Drie weken in de geest van de HRP

We hebben geluk. De avond voor de start van onze vakantie krijgen we een berichtje dat onze (schoon)zus op de camping staat in het stadje waar we met de trein aankomen. Ze wil ons wel naar Lescun brengen, het beginpunt van onze tocht. Deze keer hebben we een stuk Pyreneeën uitgezocht tussen Lescun en Bagnères-de-Luchon. We maken een trektocht in de geest van de HRP: we laten ons leiden door het weer, door de mooie omgeving en door hoeveel zin we hebben in het maken van hoogtemeters. De HRP slingert door Frankrijk en Spanje, we zullen de komende tijd meerdere malen de grens oversteken.

000
Overzicht van de route.

Op de parkeerplaats Pont Masousa nemen we afscheid, de komende drie weken zullen bestaan uit wandelen, eten, slapen, maar vooral genieten. Natuurlijk maken we daarbij de nodige foto’s. Bij het klimmen uit het dal van Lescun is ineens het beeld van het fototoestel wazig. Hoe kan dat nu? Alles is toch gecontroleerd? We bekijken de lens en zien dat het UV-filter die voor de lens zit in 100 stukken gebroken is. Die zit erop ter bescherming van de lens en heeft zijn werk goed gedaan. Zonder filter was de lens kapot geweest en hadden we geen foto’s gehad van deze vakantie.

De weg naar boven is best druk. Er komen verschillende jeeps langs en het is goed bereikbaar voor wandelaars door zijn hoge parkeerplaats. We hadden verwacht genoeg water te kunnen krijgen, omdat we een groot stuk langs de beek Gave d’Ansabère lopen. Die blijkt op een groot aantal plaatsen droog te staan. Droge rivierbeddingen zullen we nog meer tegenkomen in de loop van deze tocht. We komen aan bij cabane Ansabère, een herdershut. Er staat daar een bord met uitleg over Patou, de herdershond. Patou werkt zelfstandig en beschermt de kudde tegen wilde dieren. Loop met een boog om de kudde schapen en er gebeurt niets. Doe je dat niet, dan zullen ze aanvallen. We pauzeren even en lopen verder richting Lac d’Ansabère. Nog geen half uur later steekt een kudde schapen het pad over en staan we midden in de kudde… en zijn drie Patou’s. Die komen al aanrennen en blaffen en grommen luid. Ze laten nog net hun tanden niet zien. Tijd om het hazepad te kiezen, langzaam afstand nemen van de kudde en er met een grote boog omheen lopen. We worden nog een tijdje nagekeken door de viervoeters, maar ze gaan akkoord met onze omweg. Gelukkig.

002
Op weg naar Lac d’Ansabère.

We lopen door langs Lac d’Ansabère, een klimmetje, een stuk over de graat, weer een stuk naar beneden en komen uit bij Ibón de l’Acherito. We kijken even rond met de verrekijker en tellen er al vijf tentjes. Het waait best hard, dus wij zetten onze tarp niet aan het meer. Een stuk verderop is een mooie vlakke plek, achter een heuveltje, uit de wind. Daar gaan we staan. De zon gaat onder, het is 12C en er komt net een kudde koeien voorbij. Tijd om te gaan slapen. Dat wil niet zo lukken. De wind trekt behoorlijk aan, ook achter de heuvel waar we zitten. Vooral de windvlagen laat het doek van onze tarp flink klapperen. We maken de regenbek van onze tarp open, zodat de wind er doorheen kan waaien, waardoor het flapperen verminderd. Als eindelijk de wind gaat liggen, komt er nog een kudde koeien langsbellen. Daarna volgt dan eindelijk rust. Eindelijk. Om zeven uur staat de volgende familie koeien klaar. Twee kalfjes zijn geïnteresseerd in onze kookspullen en onze tarp. Ze worden door moeders op gepaste afstand gehouden.

005
Onze bivak plek

We vervolgen onze tocht en zien grote groepen wandelaars vanaf de parkeerplaats bij la Mina omhoog komen. Hopelijk wordt het niet al te druk, of gaan ze een andere kant op dan wij. Wij klimmen door naar col de Pau en Pic de Burcq. We maken snel meters met een pad dat de hoogtelijnen volgt. We zien op afstand een kudde schapen voorbij trekken, met hun Patou. Die doet goed zijn best: als twee vale gieren interesse tonen in de kudde en polshoogte komen nemen, verjaagt Patou ze. Als we cabane de Lapassa passeren, kruist alweer een kudde schapen ons pad. Het kost ons een half uur omlopen.

Bij refuge d’Arlet drinken we een colaatje en melden ons aan voor het avondeten. Onze tocht gaat rond de 19 dagen duren en we hebben eten mee voor 10. Bij Gavarnie hopen we extra eten te kunnen kopen, maar we zullen ook een aantal keer in een hut moeten eten. Dit wordt de eerste. We tellen nog twee andere tentjes in de buurt van de hut en een man of 45 tijdens het eten. Het merendeel van de mensen slaapt dus in de hut. Het eten smaakt goed en bij het afrekenen vragen we naar het weer: de komende twee dagen goed, daarna kans op bewolking, in het weekend regen, daarna weer lange tijd mooi weer.

018
Refuge d’Arlet in de ochtendzon.

Vanaf refuge d’Arlet gaan we naar col d’Arlet. We wijken hier af van de HRP, omdat die een groot stuk over de weg gaat. Het dal Aguas Tuertas dat achter col d’Arlet ligt, staat op onze kaart als bijzonder mooi aangegeven, dat lijkt ons een veel betere keuze. Over koeienpaadjes dalen we inderdaad af in een mooi dal met een sterk meanderend riviertje er doorheen. Onderin het dal loopt de GR11.

026
Aguas Tuertas.

Aan het eind van het dal komt ons pad samen met de GR11, die we de rest van de dag volgen. Buiten de GR10 en de GR11 komen we niet zo veel mensen tegen, maar beide GR’s worden druk belopen. Na een pad over rotsen hebben we uitzicht op Ibón d’Estanés. Een groot meer, waar vele mensen aan strandjes liggen of een duik nemen. Het is er warm genoeg voor. We zitten de hele dag al krap met ons water en vinden een bronnetje bij het meer. We nemen maar gelijk vijf liter mee. Binnen een paar uur gaan we bivakkeren en het is maar de vraag of we op onze bivak plek wel water hebben. Bijna aan het eind van Val d’Aspe vinden we een mooie bivakplek met een beekje in de achtertuin. We gaan vandaag één van de Noorse toermaaltijden van DryTech proberen. We hebben er een paar meegenomen, naast onze maaltijden van Adventure Food. De DryTech maaltijden zijn erg lekker, maar dat moet ook wel voor die prijs. We genieten in ieder geval in het zonnetje van onze wildschotel met rendiervlees. Volgende keer warmen we de maaltijd wel weer op in ons pannetje. Het is niet makkelijk eten uit zo’n diepe zak, met een korte lepel.

036
Bivak bij Val d’Aspe.

Na Val d’Aspe en col de Causiat gaan we naar Candanchú. Een wintersportparadijs met wel 39 km aan ski-piste. Er is een supermercado waar ze geen siësta houden. We kopen zonnebrand, onze tube is al bijna op, en een brood met ham. Even wat anders eten dan toerbrood. Na het eten zijn we over het asfalt naar het volgende ski gebied gegaan: Astún. Vanaf Astún gaan we gelukkig weer over paadjes verder. Langs Ibón del Escalar naar col des Moines. We zitten te pauzeren als er een man voorbij komt en zijn kaart pakt. Hij vraagt of we ook de HRP lopen. Een stukje, ja. Hij kijkt op zijn kaart, zegt dat hij de hele HRP in 28 dagen wil doen, en weg is hij. Later horen we dat het record op 26 dagen staat. Niet normaal. We dalen af naar Lac Bersau en gaan op weg naar refuge d’Ayous. Ons eindpunt van vandaag, dachte we. Het is er zo druk, het lijkt wel een camping. We lopen door naar het volgende meertje (Lac du Miey), wat we helemaal voor onszelf hebben. Ook hier hebben we prachtig uitzicht op de Pic du Midi.

048
Pic du Midi bij Lac du Miey.

’s Avonds brengen we nog een verbetering aan op onze tarp: de regenbek flappert nogal snel. We verlengen de tui-lijn waar de regenbek aan vast zit met zo’n 50 cm en het flapperen is al een stuk minder. We zitten weer in Frankrijk en gaan verder op de GR10: Pont de Bious, Lac de Bious-Artigues, daarna weer het rustige pad naar col Long de Magnabagt. In de buurt van de col staat een cabane van een herder. Hij verkoopt geitenkaas en schapenkaas. We dachten nog om na col de Lavigne over Crête Lavigne Chérue te gaan. Dan loopt je boven langs door het hele dal. Bij aankomst op de col waren we al moe genoeg en we moeten nog een flink aantal hoogtemeters, dus besluiten we om direct door te gaan naar de volgende col. Dan weer 600 meter omlaag naar de D934 en weer op zoek naar de GR10. Die loopt om het stuwmeer Lac de Fabrèges, waar de droogte goed merkbaar is: het peil van het stuwmeer staat zeker een meter of 10 onder zijn normale stand. We vinden de GR10 weer en lopen omhoog door een bos vol steekvliegen. Dat houdt het tempo er in ieder geval aardig in. We vervolgen omhoog door Val de Lurien en stellen onze tarp op naast de vervallen cabane du Lurien. Tegenover ons zit een bergmarmot te eten en te kwispelen. Om ons heen verzamelen zich regenwolken. In  ons dal blijft het droog, maar ’s nachts zien we grote onweerswolken voorbij trekken waar we gisteren waren. Elke seconde was er wel een bliksemschicht.

052
Verkoop van geitenkaas en schapenkaas.

De dag erna lopen we naar refuge d’Arrémoulit, via col du Lurien en Lac d’Artouste. Refuge d’Arrémoulit is een kleine hut in de oude stijl. Een leuke huttewaard, die ook goed kan koken. We delen onze tafel met een Frans gezin en twee Franse vrouwen. We hebben zelfs nog een gesprek in half Frans, half Engels en een beetje handen en voeten. Vooral de zoon van het gezin is een grote kletskous. Onze tarp staat hier naast een huizenhoog rotsblok op een vlak stuk grond. Tijdens het eten begint het te regenen, hagelen en onweren. Wij zitten in de hut, maar of onze spullen het droog houden? Aan het eind van de maaltijd is de regen voorbij en is het voor ons tijd om de schade op te nemen. Op wat spat regen vanaf de grond na, heeft de tarp zich goed gehouden gelukkig. ’s Nachts steken de windvlagen jammergenoeg weer op.

065
De avond valt bij Lac d’Arrémoulit.

De route gaat nu naar col d’Arremoulit, Ibones del Arriel, hoge pad door het dal naar refugio de Respomuso en dan naar het dal naar collado de la Faixa (col de la Fache). De refuge is groot en nieuw. Het lijkt er zelfs op dat de GR11 verlegd is. Volgens onze kaart loopt die niet langs de hut, maar tegenwoordig wijzen alle rood-wit markeringen je langs de hut. Op weg naar de col de la Fache komen we langs een niet-afgemaakte stuwdam. Deze dam staat ook als ‘niet-afgemaakt’ in het boek van Ton Joosten uit 2002. Achter de dam zijn twee jonge bergmarmotten met elkaar aan het stoeien. Ze zijn niet bang en we blijven even kijken. We zijn nog een klein stukje gestegen naar de col en zien een mooie plaats om te bivakkeren. Omdat er wind en regen voorspeld is voor de avond, stapelen we stenen rond de tarp. We melden onze positie regelmatig via een SPOT baken. Zo ook bij deze bivakplek: we drukken op OK, laten het baken een half uur liggen en willen hem uitzetten. Ondanks dat alle lampjes aangeven dat hij klaar is met verzenden, doet de SPOT raar: hij wil niet uitgaan. Na een paar pogingen trekken we de batterijen eruit. Uit is uit. Rond negen uur horen we een helikopter het dal in vliegen. We pakken onze camera, deze komt wel erg dichtbij! We verbazen ons nog meer als hij overvliegt en even verderop draait en terugkomt. Het blijkt een helikopter van de Guardia Civil en hij landt op een meter of tien van onze tarp. Er komen twee mannen uit, die onze namen kennen en vragen of alles goed is. Ze spreken alleen Spaans, geen Engels, dus communiceren gaat moeilijk. We weten ze duidelijk te maken dat alles goed is, ze maken een foto van onze paspoorten en weg zijn ze. Ze stijgen op over onze tarp, onze huisraad vliegt door de lucht en we blijven verbaasd achter. Wat in hemelsnaam is er gebeurd? Als dit door de SPOT komt, dan hebben familie en vrienden ook gezien dat er een helikopter gestuurd is. En hoe weten ze dan dat alles goed is en er niets gebeurd is? We hebben hier geen bereik met onze telefoons.

071
De helikopter van de Guardia Civil.

We zoeken onze huisraad bij elkaar. Onze pan vinden we 10 meter verderop, ons windscherm 20 meter verder, aan de andere kant van een beek. Dan lopen we een stuk omhoog, misschien doen onze telefoons het daar. Helaas. Met minder dan een half uur daglicht resterend, belooft het een onrustige nacht te worden. We zetten de wekker voor de volgende ochtend. De volgende dag snel ontbijten, inpakken en op pad. We hadden onze kansen het hoogst geschat op Collada de los Musales, een halve dag lopen vanaf onze plek. We lopen stevig door en bereiken de col rond een uur over tien. We bellen met onze ouders: onze SPOT heeft het “HULP” bericht uitgestuurd in plaats van OK. Daarom is het thuisfront bezorgd en ongerust geworden en is er hulp ingeroepen. Gelukkig hebben ze wel een terugmelding gekregen dat alles met ons goed ging. Na dit avontuur zijn we teruggekeerd naar tot waar we gekomen waren, om vandaar over col de la Fache richting refuge Wallon te gaan. We zetten onze tarp neer naast een meertje halverwege de col en de refuge. We worden wakker met grazende schapen rond onze tarp. Geen Patou te zien gelukkig. We dalen af naar refuge Wallon en drinken er een cola. De hut wordt bemand door jongeren, die alvast aardappels zitten te schillen in de zon. Over de weersverwachting zeggen ze: Like now, sometimes the clouds move in, sometimes they move out. Ondanks dat de dag begon met regenwolken, eindigt hij met een stralende blauwe hemel.

078
Grazende schapen rond onze tarp.

In de buurt van de refuge liggen een aantal bruggen, om over de snel stromende Gave d’Arratille te komen. We nemen het pad naar Lac d’Arraille. Door de verfstrepen te volgen kun je snel stijgen tot Puerto de Arratil. Daarna gaat het over blokkenterrein naar Puerto de Cauterets. Hier kunnen nog tot laat in het seizoen sneeuwveldjes liggen, maar wij komen er geen tegen. Na de col dalen we af tot bijna bij refuge des Oulettes de Gaube. We zetten onze tarp tussen de blokken met zicht op de Vignemale en zijn broer de Petit Vignemale. We maken ons avondeten en hopen op een onbewolkte nacht. Misschien zit er nog een mooie nachtfoto in, met sterren en de Vignemale erop. In het begin van de nacht gooit de maan roet in het eten. Hij komt op direct achter de Vignemale. Dan toch maar de wekker zetten. ’s Nachts lopen er 6 Spanjaarden voorbij naar de Vignemale. We zien het licht van hun hoofdlampjes even later weerkaatsen op de gletsjer.

085
De Vignemale en de Petit Vignemale bij nacht.

Als we de volgende ochtend vertrekken, zien we twee touwgroepen op 1/3 van de Vignemale in de wand hangen. De twee overgebleven mensen zien we afdalen over de gletsjer. Wij lopen door naar Hourquette d’Ossoue. Daar begint het wandelpad naar de Petit Vignemale, waar het file lopen is. We lopen langs refuge Bayssellance, de hoogst bemande hut in de Pyreneeën en beginnen aan de lange afdaling naar Gavarnie. We verbazen ons als we gevraagd worden welke top de Petit Vignemale is en of je daar stijgijzers voor nodig hebt. Hoe goed hebben deze mensen zich voorbereid?

Gavarnie bestaat uit hotels, restaurants en souvenierswinkels. Je kan er een ezel of een paard huren om je te laten rijden naar de beste plek om de cirque te zien. Wij zitten nog in een ander ritme. Gisteren hebben we nog op de kaart gekeken of er wel een beekje langs de camping stroomt, voor water en om te wassen. Pas een halve minuut later sijpelde de gedachte door dat een camping wel stromend water zal hebben uit een kraan. We hebben uitgekeken naar de douches op de camping, maar ze zijn ijskoud. We eten wat in een restaurantje, slaan eten in bij de supermarkt en vertrekken weer de bergen in.

090
De hutte-ezel.

We nemen het bospad naar refuge des Espuguettes. De zon schijnt flink, dus de verkoeling van het bos is welkom. Als we na de refuge bij Hourquette d’Alans aankomen, hebben we er toch alweer 1100 hoogtemeters op zitten. We vinden een plek voor onze tarp hoog in het dal van Gave d’Estaubé. Net na het eten horen we een vreemd, hoog en aggressief geloei. We pakken de verrekijker en zien een groep van zo’n twintig vale gieren die het op een heel klein kalfje gemunt hebben. Het kalfje is zo groot als een grote hond en staat met z’n twee grotere zussen en twee koeien alleen in dit deel van het dal. De rest van de kudde staat aan het andere einde van het dal. De gieren proberen het kleine kalfje te isoleren door naar de koeien te lopen terwijl ze hun vleugels krachtig heen en weer slaan. De twee koeien zorgen ervoor dat de kalfjes altijd tussen hun in staan, zodat de gieren er niet bij kunnen. Eén koe rent zelfs een keer al loeiend op de groep gieren af. Dit maakt blijkbaar toch genoeg indruk, want even later kan het kleine groepje zich toch weer aansluiten bij hun kudde. De gieren moeten met een lege maag naar bed vandaag.

093
Cirque d’Estaubé.

De volgende ochtend zien we dat de herder bezig is met het kleine kalfje. We lopen door en zien dat er vlak voor stuwmeer Lac des Gloriettes een brug gemaakt is, die leidt naar het pad richting Troumouse, de derde cirque op rij in deze omgeving. Met deze brug snijden we het hele stuk om het meer af. Dat is niet het interessantste stuk, dus wij zijn erg blij met deze afkorting. Het deel daarna, langs Montagne de Pouey Boucou, naar cabane Groutte gaat ook snel, omdat het ongeveer op gelijke hoogte blijft. De HRP gaat hier eigenlijk het dal in, om daarna weer te stijgen. Het lijkt ons mooier om langs cirque de Troumouse te gaan. Het zal niet veel schelen, onze weg heeft niet veel hoogteverschil, maar is wel langer. We lopen langs auberge le Maillet en gaan dan naar de cirque. Vanuit het dal komen wolken aandrijven. Als we bij Troumouse aankomen, beginnen de wolken te stijgen. Met weinig zicht wordt het een doolhof van paadjes, maar we vinden de juiste weg. Het is lastig navigeren als we er achter komen dat de Lacs des Aires op kaart in werkelijkheid droog staan. Een half uur later staan we voor de betonnen cabane les Aires. We koken er, maar slapen liever onder de tarp.

096
Eten in cabane les Aires.

Tijdens het koken komen twee mensen aanlopen die in het hutje willen overnachten. Geen probleem, wij zijn toch al van plan om buiten te overnachten. Ze zijn over Col de la Sède gekomen. Op hun kaart (IGN, schaal 1:25000) staat daar een paadje. Op onze Spaanse kaart, schaal 1:50000, staat die niet. Wij moeten ook die kant op, maar weten niet of er aan de andere kant ook een pad in de goede richting gaat. En met dichte mist is het niet gemakkelijk zo’n paadje te vinden. Jammer dat het voor ons niet mogelijk is de nauwkeurige kaarten mee te nemen. De keuze was makkelijk: of 3 kaarten 1:50000 meenemen, of zo’n 12 kaarten met schaal 1:25000. De ochtend erna zijn de wolken alweer deels opgetrokken. We worden eerst door de schapen en daarna door de koeien geholpen met inpakken. Of zouden ze het brood ruiken dat we in Gavarnie gekocht hebben? Deze dag gaan we van cabane les Aires over het hoge pad naar Ruisseau des Aiguilous, Hourquette de Héas, Hourquette de Chermentas en refuge Barroude. Vooral Hourquette de Héas is erg mooi. Het laatste stuk bestaat uit flinke granieten brokken en vanaf de col heb je een prachtig uitzicht. Na Hourquette de Chermentas zijn we een klein stukje afgedaald, om daarna een steil paadje omhoog te nemen. Dit paadje staat niet op onze kaart maar is veel mooier dan afdalen tot het dal en dan weer omhoog. Het steile paadje gaat namelijk over in een hoog bergpad over een rotsband. Vandaag horen we verschillende mensen over Pic de la Sède. We snappen niet helemaal waarom deze berg zo in trek is. We zetten onze tarp neer aan de uitloper van de Lacs de Barroude en zien voor het eerst deze vakantie Chamois. Het zal bij deze ene keer blijven. Later komen we iemand tegen die elk jaar in de Pyreneeën komt, maar dit jaar er ook maar heel weinig heeft gezien. Hij denkt dat er misschien een ziekte heerst.

104
Bivak in het dal van Barroude.

’s Nachts steekt de wind toch weer op. We openen de regenbek en het gaas weer, maar de windvlagen laten het tentdoek flink klapperen. Een paar keer vrezen we dat het doek misschien gaat scheuren. Er gebeurt uiteindelijk niks, de tarp is veel sterker dan we denken. Gisteren werd ons verteld bij de hut dat voor komende avond onweer voorspeld is. We willen vandaag dus het liefst bij een cabane uitkomen en maken een plan voor een monster etappe: op de kaart staat een cabane vlak voor Las Collás, cabaña de Sallena. Om er te komen moeten we 1200 m stijgen, 1700 m dalen en ook nog flink wat afstand afleggen. We vertrekken vroeg, een saai stuk over een onverharde weg, dan over asfalt en daarna weer 11 km over een onverharde weg. Bovenaan deze laatste weg ligt een gebouw van de elektriciteitscentrale en niet ver daarachter vinden we een cabane. We stoppen voor vandaag, zijn moe en hebben honger. We maken een bouillon, ruimen de cabane een beetje op en maken wat te eten. We zien de buien door het dal trekken, gevolgd door onweer.

108
Naderend onweer vanuit Valle de Bielsa.

Het nadeel van zo’n onverharde weg is dat er auto’s kunnen komen. In Spanje rijden er dan ook best wat auto’s rond: we tellen er die dag een stuk of acht. Vooral de laatste auto vertrouwen we niet, hij stopt vaak en op plaatsen waar we dat niet verwachten. We vertrouwen het niet, pakken onze tassen en gaan door met onze tocht. Het is nog een paar uur licht en we zijn alweer wat uitgerust. Voor het donker zetten we onze tarp neer op een rotspuntje boven cabaña de Sallena. Hebben we toch nog bijna deze monster etappe volbracht. We zien dat de cabaña geen dak meer heeft. Mooi uitzicht, hoog op een rotspuntje. Als we even later in bed liggen, zien we overal flitsen. Het onweer is teruggekomen. We vertrouwen onze bivakplek niet 100% zo boven op een rotspuntje en pakken weer onze spullen in. Met de hoofdlampjes op dalen we af tot aan cabaña de Sallena, helaas vervallen en dakloos. We zetten onze tarp weer op en vallen in slaap. Niet voor lang, want een half uur later begint het te regenen. En te hagelen. Het onweer is nu niet alleen meer te zien, maar ook luid te horen. Een uur lang flitst en dondert het 2 à 3 keer per seconde en dan is het eindelijk overgetrokken. Nee, dit soort onweer kennen we niet in Nederland. Om half vijf komt het nog even terug, maar niet zo hevig als aan het begin van de nacht. We zijn blij met hoe onze tarp zich gehouden heeft in dit weer. We hadden de onderkant niet tot de grond afgespannen, dus aan de kant waar de wind vandaan kwam, is het iets ingeregend. Dat hij de hagelstenen overleeft heeft, verbaast ons nog steeds. Sterk spul, dat silnylon.

Onze route gaat verder naar Biadós. We proberen te eten bij de hut, maar dat is erg moeilijk. We drinken er maar wat en vervolgen dan onze weg. Biadós is een klein bergdorpje, maar naast de hut lijkt er niemand te wonen. Het onkruid bij veel huisjes staat metershoog voor de voordeur. Na Biadós zijn we door Valle de Añescruzes gelopen. We worden op de hielen gezeten door regenwolken, maar die weten ons niet in te halen. Aan het eind van het dal staat een cabane en dat is een mooi eindpunt voor vandaag. Het weer is nog steeds onstabiel en na afgelopen lange etappe en korte nacht is het tijd voor een dag rustig aan. Later krijgen we in de cabane gezelschap van een oude, Franse man. Hij is over de zestig, heeft een herdruk van het originele boek HRP van Véron bij zich en wil de hele HRP lopen in 45 dagen. Volgens het boekje. Hij wordt ondersteund door familie en vrienden voor bevoorrading. We praten wat en wisselen ideeën uit over hoe je zo’n tocht aanpakt. Als we gaan slapen, begint het te onweren. Het regent en hagelt zo erg dat we zelfs in de hut soms druppels voelen. Onze tarp lijkt blij, ingepakt in de rugzak. Eén nacht van zulk slecht weer is wel even genoeg.

112
Cabaña in Valle de Añescruzes.

’s Ochtends levert dat wel hele mooie plaatjes op: op de hoge bergen om ons heen heeft het afgelopen nacht gesneeuwd. Door het natte gras stijgen we naar Puerto de Aguas Tuertas om in Frankrijk af te dalen in Vallon d’Aygues-Tortes en uiteindelijk uit te komen bij refuge de la Soula. De refuge zit in één van de gebouwen van de elektriciteitscentrale, we lopen er bijna aan voorbij. Het begint ons op te vallen dat veel mensen die een huttentocht maken tussen één en drie uur bij de hut aankomen. De rest van de dag hangen ze dan een beetje rond de hut. Wij lopen vandaag in ieder geval door tot aan Lac de Caillauas. De hele omgeving zit in de wolken, we zetten onze tarp neer op het enige plekje aan het meer. Gisteren spraken we wat Denen die ons de tip gaven om bij Lac des Isclots te kamperen. We dachten dat daar deze avond een man of vier zou kamperen, maar als we er de volgende dag langskomen, zien we dat er een man of 13 hebben gestaan. Waarschijnlijk in net zo’n dichte mist als wij.

117
Lac de Caillauas.

Van onze tocht rest alleen nog het stuk naar refuge du Portillon. Een prachtig stuk door ruw terrein. Eerst over blokkenterrein naar col des Gourgs Blancs. Langs wat sneeuwveldjes, maar nog niet over sneeuw. Dit jaar is er maar weinig sneeuw. In het blokkenveld staan overal steenmannen, wat niet helpt met navigeren. Vanaf de col gaat het steil naar beneden tussen blokken, dan over een sneeuwveldje en daarna weer omhoog tussen de blokken. We komen uit bij col du Pluviomètre. Die heet zo vanwege de grote regenmeter die er in de buurt staat. Mooi uitzicht op Lac d’Oô en Val d’Astou. Je kijkt zo het laagland in, wat een verschil met deze bergen. Vanaf col du Pluviomètre zijn we naar de top van Tusse de Montarqué gegaan en daarna door naar refuge du Portillon. Het stuk over de top is net zo lang als erom heen, dus dit is zeker de moeite waard. Deze dag was één van de mooiere van deze vakantie. Technischer terrein dat beloond wordt met prachtige vergezichten.

122
Wandelen.

130
Terugblik op Col de Gourgs Blancs.

Vanaf nu komen we dichter bij huis met elke stap die we zetten. Eerst overnachten we nog in de buurt van Lac Saussat. Via een stuk GR10 en de top Pic de Céciré gaan we naar Bagnères-de-Luchon. Pic de Céciré is ook een aanrader. Het is één van de hogere toppen in de omgeving. Je kijkt boven de rest uit, met uitzicht op de hoge bergen in de Pyreneeën. En dat zo dicht bij een stad. We hadden een mooi plekje gevonden om te overnachten, ergens naast de ski-pistes. Helaas, helaas, ook daar rijden mensen met jeeps. Dus ook hier zijn we weer vertrokken na het eten. We zijn nog een stuk afgedaald en hebben onze tarp in het bos gezet, net voor zonsondergang. Onopvallend, een stuk van het pad. Ondertussen hebben we nog een aantal herten gezien.

137
Vanaf Pic de Céciré.

De laatste dag dalen we af over de GR10 tot Bagnères-de-Luchon en stappen we op de trein.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Bibliografie

Ton Joosten – De Haute Randonnée Pyrénéenne
Uitgeverij Elmar, 2002
ISBN 90389 1252 8

IGN Carte de Randonnées, 1:50 000, No 3: Béarn

Mapa excursionista, carte de randonnées, 1:50 000, No 23: Aneto – Posets

Mapa excursionista, carta de randonnées, 1:50 000, No 24: Gavarnie – Ordesa

Een gedachte over “Drie weken in de geest van de HRP

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s