Hoe tem je een groene Llama?

‘Bitter water’, denk ik, als ik een mond vol water uit de Markkleeberger See doorslik. Waarom werkt dat reptielenbrein toch zo snel en zo goed? Waarom duurt het even voordat de meer intelligentere delen van je hersenen het overnemen? We zijn in het Kanupark Markkleeberg waar ze 10000 liter water per seconde door een betonnen goot pompen. Geen mens drinkt zo snel.

01

Nog een paar witte schuimkoppen voor ik door de stroming uitgespuugd wordt in het rustige meertje. Vanochtend begon onze packraft cursus met het oefenen van verschillende peddelslagen. Na de basis peddelslagen heeft onze instructeur, Jurgen, ons meegenomen naar het grasveldje om te oefenen met de throwbags en uitleg te geven hoe je iemand kan redden. Natuurlijk blijft het niet bij oefenen op het droge. De zon begint goed te branden op onze drysuits, we mogen het water in om af te koelen. ‘s Middags gaan we weer de boot in om het geleerde in de praktijk te brengen. “Het geleerde” bevat niet alleen de peddelslagen, ook het zwemmen.

04

Kanupark Markkleeberg ligt aan de Markkleeberger See in de buurt van Leipzig. Het is een open kolenmijn geweest zoals je die meer kan vinden in dit deel van Duitsland. De kolenmijn is volgelopen met grondwater en uitgebouwd tot een recreatiegebied. Het Kanupark was eigenlijk bedoeld voor de Olympische zomerspelen van 2012. Uiteindelijk zijn deze spelen in London gehouden en doet het park dienst als trainingslokatie. Het bestaat uit een 130 meter lange trainingsbaan en een 270 meter lange wedstrijdbaan. De trainingsbaan wordt voornamelijk gebruikt om te leren kayakken. De wedstrijdbaan wordt gebruikt als familieuitje met grote rafts of door playboats.

05

Om te leren packraften is de trainingsbaan goed geschikt. Je kunt er goed oefenen met kehrwasser, walzen, stufe, etc. De wedstrijdbaan is vooral overleven. Er is één rustpunt in deze 270 meter lange aaneenschakeling van schuimend en persend water. Goed voor een stevig gevulde dag waterpret.

Film

*) Het likken aan de lens is een bekende truuk om de druppels minder aan de lens te laten plakken.

Thigh straps voor in de packraft

Om betere controle over onze packrafts te krijgen, hebben we thigh straps gemonteerd.

01

Goede (maar oude) handleidingen om thigh straps te maken en monteren vind je bij: The Roaming Dials – Thigh straps how to en Things to luc at – Pimp my packraft.

02

In tegenstelling tot wat gemeld wordt op bovenstaande websites hebben we wel grab-loops van Alpacka gebruikt: een gesprek met de importeur in de EU leerde ons dat de grab-loops (mits op de juiste manier gelijmd) 175 kg kunnen houden. Zij hebben meerdere thigh straps gemonteerd en geen problemen ermee ervaren. Let op dat je de goede lijm gebruikt en op de goede manier verlijmd!

03

In 2012 hebben we ook grab-loops gemonteerd, zie artikel: Bagage bevestiging maken aan packraft. Voor de nieuwe grab-loops hebben we dezefde procedure gevolgd op één kleinigheid na: Vlak voor het samendrukken van de grab-loop op de boot, hebben we de grab-loop al een paar seconden voorverwarmd. De lijm wordt dan weer iets kleverig, waardoor hij meteen aan de boot hecht. Vooral voorin de boot is dat erg fijn.

GR571, Vallées des Légendes

Pinksteren. Volgens de weersverwachting wordt het 29C en zonnig, met twee dagen kans op buien. We nemen deze keer geen tent mee, maar een tarp, dat zal wel genoeg zijn voor deze temperaturen en wat regen.

We stijgen naar Les Tartines en kijken naar de samenvloeiïng van de Ourthe en de Amblève. Bij een tweesprong ligt een boer in het gras een uiltje te knappen. We groeten hem en vragen in ons beste Frans of dit de weg is naar Oneux. Hij wijst inderdaad naar de kant die we opgaan en zegt: “Un bon kilomètre, … et demi peut-être”. We bedanken hem, hij zet zich weer in het gras en gaat verder met rusten.

P6072099d
Uitzicht op Comblain-au-Pont (Rivage).

De GR blijft vandaag voornamelijk op hoogte met mooie uitzichten over de dalen van de Ourthe en de Amblève. Het weer is broeierig en zwetend lopen we rond een uur of drie Martinrive binnen. Eigenlijk nog te vroeg om te stoppen. “Gelukkig” is de camping al zes jaar gesloten en staat het gras er heup-hoog. We lopen door tot Aywaille, waar een fiets-festival aan de gang is. De camping is vol, maar voor een klein tentje is altijd wel plek.

P6082147
Camping Domaine Château de Dieupart.

De volgende dag begint met een bui. We hebben net onze tassen gepakt en wachten af. De bui laat de temperatuur dalen en lekker fris beginnen we weer te stijgen. Langzaam wordt de dag weer net zo broeierig als gisteren.
In het bos is een trailrun aan de gang. De trailrunners zijn net gestart als wij omhoog lopen. Drie-en-dertig kilometer lang is het. We zullen ze nog een paar keer tegenkomen vandaag.
Als extraatje lopen we vandaag een rondje door het Ninglinspo dal. Door het bos lopen we naar het begin van het dal. Een bos vol met steekvliegen en andere onaardige insecten. Vanaf het begin van het dalletje loopt het weer omlaag: 350 meter in drie kilometer, net naast het beekje of soms erdoorheen. Hoe lager we komen, hoe drukker het wordt, met als toeristisch hoogtepunt de aankomst in het dorp Nonceveux.

P6092316

In Nonceveux is een camping, maar voor de tweede keer vinden we het te vroeg om te stoppen. Langs de Amblève lopen we door naar Fonds de Quarreux. Er is daar een kleine, rustige camping, genaamd au Moulin du Diable. De naam is een verwijzing naar de lokale legende: De Fonds de Quarreux zijn de rotsblokken die hier in de Amblève liggen. De molenaar, Hubert Chefneux, zou een prachtige molen beloofd zijn als hij zijn ziel aan de duivel zou geven. De vrouw van de molenaar was bezorgd om de ziel van haar man en verstopte zich in de molen met een medaille van Notre-Dame de Dieupart in haar handen. Hierdoor wilde de molenwieken niet meer draaien. De duivel werd gek en van woede heeft hij de molen kapot gemaakt: de enorme stenen vielen één voor één naar beneden in de Amblève.

Volgens ons zwerft die duivel nog ergens rond daar: om drie uur ‘s nachts maakt hij ons wakker met onweer en hagelstenen ter grootte van flinke knikkers. Onze tarp doorstaat deze beproeving van een minuut of twintig zonder problemen. ‘s Ochtends vroeg zien we de duivel in het bos tegenover de camping. Hij kijkt ons een beetje grijnzend aan:

P6092243
Diable du forêt.

De GR571 verlaat nu weer de Amblève en gaat langs het beekje de Chefna omhoog. Eigenlijk vinden we dit beekdal nèt iets mooier dan de Ninglinspo. Er wordt minder gelopen, de paadjes zijn nèt iets smaller, kronkeliger en we zijn er op het juiste moment: ‘s ochtends nadat het ‘s nachts geregend heeft. De zon staat nog laag en het bos dampt nog mysterieus uit, een prachtige ochtend.

P6092283
Beekdal van de Chefna.

P6092299
Beekdal van de Chefna.

We lopen door tot Coo. Ondanks dat in beide boekjes geen camping vermeldt staat in Coo, is die er wel. We zetten de tarp neer en beginnen te koken wanneer de lucht ineens zwart kleurt. We halen de pan van het vuur en gaan onder de tarp zitten. Twintig minuten lang probeert de wind aan alle kanten grip op onze tarp te krijgen en dondert en bliksemt het boven ons. We horen bomen kraken in de wind. Als het voorbij is, blijkt de camping zonder stroom te zitten. Er is een boom op de elektriciteitskabel gevallen en die is gebroken. De Amblève is in de twintig minuten een centimeter of tien gestegen en bruin gekleurd. Na ons avondeten, helpen we de beheerder met het opdrinken van de Bellevaux Blanche. Zonde toch als zijn bier warm wordt omdat de koeling het niet doet?

P6102351
Cascade de Coo.

P6102354
Panorama op Coo en de spaarbekkens.

Dit is het eerste van drie delen van de GR571. Het laatste stukje gaat op hoogte van Coo tot aan Trois-Ponts met mooie uitzichten op de route die we gelopen hebben. In het bos zien we pas de schade die de storm heeft aangericht: ontelbaar veel afgewaaide takken en meer omgevallen bomen dan we hadden verwacht.

P6102376
Point de vue de Ster.

In Trois-Ponts nemen we de trein terug naar ons beginpunt. De GR571 smaakt naar meer. Lekker rustig, mooie natuur en zo dichtbij!

P6102367d
De trein van Trois-Ponts.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Bibliografie
Op pad met rugzak en tent
Sjef van de Poel
Uitgeverij Elmar
ISBN 90-389-1339-7

GR571, Vallées des Légendes Amblève, Salm, Lienne
Topo-Guide du Sentier de Grande Randonnée
ISBN 2-9600450-6-8

Bogs, moorland and a dinghy on the Dee

“We zijn op tijd vertrokken en hebben een goede staartwind. Onze navigatiecomputer geeft aan dat we een kwartier voor de normale aankomsttijd zullen landen op Aberdeen”, aldus de gezagvoerder van de KLM. In realiteit stonden we pas vijf uur later op het vliegveld van Aberdeen: het Schotse weer bedekte het vliegveld met een dikke deken van mist, waardoor we zijn doorgevlogen naar Glasgow. Daarna is het nog drie uur naar Aberdeen met de bus.

Eigenlijk is het best goed weer hier. Er hangt dikke mist rond Aberdeen, maar in de rest van Schotland is het zonnig. Een dag later dan gepland stappen we uit de trein in Aviemore. In een klein zonnetje lopen we naar het begin van de Lairig Ghru.

15
Lairig Ghru.

De Lairig Ghru is één van de paden die de Cairngorms van noord naar zuid doorsteken. We gaan een paar dagen door de Cairngorms lopen, waar de river Dee ontspringt. Daarna blazen we onze packrafts op, om over deze rivier bijna honderd kilometer terug naar zee te peddelen.

“You are going to do what? Walk from here to the Dee and then paddle back to sea? Haha, I feel better already!”

We eindigen de dag in een miezelregen net achter de Pools of Dee. Als rond een uur of negen de schemer langzaam in begint te vallen, zien we twee vrouwen en een hond aan komen lopen. Ze zijn vandaag vertrokken uit Aviemore, om naar Devil’s End te lopen en terug. Misschien toch een beetje te ver voor één dag, vertellen ze lachend. “Nee, we gaan niet overnachten, morgen moeten we weer naar het werk.” Ze hebben nog genoeg te eten en ze hebben een stevige zaklamp mee. Als ze maar langs de Pools of Dee zijn voor het donker is, want daarna is er een goed pad terug naar Aviemore. Het enige wat ze missen zijn hondekoekjes. Hond Skye heeft de hele dag nog niets gegeten. Ze vragen naar onze plannen en barsten dan in lachen uit: “You are going to do what? Walk from here to the Dee and then paddle back to sea? Haha, I feel better already!” Als wij in onze slaapzak rollen, lopen zij verder naar Aviemore.

14
Hoen.

The famous day two, waarin de spieren van zich laten horen, wordt vergezeld door the famous grouse. Overal zien we de Schotse hoenen, in het echt een stuk minder elegant dan de whisky reclame uit 2008. Vandaag is er geen wolkje aan de lucht en ‘s avonds zien we dan ook wat roder dan normaal. Nee, zonnebrand hebben we niet meegenomen.

Een aantal keren zien we mensen van het National Trust for Scotland, zo ook als we na de Cairngorms aankomen bij Mar Lodge. Deze meneer van het National Trust is bezig met het onderhoud van het landgoed en neemt even de tijd om een praatje te maken. Hij vraagt naar onze plannen en vertelt over de afgelopen winter. Zijn enthousiaste manier van vertellen verraadt dat hij trots op Schotland en trots is op zijn werk hier. Hij wenst ons veel plezier en succes, en stapt dan weer op zijn quad.

31
Mar Lodge.

Bij Victoria Bridge blazen we de packraft op. Even waren we bang dat onze planning te krap was. Een halve dag zijn we verloren door het uitwijken van het vliegtuig, maar door het prachtige weer zijn we sneller dan verwacht door de Cairngorms gelopen. Het moet nog steeds haalbaar zijn om tot zee te peddelen. De Dee is hier breder dan we gedacht hadden, er staat genoeg water en zelfs op de brede stukken is er nog stroming. Het valt niet zo op als je aan het varen bent, maar stiekum helpt de stroming meer dan verwacht. Snel zijn we Braemar voorbij en moeten we naar de kant. Net na Braemar is een hek over de Dee gemaakt om het wild te weren. In ons gidsje stond dat er een gat in het hek zou zijn ter grootte van een kajak, maar dat gat is al gerepareerd. Wij gaan uit het water, tillen onze spullen over het hek en stappen weer in.

Onverwacht snel komen we aan bij Invercauld Bridge, klasse 3 volgens ons gidsje. Zoals ons geleerd is, stappen we uit om de stroomversnelling te scouten. We overleggen even welke lijn we willen varen en proberen de markeringen in onze hoofden te prenten: “Net rechts langs het grote rotsblok in het begin, dat is het poortje. Dan de grote V van rustig water volgen en rechts van die grote witte schuimkop blijven.” Later zullen er nog een paar grote stroomversnellingen volgen. Wij vinden ze allemaal erg leuk en goed te doen.

37
Packrafting river Dee.

“Hi there, how are you? Was it you, who have been camping on the riverbank a few hunderd meters back? Beautiful spot, good choice!”

Aan het begin van de Dee is de rivier rustig en breed. Na Ballater wordt het iets smaller en zijn er meer stroomversnellingen. Daar zijn ook de vissers, in bijna elke bocht staan er wel één of twee. De oever van de Dee is versierd met kleine hutjes. Sommigen blinkend nieuw, anderen vallen bijna van rottigheid uit elkaar en bijna allemaal hebben ze een houtkachel. Door het grote aantal vissers vinden we het lastig om een plekje voor onze tent te vinden. Als we op een koude, regenachtige dag dan eindelijk onze tent neerzetten langs de kant zijn we erg blij om eindelijk even droog te zitten en wat te kunnen eten. Het nadeel van slecht weer, we nemen bijna geen pauze en eten te weinig snacks. De beschutting van de tent en het eten pruttelend op de brander is dan echt geweldig. Ondanks de wind en het hobbelige stukje grond waar we staan, slapen we allebei als een os.

We dachten dat we achter een bosje in een groene tent niet op zouden vallen. De volgende ochtend stappen we in onze packrafts en binnen een paar minuten komen we de eerste visser tegen. “Hi there, how are you? Was it you, who have been camping on the riverbank a few hunderd meters back? Beautiful spot, good choice!” De volgende visser een paar minuten later zegt precies hetzelfde!

25

Vanaf Peterculter wordt de Dee weer breed en rustig. Vlak voor we Aberdeen binnenvaren, zien we nog twee otters spelend in het water. Het was een week vol met prachtige ruwe landschappen, we hebben reeën gezien, veel zwaluwen en scholeksters en een heleboel kleine vogeltjes. Ondanks dat er dorpjes langs de Dee liggen, is nergens veel te zien van de beschaving totdat je bijna in Aberdeen aankomt.

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Route
Aviemore
Old logging road
Lairig Ghru
Mar Lodge
River Dee tot Aberdeen

Waterstand Dee: 0.7 m – 0.8 m

Bibliografie
36, Grantown & Aviemore
Landranger Map
1:50 000

37, Strathdon & Alford
Landranger Map
1:50 000

38, Aberdeen
Landranger Map
1:50 000

UK Rivers Guidebook
River Dee – Above Braemar to Potarch

UK Rivers Guidebook
River Dee – Potarch to Banchory

UK Rivers Guidebook
River Dee – Banchory to Aberdeen

In between Thai food and white skies

Vrijdag elf uur ‘s avonds. Het vliegtuig landt op vliegveld Oslo in de sneeuw. Er is net tien cm verse sneeuw gevallen. De volgende dag checken we in bij Strand Fjellstue, een leuk bergpension met enthousiaste eigenaars Stefan en Surina. Ze serveren het beste Thaise eten dat we ooit geproefd hebben. Strand Fjellstue is ons begin- en eindpunt van deze tocht. Daarnaast zullen we overnachten in DNT self-service hutten, een luxe ten opzichte van de tarp die we meestal gebruiken.

Het sneeuwt nog steeds als we de volgende ochtend willen vertrekken. Door de laaghangende bewolking is het zicht slecht, wat navigeren niet eenvoudig maakt in dit heuvelachtige landschap. Stefan vertelt ons dat de makkelijkste route naar Storkvelvbua om de Ongsjøfjellet (fjellet = berg) heen loopt. Een lange route, maar met dit weer gemakkelijk te vinden. We doen onze ski’s aan, steken het bevroren meer over en beginnen te stijgen.

P3020196

Boven kunnen we kiezen om door te stijgen naar de pas Leppskardet of voor de langere route die Stefan ons gewezen heeft. We kiezen voor het laatste. We kunnen nog steeds weinig zien en vertrouwen op onze eigen navigatiekunsten en de schaarse bordjes die we tegenkomen (deze dag ongeveer drie bordjes in totaal). In de sneeuw gestoken wilgentakken geven de route aan. Het wordt een lange dag, rond half zes komen we aan bij de hut, die helemaal verijst is. “Volgens mij zie ik een lichtje binnen”, zegt Fred, maar bedenkt zich meteen weer. “Nee, het is toch heel erg donker.” en de hut lijkt verlaten. Tot we bij de deur aankomen en negen paar ski’s in de sneeuw zien staan.

P3020204

Er zijn negen Noren in de hut, de kachel is al aan, ze hebben water gemaakt en bieden ons meteen wat warm water aan om thee van te maken. In plaats van twee bedden vrij te maken voor ons, maken ze de kleine kamer vrij, die we mogen gebruiken. We maken ons eten klaar en tijdens het eten praten we over de routes en Noorwegen. Zij zijn bezig met een driedaagse tocht. Eergisteren zijn ze hier aangekomen, vandaag hebben ze een dagtochtje gemaakt en morgen gaan ze terug naar het dal. Tijdens de dagtocht vandaag hebben ze niet genavigeerd op de wilgentakken, maar door het slechte zicht hebben ze hun GPS moeten gebruiken. Wij hadden al besloten om bij dit slechte zicht gewoon de aangegeven routes te volgen en krijgen dat ook als tip mee: “Stick to the sticks.”

Stick to the sticks.

Na het eten gaat ieder zijn eigen weg. We kijken wat op de kaart, een aantal mensen leggen een kaartje en anderen lezen. We maken een kop chocolademelk en krijgen een brownie aangeboden. De eigengebakken brownie smelt op onze tong. Wat een luxe, wat een luxe.

“Er zijn twee manieren om te vallen: de faceplant en de bumplant.” Fred krijgt de kans om beide te oefenen.

Vlak voordat we ‘ s morgens willen vertrekken, komt één van de Noren haastig terug de hut in. “There’s a herd of raindeer in the valley. More than one hunderd animals!” Dezelfde kudde die we gisteren zagen vlakbij de hut. Deze kudde is vroeg teruggekomen uit het noorden dit jaar. Tijd om ons weer onder te dompelen in de monochrome wereld van sneeuw en wilgentakken. Door de bewolking is geen diepte te zien en al helemaal geen opgewaaide sneeuw. Zoals Ernst Arbouw omschrijft in zijn artikel (blz 46) in de Hoogtelijn: “Er zijn twee manieren om te vallen: de faceplant en de bumplant.” Fred krijgt de kans om beide te oefenen.

P3060432

P3030247
Candlelight dinner.

In Oskampen staan we net onze tanden te poetsen als Charissa ineens roept: “Pak de camera, er loopt daar een vos!” Inderdaad, voor ons Nederlanders speciaal, maar zoals we later vernemen zien ze hier regelmatig vossen. Bij Strand Fjellstue hebben ze zelfs een vos die elke dag dezelfde route loopt langs het bergpension.

P3050316

De laatste overnachting doen we in Nordbua. Dit is geen hutje van de DNT, maar van de lokale VVV: Gausdal Fjellstyre. Er zijn minder voorzieningen dan in een DNT hut, maar er zijn matrassen en een kachel. Meer hebben we niet nodig. Dit wordt alweer de laatste keer vriesdroogmaaltijd bij kaarslicht deze week.

We gaan snel verder, maar waar naartoe? We moeten tegen de wind in hangen om te blijven staan en voelen de windvlagen flink trekken aan onze rugzakken.

Vanaf het begin van de laatste dag plakt de sneeuw aan onze ski’s. Het is ‘s ochtends al +2C en er valt natte sneeuw. We besluiten de korte route terug te nemen, via de pas Leppskardet. Ondertussen wakkert de wind aan. Hoe hoger we komen, hoe slechter het weer. Vlak onder de pas zitten we wederom in een white-out: we zien enkel wit om ons heen, de horizon is niet te onderscheiden. Claustrofobie in een open vlakte. Ondertussen is de wind ook aangewakkerd tot minstens windkracht acht. De wilgentakken staan 25 meter uit elkaar, maar soms moet Charissa vooruit lopen om de volgende tak te zoeken. Eindelijk is daar het verlossende bordje van de pas, compleet verijsd.

We gaan snel verder, maar waar naartoe? We moeten tegen de wind in hangen om te blijven staan en voelen de windvlagen flink trekken aan onze rugzakken. We zien geen wilgentakken meer. We proberen ze te vinden, maar slagen daar ondanks verwoede pogingen niet in. We wisten al van de kaart dat de komende 60 meters steil naar beneden gaan en dat het terrein daarna weer vlakker wordt.

We moeten tegen elkaar schreeuwen om verstaanbaar te zijn. Uiteindelijk besluiten we om noord-noord-oost aan te houden en voorzichtig af te dalen in deze witte wolk. Stap voor stap dalen we af, kijkend op het kompas. We zien wat grijze vlekken, maar kunnen niet zien wat het is. Bomen, rotsen? We zetten weer een paar voorzichtige passen naar beneden als plots de wolk een beetje oplost. We zien bomen en we zien waar we naartoe moeten. Snel dalen we verder af tot bij de bomen. Daar zien we ook weer de volgende wilgentakken. Eindelijk even tijd voor pauze, de eerste reep en slok thee van deze dag.

Het begint te regenen als we onze weg vervolgen langs de wilgentakken. ‘s Middags lopen we zeiknat Strand Fjellstue binnen. We kunnen onze spullen drogen in de droogkamer en krijgen een heerlijk Thais soepje aangeboden. Ondanks dat alle Noren die we spreken, zeggen dat het “a horrible winter” is, hebben wij genoten de afgelopen week! We hebben een vos, rendieren en hoenen gezien, alle dagen gedineerd bij kaarslicht in heerlijke warme houten hutten. Vakantie!

P3060377

Klik hier om alle foto’s te bekijken.

Film

Route
Strand Fjellstue (Espedalen)*
Ongsjøsætran
Leppbua
Storkvelvbua*
Svarttjønnholet
Storhøliseter*
Jotunheimstien
Oskampen*
Øyvassbua
Skriurusten*
Storkvelvbua
Nordbua*
Leppskardet
Strand Fjellstue*
*: overnachting

Bibliografie
2492, Huldreheimen, Spȧtind
DNT Turkart
1:50 000

Voorbeeldtocht DNT