij vraagt ons in het Italiaans: “Vi siete persi?” en vrijwel meteen erachteraan: “Are you lost?”. Geweldig! We leggen de situatie uit en hij is bereid om ons “through the mountains” de weg naar Ardesio te wijzen. Het alternatief is 8 km over karresporen om de berg heen te lopen. Daar hebben we geen zin in.
De goede man is 72 jaar oud en in een ver verleden geëmigreerd naar Amerika. Hij komt oorspronkelijk uit deze streek en neemt ons dan ook mee dwars door “zijn” weiden en paadjes die alleen bekend zijn bij de locals. Hij is aan het trainen, want elk jaar in de derde week van juni beklimmen ze de Monte Ferrante en eten na afloop polenta in Möschl. Van de twaalf mensen die deze traditie zijn begonnen, zijn er nog twee die hem jaarlijks uitvoeren en onze gids is er een van. 72 jaar, ongelooflijk. Als training was hij op weg naar een klein topje, om bij aankomst daar een beetje te lezen en een glas rode wijn te drinken. We hebben hem gevraagd waarom de Italiaanse Alpen zo onbekend zijn gebleven in het buitenland, we komen er voornamelijk Italianen tegen. Hij vertelt ons dat zijn generatie vooral hard werkte en naar de kerk ging. Ze hadden geen behoefte om toerisme te ontwikkelen. De nieuwe generatie staat hier heel anders tegenover, maar het duurt nog een paar jaar voordat dat zijn vruchten afwerpt. We kunnen dat beamen, aangezien we overal erg vriendelijk ontvangen worden en geholpen worden, ondanks alle taalbarrières.
Waar onze wegen zich scheiden, nemen we afscheid en bedanken hem vriendelijk voor het helpen met de weg en het fijne gesprek.
In het begin van de middag komen we aan in Ardesio. Dit is het saaiste stuk van de tocht. De Sentiero delle Orobie Orientale heeft een U vorm. Wij maken er een O van door de open eindes van de U met elkaar te verbinden. Dat betekent dat we een breed dal over moeten steken. Tot nu toe hebben we al flink wat hoogtemeters gedaald. We kunnen in Ardesio kiezen om over de weg weer bergop te gaan wandelen, of te wachten op de bus. Wij kiezen voor deze laatste optie en nemen de bus naar Valcanale, die helaas pas aan het eind van de middag vertrekt.

11

Vanaf Valcanale gaat de weg via Rifugio Alpe Corte via een paar klimmetjes en plateaus naar Rifugio Laghi-Gemelli. We spelen in de ochtend een paar keer haasje-over met soldaten van het Italiaanse leger die in dit gebied aan het oefenen zijn. Als we om twaalf uur aankomen bij Rifugio Laghi-Gemelli, besluiten we er meteen maar wat te eten. We hebben niet voor alle dagen eten meegenomen, omdat we langs hutten komen en dit is een mooie gelegenheid om een maaltijd uit de rugzak te besparen. Dit is trouwens geen berghut, maar een hotel! Ze hebben een menu en we eten er hert met polenta en een blikje cola.

17

Het stuk na Rifugio Laghi-Gemelli is erg afwisselend. Het gaat over bruggetjes, door tunnels en over hoogtepaden. Helaas zitten er erg veel muggen op de plek waar we onze tarp opstellen. Zodra we gegeten hebben, vluchten we de tarp in.

20
Pad 213 richting Rifugio Calvi.

Tijdens het schemeren horen we geluid. Het lijkt op een soort van hijgend, hees geblaf. We denken aan een ree en gaan buiten kijken of we wat zien. Aan het geluid te horen is het in ieder geval een snel beest. Het blijft niet bij wat geblaf tijdens de schemer, maar tijdens de nacht komt het een paar keer terug en houdt het ons wakker. Waarschijnlijk is het een vos geweest, die niet blij was met onze bivak plaats. Helaas hebben we hem niet gezien.

24
Bivakplek in de buurt van Dosso dei Signori.

Tijdens de nacht is het gaan regenen en helaas houden we dit keer niet alles droog. Net tijdens het ontbijt stopt het met regenen en kunnen we toch droog vertrekken. Na een uurtje zijn we bij Rifugio Calvi. Niet veel later moeten we de rivier Brembo oversteken. We kunnen erover door van steen naar steen te stappen. Gelukkig maar, want de brug ligt even verderop op zijn kant, kapotgeslagen.
We zien nog net de pas waar we overheen moeten, voordat de wolken zich weer samentrekken boven het plateau waar we ons bevinden. We wisselen de stokken voor een pickel en beginnen de klim over de sneeuw. In onze beschrijving staat dat bij deze pas regelmatig steenbokken te zien zijn en jawel, ook wij zien een steenbok net na de pas.

26
Kapotte brug over de Brembo.

We passeren bivacco Frattini, een oranje blik dat op de graat gebouwd is. Dat het bivak hutje op een graat gebouwd is, wordt benadrukt omdat de wolken precies tot de graat reiken.

27
Bivak Frattini.

Volgens onze beschrijving zou er nog een lastige rivier oversteek zijn bij Valle del Salto, maar er zouden kettingen hangen om het te vergemakkelijken. Helaas zijn de kettingen weggeslagen, waardoor we over moesten springen. Na de oversteek begint het dan toch te regenen. We lopen voorzichtig door over leistenen richels en bereiken nat Rifugio Brunone. We besluiten deze nacht in de hut door te brengen.

Er zijn nu twee opties om de Sentiero delle Orobie voort te zetten. Het originele hoge pad of de lage variant. De lage variant wordt aanbevolen bij slecht weer. We twijfelen tussen deze twee opties, omdat er dit jaar extreem veel sneeuw ligt (en wij niet veel ervaring in de sneeuw hebben) en omdat er veel bewolking is die navigatie bemoeilijkt. We vragen ’s avonds aan de huttenwaard hoe de sneeuwcondities en het weer zijn en hij maakt ons enthousiast om de hoge route te nemen. ’s Ochtends is het weer erg bewolkt. Tijdens het afrekenen, begint de huttenwaard nogmaals over de hoge route. Hij legt uit waar we op moeten letten en wat de beste route is. Het moeilijkste stuk zit net na de hut, dus hij zegt dat we altijd even moeten kijken. Vertrouwen we het niet, dan kunnen we altijd omdraaien en de lage route lopen. Maar we moeten echt de hoge route proberen, want die is veel mooier dan de lage variant.
De huttenwaard heeft gelijk. Het is echt een prachtig stuk tussen Rifugio Brunone en Rifugio Coca. Zeer aan te bevelen en niet al te moeilijk. Wij hebben ervan genoten en we hebben weer wat ervaring op kunnen doen in steile sneeuw.

35

Rifugio Coca zit vol met de soldaten die we eerder gezien hadden. We vragen naar het weer en de route naar de top en zetten dan onze tarp neer.

36
Blik op Pizzo di Coca vanaf Pso. Simal.

Als we om 5.15 opstaan is het inderdaad onbewolkt. We beginnen aan de route naar Pizzo di Coca en komen al vrij vlot 2 steenbokken tegen. Ze lopen ons voorbij. Niet veel later lopen we langs een groep steenbokken. Wat een mooie, statige beesten, meesters in de bergen. De mannetjes zijn aan het vechten om hun plaats in de groep en ze trekken zich niks aan van deze twee mensen die er wild op weg fotograferen.

45
Steenbok.

49
Jonge steenbok.

Na een col en een sneeuwveld komen we op een naamloze col op 2719 m. Dit is de splitsing naar de top. Er volgt een stukje klauteren, 3e graads. Niet Fred zijn specialiteit. Volgens de hoogtemeter volgt nog 300 m klauteren naar de top, terwijl de wolken weer langzaam het dal beginnen te vullen. Terwijl we aan het twijfelen zijn of we verdergaan of niet, komen er twee Italianen van de top terug. Het kostte hun één uur om boven te komen en de top is alweer uit het zicht verdwenen door de wolken. We keren om. Helaas…

51
Naamloze col onder Pizzo di Coca.

We keren terug naar de tarp, breken de tarp op en vervolgen de weg richting Rifugio Curó. Eerst een stuk wandelpad omhoog, daarna een hoogtepad langs de helling van Valle Seriana, soms beveiligd met kettingen. Op één plek is een rotsblok zo groot als een koelkast op de ketting gevallen. Na Pso. del Corno, wat minder op een pas lijkt dan de naamloze pas ervoor, zien we de rifugio liggen en is het makkelijk afdalen door het gras. We merken dat we toch moe zijn van de inspanningen van vanochtend. We zetten de tarp op op een kiezelstrandje langs een riviertje in Valmorta. Geen haring houdt hier, dus we zijn creatief met wat stenen. Beneden loopt een herder met een grote kudde schapen.

52
Bivak in Valmorta.

56

Onweer vannacht, ondanks dat dit niet voorspeld was. Van het weerbericht klopt niet zo heel veel.
We lopen in een half uurtje naar Rifugio Curó, dat gevuld is met dagjesmensen. Over GR305 gaan we terug naar Valbondione, waar de auto staat. Net voordat we aankomen bij de auto moeten we toch nog schuilen voor een flinke bui.

22

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie

Dominicus Adventure
Bergwandelen in de Italiaanse Alpen
Henk Filippo
ISBN 978 90 257 4403 8

Kompass Carta escursioni | bike | sci alpinismo
1:50 000
104 Foppolo / Valle Seriana

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s